Biodiversiteit verbetert snel, ook bij natuurinclusieve landbouw

Provincie Noord-Brabant
6-JUL-2020 - Kan je in twee jaar al verbetering van biodiversiteit constateren als je landbouwpercelen op een natuurinclusieve manier gaat beheren? Drie studenten Toegepaste Biologie van de HAS Hogeschool in ’s-Hertogenbosch, studeerden af op deze vraag door landbouwpercelen in Hilvarenbeek en in Son en Breugel te onderzoeken. Het Groen Ontwikkelfonds Brabant stelde de middelen beschikbaar.
Deel deze pagina

“Soms is het niet mogelijk om natuur in te richten op plaatsen waar je dat wel zou willen. Dat kan veel oorzaken hebben. In Brabant werken we met een tussenvorm in het Ondernemend Natuurnetwerk. Het is een mengvorm van agrarisch medegebruik en natuurontwikkeling.” Ecoloog en vastgoeddeskundige Jiri van der Drift van het Groen Ontwikkelfonds Brabant, was begeleider van de drie studenten van de HAS Hogeschool die in het voorjaar 2020 de onderzoeken naar twee percelen uitvoerden.

Natuurvriendelijke oever van landbouwperceel in Hilvarenbeek

Resultaat ruim vóór 2027

“De combinatie tussen landbouw en natuur is van twee dingen een beetje. Normaal gesproken onderzoek je na zo’n zes jaar of een inrichtingsmaatregel effect heeft op de biodiversiteit. Biodiversiteit is immers de graadmeter voor de gezondheid van je natuur,” legt Jiri uit. “Maar wij wilden zo lang niet wachten. Enerzijds wilden we zeker weten dat de maatregelen effect hadden, zelfs als dat maar weinig zou zijn. Anderzijds loopt de regeling in 2027 af. Dan moet er dus echt resultaat liggen.”

Onderzoek in een poel in Son en Breugel

Structuuraanpassingen

Regenworm

Daarom werd in 2018 een nulmeting uitgevoerd bij twee percelen die gebruik gingen maken van Ondernemend Natuurnetwerk Brabant. In Hilvarenbeek en in Son en Breugel zouden structuuraanpassingen worden uitgevoerd als de aanleg van natuurvriendelijke oevers en houtwallen. Ook werden kruidenmengsels ingezaaid. In 2018 en dit voorjaar werd op eenzelfde manier onderzocht wat de stand van de biodiversiteit was. Daarvoor werd gekeken naar vegetatie, regenwormen, dagvlinders, libellen, amfibieën en vogels. In een nabijgelegen natuurgebied werden in referentiepercelen dezelfde onderzoeken gedaan.

Regenwormen

“Uit de analyse blijkt dat de totale biodiversiteit en het totaal aantal individuen is toegenomen op alle locaties,” vertelt Amy Lauwers, één van de studenten, enthousiast. “Het effect van natuurvriendelijke maatregelen op natuurinclusieve percelen wisselt per soortgroep. Afhankelijk van de snelheid waarmee een soortgroep zich kan aanpassen, vinden we verschillen. Zo werden in 2020 meer regenwormen gevonden op de percelen dan in 2018. Dat komt waarschijnlijk door het stoppen van het gebruik van kunstmest en het extensief gebruiken van de grond.”

Plantensoorten

 Oranjetipje op een pinksterbloem

In Son en Breugel werden schietwilgen aangeplant en een struweelrand aangelegd, waardoor de structuur van het gebied veranderde. Nu blijkt dat er meer soorten zijn waargenomen dan in 2018. Amy: “Het aantal plantensoorten is toegenomen. Op kwadranten waar een kruidenrijk bloemenmengsel is ingezaaid, is een ontwikkeling tot flora- en faunarijk grasland zichtbaar.
Vergeleken met de nulmeting van 2018 werden ook een hoger aantal plantensoorten op percelen gevonden. “Dit komt mogelijk door het veranderen van het beheer en het inzaaien van het zaadmengsel. Dit inzaaien en de aanplant van de schietwilgen is pas recent gebeurd, dus we denken dat het effect over een aantal jaren nog veel groter zal zijn!”

Vegetatie en vogels

De studenten concluderen dat zowel op de percelen als in het referentiegebied een hoger aantal soorten is waargenomen ten opzichte van de nulmeting. Voornamelijk de soortgroepen vegetatie en vogels bevatten een hoger aantal waargenomen soorten. Vegetatie is hierbij toegenomen met 23 soorten en vogels met 14 soorten. Het totaal aantal soorten dagvlinders en amfibieën is redelijk gelijk gebleven, maar de genomen maatregelen voor deze soortgroepen zijn nog volop in ontwikkeling. “Het voedselaanbod voor vogels is mogelijk wel toegenomen door het extensieve beheer waardoor meer regenwormen aanwezig zijn en mogelijk ook meer insecten. Aangezien vogels een langere levenscyclus hebben dan bijvoorbeeld insecten, duurt het langer voordat bij deze soortgroep effect waarneembaar is.”

Totale biodiversiteit

Over twee jaar wéér

Uiteindelijk sluiten de studenten hun rapport af met de aanbeveling om “over twee jaar nogmaals de biodiversiteit te monitoren in het gebied, zodat mogelijk effect in de vogelpopulatie zichtbaar wordt en het effect op de andere soortgroepen bevestigd kan worden dat er eventueel stabiele populaties zijn gevormd.”

Ooievaar en eend op de natuurvriendelijke oever in Hilvarenbeek

Tekst: Annelies Cuijpers, provincie Noord-Brabant
Foto's en grafiek: Amy Lauwers, Wouter Oe en Donny Dolman: studenten HAS Hogeschool in 's-Hertogenbosch

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen