Verzand in discussie: natuurwaarde diepe plassen is veel groter dan gedacht

Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)
27-NOV-2019 - Nederland is een baggerland. Een deel van de grote hoeveelheden bagger gaat diepe plassen zoals zandwinputten in. Daar past veel in, en een ondiepere plas zou waardevoller zijn voor de natuur: dat lijkt win-win. Maar wat zijn de gevolgen van dit ‘verondiepen’? De kwaliteit van de gestorte bagger roept veel vragen op, en onderschat vooral de aanwezige ecologische waarde van diepe plassen niet.

Jaarlijks produceren de grote rivieren die door Nederland stromen ongeveer tien miljoen kubieke meter bagger. Dit komt door het bezinken van slib en zand. Om te voorkomen dat onze rivieren, kanalen en havens dichtslibben, moet er regelmatig gebaggerd worden. Ons land kan alle bagger maar moeilijk kwijt. Er is dus een overschot.

De huidige regelgeving staat het gebruik van schoon en licht verontreinigd slib toe om diepe plassen te ‘verondiepen’. De kwaliteit van de bodem moet dan wel voldoen aan de normen van de Wet Bodembesluit (2008) en aanvullende richtlijnen, zoals de risicogrenzen van opkomende stoffen die het RIVM heeft opgesteld. Wateren zouden zo niet of beperkt vervuild worden met gebiedsvreemde stoffen zoals zware metalen of PFAS. Het uitgangspunt hierbij is dat verondiepen alleen mag als er een nuttige toepassing is. Oftewel: als de ecologie in en om de plas verbetert.

Zo ziet een ecologisch gezonde, diepe plas met ‘temperatuursgelaagdheid’ er in de zomer uit

Donker en dood?

Al jaren geleden signaleerde de Provincie Noord-Brabant een probleem. Richtlijnen voor het verondiepen die ook het ecologisch functioneren van de betrokken plas in acht nemen, ontbreken namelijk. Daarom startte deze provincie samen met onderzoekers Lisette de Senerpont Domis en Laura Seelen van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in 2014 een grootschalig onderzoek naar de natuurwaarden van geïsoleerde zandwinputten in Noord-Brabant. Deze wateren liggen buiten de rivieruiterwaarden: het meest voorkomende type zandwinput in Nederland. Alleen al in Noord-Brabant bevinden zich er zo'n 184. Het beheer van zulke plassen ligt meestal bij waterschappen.

Wat is de ecologische kwaliteit van diepe plassen vóór verondieping? Dat was de vraag. Tot nu toe werd aangenomen dat een diepe zandwinplas nauwelijks plantengroei bevat, weinig vis kan herbergen en een donkere, dode waterpartij is. Een verondieping zou dus altijd verbetering van de ecologische omstandigheden teweeg kunnen brengen. “Maar deze uitgangspositie is niet gebaseerd op werkelijke metingen,” zeggen de onderzoekers. “Zonder de oorspronkelijke kwaliteit te weten, kan niet worden ingeschat of verondieping de ecologie inderdaad verbetert.”

Tijdens hun project – dat nog loopt tot mei 2020 – hebben de onderzoekers al een aantal belangrijke bevindingen gedaan.

De onderzoekers troffen allerlei interessante onderwaterplanten aan in diepe zandwinplassen in Noord-Brabant, ook Rode Lijstsoorten, zoals: groot boomglanswier (Tolypella prolifera), sterkranswier (Nitellopsis obtusa), drijvende waterweegbree (Luronium natas) en pilvaren (Pilularia globulifera). Soorten van linksboven met de klok mee

Duik in de plassen

Een natuurlijke, diepe plas is helder, met goed doorzicht en een hoge diversiteit aan fauna en flora. Van zandwinputten werd altijd aangenomen, dat er door de steile oevers nauwelijks plantengroei aanwezig was. Tijd voor het uitvoeren van uitgebreid vegetatieonderzoek in de plassen dus. Al duikend werd het Seelen al snel duidelijk, dat waterplanten veel dieper voorkwamen dan werd aangenomen. Namelijk dieper dan zes meter, tot meer dan zestien meter diep zelfs. Bovendien komen er veel bijzondere Rode Lijstsoorten in deze plassen voor, die elders in Nederland nauwelijks worden gevonden. Niet voor niets streed Seelens onderzoekslocatie ‘t Blauwe Meer in Loon op Zand mee voor de eretitel in de zoektocht van het tv-programma De Kennis van Nu naar het schoonste oppervlaktewater van Nederland.

Diepe zandwinplassen in Noord-Brabant (zwarte punten) en de soortenrijkdom aan onderwaterplanten in de voor het 'Diepe plassen-project' bezochte plassen (oplopend van rood tot groen). Het aantal onderwaterplanten varieert, maar is verrassend vaak hoog

Het argument dat verondiepen leidt tot een betere ecologische kwaliteit houdt geen stand. Het grootschalige, meerjarige NIOO-onderzoek naar biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit van diepe zandwinputten laat zien dat het overgrote deel van deze plassen een heel goede ecologische kwaliteit heeft, zelfs beter dan de nabijgelegen ondiepe plassen. Dit betekent dat verondiepen niet per definitie wenselijk is, onafhankelijk van de kwaliteit van de in te brengen bagger.

De recente ZEMBLA-documentaire Gokken met Bagger brengt de misstanden rondom het verondiepen van diepe zandwinputten in kaart. Het ontbreken van een ecologisch argument voor dat verondiepen kwam daar kort aan de orde, maar verdient veel meer aandacht dan het tot nu toe kreeg.

De gemiddelde totale concentratie fosfor, gemeten in 51 diepe plassen en omliggende ondiepe wateren in Provincie Noord-Brabant in 2014 en 2015 (n=17497, data uit Waterkwaliteitsportaal). De diepe plassen staan er een stuk beter voor

Samen doen

Vergunningverleners zijn nadrukkelijk betrokken bij het onderzoek van het NIOO-KNAW in samenwerking met de provincie Noord-Brabant. Onderzoekers Seelen en De Senerpont Domis leggen uit waarom: “Goede afwegingskaders voor verondiepen zijn niet alleen stevig gebaseerd op wetenschap, maar ook bij uitstek bruikbaar voor de vergunningverlener.”

En vergunningverleners worstelen met aanvragen voor verondieping, omdat het wettelijk kader onvoldoende handvatten biedt. Het beeld dat ZEMBLA oproept dat vergunningverleners vaak een oogje dichtknijpen of dat zij de problemen rondom verondiepen niet willen zien, herkennen Seelen en De Senerpont Domis niet. “Wij kregen en krijgen tijdens ons onderzoek veel medewerking van waterschappen en de Provincie. Het zogenaamde afwegingskader voor verondiepen dat wij in dit onderzoeksproject hebben ontwikkeld, is ook met deze vergunningverleners getoetst op bruikbaarheid.”

Ook in de uiterwaarden

In oktober 2018 is naast het onderzoek naar de geïsoleerde zandwinputten een ander project gestart met een consortium van Onderzoekscentrum B-WARE, NIOO-KNAW, Natuurplaza (RAVON/FLORON en SOVON) en Deltares. Dit wordt gefinancierd door Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (VBNE, Ministerie LNV en Bij12) om nut en noodzaak van verondiepen in het rivierengebied te onderzoeken. Hier is Rijkswaterstaat de vergunningverlener. Naar dit onderzoek verwijst de ZEMBLA-documentaire kort. Hierbij kijkt de onderzoeksgroep – op kleine schaal – naar de ecologische kwaliteit van diepe en ondiepe zandwinputten in het rivierengebied. De Senerpont Domis: “Het is nuttig dat dit onderzoek wordt uitgevoerd, omdat we zo de bevindingen van het Noord-Brabantse onderzoek kunnen uitbreiden naar zandwinputten in het rivierengebied.”

Wellicht nog urgenter is: wat is de impact van verondieping met (mogelijk verontreinigde) bagger? En hoe kunnen we de negatieve gevolgen van verondiepen aanpakken, zoals de vastgestelde blauwalgenproblematiek en andere waterkwaliteitsproblemen? Dat constateren Seelen en De Senerpont Domis op basis van hun langjarige onderzoek. “Het is belangrijk dat in zo’n traject vergunningsverleners en onderzoekers samen optrekken, om misstanden in de toekomst te voorkomen.”

Naar aanleiding van kamervragen rond de aandacht voor verondiepen op televisie, liet staatssecretaris Stientje van Veldhoven weten dat er nader onderzoek volgt. Begin 2020 hoort de Tweede Kamer meer. Gegronde aandacht voor de bestaande, aanzienlijke natuurwaarde van diepe plassen mag daarin niet ontbreken.

Meer informatie

Tekst: NIOO-KNAW
Afbeeldingen: NIOO-KNAW; Margreet de Heer, Provincie Noord-Brabant; Van de Weyer & Schmidt (Tolypella, Nitellopsis en Pilularia), John Bruinsma (Luronium)