Monstermossels in de Jagersplas

Stichting ANEMOON
1-DEC-2019 - De Jagersplas in Zaandam is ooit ontstaan door het opzuigen van zand voor, onder andere, de aanleg van de A8 (de Coentunnelweg). Hoewel de plas bijna veertig meter diep is, kun je bij de ondiepe recreatiestrandjes het hele jaar zwemmen. Je kunt er echter ook onverwacht struikelen over monsterlijk grote Brakwaterstrandschelpen.
Deel deze pagina

Op warme zomerdagen kan het langs de Jagersplas zwart zien van de mensen. Het is een prima plek om te recreëren, zeker sinds de gemeente een aantal jaar geleden een diepwaterpomp heeft geïnstalleerd om zomerbloei van Blauwalg tegen te gaan. De pomp brengt koel water van diep uit de plas omhoog. Dit spoelt vervolgens ter verversing langs het eerste strandje weer de plas in. Het gevolg is dat de blauwalg onder controle is en het water relatief koel blijft. In hoeverre dit eraan heeft bijgedragen dat in de Jagersplas zeer grote exemplaren voorkomen van de Brakwaterstrandschelp (Rangia cuneata), weten we niet. De aanwezigheid van deze exotische soort was namelijk een grote verrassing. 

Een groot exemplaar van de Brakwaterstrandschelp, gefotografeerd in ondiep water in de Jagersplas. Het dier zit standaard voor ongeveer 3/4 deel ingegraven in de bodemEen van de die-hards die zelfs in het najaar en de winter in het buitenwater zwemmen, is ecoloog David Sluis. Tijdens een rondje zwemmen in de Jagersplas in het begin van november stootte hij onverwachts op harde dingen die in het zand en de modder ingegraven zaten. Het bleken tweekleppigen te zijn, maar deze leken totaal niet op de bekende gewone Nederlandse soorten. Al snel werd duidelijk dat het hier ging om een exoot uit de Golf van Mexico. Bij ons leeft deze soort voornamelijk in het brakke water van het Noordzeekanaal. De Jagersplas is echter een geheel nieuwe, totaal andere vindplaats. De plas heeft geen open verbinding met het Noordzeekanaal en ligt ruim zeven kilometer noordelijker. Het water is hier gewoon zoet en vormt daarmee een heel ander milieu dan waarin je, zoals ook de Nederlandse naam aangeeft, deze dieren zou verwachten.

In de dagen na de ontdekking is globaal gekeken naar de omvang van de populatie langs de oevers en werden de afmetingen van bijna honderd schelpen gemeten. Qua verspreiding is het algemene beeld van deze kanjers simpel: "Het stikt er van", aldus David. Hij zag tientallen reuzenexemplaren van 6 centimeter of meer. De grootst gemeten lengte van een levend exemplaar was 7,1 centimeter (in deze sinterklaastijd: minstens zo groot als taaitaai of een speculaasje dus). Ook qua schelpdikte en gewicht bleken het monsters. Van sommige doubletten gaat de dikte van de schelpwand richting 1 centimeter. Inclusief vlees bleek een stevig doublet van 6,1 centimeter maar liefst 135 gram te wegen - ter vergelijking; een gewone eetbare mossel van de grootste klasse (te weten: 'goudmerk'), weegt inclusief schelp hoogstens 30 gram...

Een aanzienlijk deel van de aangetroffen dieren bereikt niet alleen fikse afmetingen (links) maar de doubletten worden ook zeer bol (midden). Ook de dikte van de schelpwand is aanzienlijk, zeker in vergelijking met de meeste andere zoetwatermossels

Deze exoot stamt uit de Golf van Mexico, de noordgrens van het oorspronkelijke leefgebied is Noordwest-Florida. Via scheepvaart, met name in ballastwater van schepen, werden ook andere gebieden en estuaria gekoloniseerd, waaronder de havens van New York. Europa kwam aan de beurt omstreeks 2005 toen de soort zich in België in het Kanaal Antwerpen-Terneuzen vestigde. In Nederland gebeurde dit in het Noordzeekanaal omstreeks 2006-2007.

Met een diepwaterpomp wordt, om groei van Blauwalg tegen te gaan, koeler water opgezogen uit de diepere delen van de plas. Dit spoelt vervolgens uit de buis langs de recreatiestrandjes met ondiepe oevers weer de plas in

In het gebied van herkomst leven de dieren in baaien en estuaria, zowel litoraal als sublitoraal. Ze zitten grotendeels ingegraven in fijne zand-, modder- of slikbodems en zijn geheel aangepast aan water met verminderde zoutgehalten. Hierdoor nemen ze een gebied in dat door weinig andere schelpdieren wordt bewoond. Vooral in havens zouden ze volgens de literatuur ideale condities treffen, zowel wat betreft watertemperatuur als zoutgehalten. Het optimale zoutgehalte voor de overleving ligt ergens tussen 5 en 15 psu (practical salinity unit). In de literatuur valt hierover nog te lezen dat op plaatsen waar de soort in (te) zoet water leeft weliswaar maximale afmetingen kunnen worden bereikt, maar de dieren zo goed als niet meer in staat zijn zich voort te planten. Je zou kunnen zeggen dat ze in de ideale biotoop (lees: brak water) hun energie gebruiken om zich voort te planten, terwijl ze in zoet water hun energie omzetten in groei.

Inderdaad is het opvallend dat langs de oevers van de Jagersplas geen jonge aanwas werd gevonden. Het kleinst gemeten exemplaar was ruim 4 centimeter (4,5 centimeter is zo'n beetje de standaardgrootte voor volgroeide dieren in brak water). Mogelijk is het zoutgehalte in de wat diepere delen van de Jagersplas anders. Ook is het interessant na te gaan tot welke diepte nog populaties van Rangia voorkomen en in hoeverre het door de diepwaterpomp opgepompte water larven uit de diepte bevat.

De Brakwaterstrandschelp is inmiddels op enkele andere plaatsen in ons land opgedoken - soms letterlijk - maar het aantal vindplaatsen is nog steeds zeer klein. Nieuwe locaties zijn hoe dan ook de moeite waard om door te geven en te onderzoeken. Dat zoiets bijzondere informatie kan opleveren is nu wel gebleken. Om nog even op de recordgegevens terug te komen: tot voor kort werd als maximale grootte van deze soort voor ons land uitgegaan van 6 centimeter. De 'monsters van de Jagersplas' wisten echter met ruim 7,1 centimeter een heel nieuw Nederlands record te vestigen. Dat mag best wel vet worden genoemd, al kan dus niet worden uitgesloten dat deze groei in ondiep zoet water ten koste ging van hun eigen voortplanting.

Recreatiestrandje langs de Jagersplas

Waarnemingen van land- zoetwater- en zeeweekdieren en van alle Nederlandse mariene organismen kunnen altijd gemeld worden via de website van Stichting ANEMOON en via platforms als Waarneming.nl.

Tekst: David Sluis, Ton van Haaren en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Foto's: David Sluis (leadfoto: bij helder weer zijn soms met het blote oog al grote doubletten zichtbaar)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen