Genetische biomonitoring versus conventionele monitoring: casestudie van watermonsters uit stroomgebied Dommel

Naturalis Biodiversity Center
6-JUN-2020 - Analyse van DNA in watermonsters uit het stroomgebied van de Dommel levert gemiddeld tweemaal zoveel vissoorten per locatie op als conventionele monitoring, waaronder enkele opmerkelijke soorten en exoten. Het gaat dan vooral om soorten die in lage dichtheden voorkomen en uitsluitend met DNA kunnen worden aangetoond.
Deel deze pagina

Genetische biomonitoring levert nuttige aanvullende informatie op conventionele monitoring, zo blijkt uit deze casestudie.

Onderzoek naar de visstand

In augustus 2019 hebben waterlab AQUON en milieuadviesbureau ATKB in opdracht van waterschap De Dommel onderzoek gedaan naar de visstand in het stroomgebied van de Dommel. Op 53 trajecten werd met elektrovissen (vissen met elektrische stroom) de visstand bepaald. Op dezelfde trajecten is door ATKB in het veld een liter oppervlaktewater gefilterd, waarbij al het aanwezige organische materiaal werd opgevangen. De filters werden naar BioMon, expertisebureau voor genetische biomonitoring, verstuurd voor environmental DNA-analyse (eDNA-analyse).

Bijzondere soorten met eDNA

De eDNA-analyse toonde in totaal veertig verschillende soorten zoetwatervissen aan. Opmerkelijke soorten uit de analyse betreffen onder andere beekdonderpad (betreft wellicht hybriden met rivierdonderpad), sneep, dwergmeerval, brakwatergrondel (op drie locaties met een lage concentratie vastgesteld), Atlantische forel (in het verleden uitgezet) en zalm (betreft mogelijk consumptievis). Ook zijn zeven exotische vissen vastgesteld.

Aangetroffen vissoorten met het aantal locaties waar ze zijn vastgesteld, met elektrovissen, eDNA of met beide methoden

Vergelijking met elektrovissen

De soortenrijkdom die met eDNA is vastgesteld correleert sterk met die van elektrovissen: op locaties waar met eDNA relatief weinig soorten werden aangetroffen, is dat met elektrovissen ook het geval. Wel is per locatie het gemiddelde aantal soorten met eDNA-bemonstering tweemaal zo hoog als met elektrovissen (respectievelijk 13,6 en 6,6 soorten). Vrijwel alle vissoorten zijn met eDNA op meer locaties vastgesteld dan met elektrovissen. 

In totaal elf soorten zijn uitsluitend met eDNA vastgesteld en niet met elektrovissen. Veelal betreft dit soorten met lage DNA-concentraties die waarschijnlijk in lage dichtheden voorkomen, wat de kans op detectie met elektrovissen verkleint.

Links verschillen in aantal soorten per locatie tussen elektrovissen en eDNA Rechts overlap en unieke soorten voor elektrovissen en eDNA voor alle locaties samen

eDNA-analyse voor amfibieën en zoogdieren

Behalve van vissen is ook DNA van andere gewervelden aangetroffen. Zo werd op zeven locaties de aanwezigheid van de bever vastgesteld, in de Tongelreep, de Dommel en de Nieuwe Leij. Overige soorten bijvangst betreffen onder andere alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bosspitsmuis en rosse woelmuis. De gebruikte primers zijn echter specifiek voor vissen ontworpen, waardoor het beeld voor amfibieën en zoogdieren mogelijk incompleet is en ze op meer locaties voorkomen. Wel toont dit het potentieel van eDNA voor deze soorten.

BioMon is een samenwerkingsverband van Naturalis Biodiversity Center, KWR Watercycle Research, CML Centrum voor Milieuwetenschappen en BaseClear.

Meer informatie

Tekst: Berry van der Hoorn en Kevin Beentjes, Naturalis Biodiversity Center en BioMon; Jako van der Wal, waterlab AQUON; Matthijs Koole, milieuadviesbureau ATKB en Mark Scheepens, Waterschap De Dommel
Foto: Marten Dijl (leadfoto: BioMon genetische biomonitoring)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen