Vinger aan de pols: op Natura 2000-veldbezoek in Gelderland

Provincie Gelderland
2-OKT-2020 - Om de kwaliteit van de natuur goed te volgen hebben we in Nederland allerlei monitoringsnetwerken ingericht. Dat biedt een schat aan informatie, maar het duurt vaak jaren voordat je gedegen uitspraken kunt doen. Het is daarom heel nuttig om samen met alle betrokken partijen ook regelmatig buiten te kijken hoe het ervoor staat. Dat gebeurt inmiddels jaarlijks tijdens Natura 2000-veldbezoeken.
Deel deze pagina

Provincies stellen voor de beschermde Natura 2000-gebieden een beheerplan vast. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het behouden en ontwikkelen van de natuurkwaliteit. De gebieden zijn eigendom van terreinbeheerders of particulieren en ook het waterschap is vaak betrokken. Dat betekent dat meerdere partijen meedenken, meewerken en aan de knoppen draaien.

De provincies hebben afgesproken eens per jaar samen met beheerders een kijkje te nemen in hun Natura 2000-gebieden. Zo’n jaarlijkse check-up wordt steeds relevanter nu in veel gebieden de geplande herstelmaatregelen (bijna) helemaal zijn uitgevoerd. Een uitgelezen kans om te zien hoe de natuur erbij staat. Maar ook om op een rij te zetten: hebben we afgelopen jaar uitgevoerd wat was afgesproken? Waarom wel/niet? Hoe heeft het uitgepakt? En wat moeten we komend jaar gaan doen? Door samen het veld in te gaan zijn zaken sneller kort te sluiten en ontstaat vertrouwen. Voor elk gebied worden de afspraken vastgelegd in een verslag.

Een excursie is de uitgelezen kans om te zien hoe een gebied ervoor staat en snel zaken kort te sluiten

Vernatten is het devies

In het Wooldse Veen bij Winterswijk zijn de herstelwerkzaamheden bijna klaar, blijkt eind augustus tijdens een veldbezoek van de provincie. Dit voorjaar zijn in de zogenaamde lagg-zone (de overgangszone tussen hoogveen en omgeving) sloten gedempt om water langer vast te houden. Ook is in enkele percelen de fosfaatrijke grond afgegraven. Uiteindelijk moet het gebied richting hoogveenkern steeds natter worden. Komende winter zal blijken of dat daadwerkelijk gebeurt.

Klokjesgentiaan tussen heide

In het hoogveen zelf is het nu vrij droog: door een groot neerslagtekort zakte het water deze zomer geen 20 maar 45 centimeter weg. De ontwikkeling van het actief hoogveen is na drie droge jaren afgeremd. Het herstellende hoogveen in kleine veenputjes heeft het moeilijk. Door de lage waterstanden dreigt het drijvende veenmos vast te groeien aan de ondergrond: het kan dan in het najaar verdrinken als de waterstanden stijgen. In grotere veenputten ziet de ontwikkeling er beter uit. Hier is zichtbaar dat maatregelen uit 2013 (herstel van damwanden) goed hebben gewerkt: oude takken zijn al helemaal door veenmos, veenbes en zonnedauw overgroeid. De verwachting is dat het veengebied zich door de herstelmaatregelen verder kan ontwikkelen en in de toekomst minder kwetsbaar wordt voor droge zomers.

Open water moet wel dichtgroeien

Het Wooldse Veen is in beheer bij Natuurmonumenten, maar vormt één gebied met het over de grens gelegen Burlo-Vardingholter Venn. Ook aan Duitse zijde zijn maatregelen gericht op het vasthouden van water. Dode berkenstammen rijzen op uit het water, precies volgens plan. Wat tegenvalt is de ontwikkeling van lage vegetatie, zoals pitrus en zeggen. Deze is nodig voor veenmosontwikkeling. Als de waterplassen te open worden, ontstaat golfslag door wind en kunnen we een ontwikkeling naar hoogveen vergeten. De deelnemers maken afspraken voor een werkbijeenkomst om na te denken over de vegetatieontwikkeling.

De ontwikkeling van lage vegetatie komt nog onvoldoende op gang

Beek gaat weer meanderen

Ook in Bekendelle (eveneens bij Winterswijk) speelt water een leidende rol. Door het bos slingert de Boven-Slinge. In dit Natura 2000-gebied is de kwaliteit van beekbegeleidende natte en vochtige loofbossen een belangrijk doel. Dit voorjaar is een deel van de oever geschoond van puin zodat de beek weer kan meanderen. Ook is Japanse duizendknoop met een intensieve behandeling verwijderd. De kale oever wordt goed in de gaten gehouden: blijft de exoot weg? De verwachting is dat de oever snel weer dichtgroeit met gewenste vegetatie: de eerste zaailingen steken hun kop al op.   

De oever is vrij van duizendknoop en de Boven-Slinge kan weer meanderen

Het gebied is voor een groot deel in eigendom bij particulieren, bij het veldbezoek vertegenwoordigd door Bosgroep Midden Nederland. Eén perceel is recent door de provincie aangekocht. Samen met een ecoloog wordt bekeken hoe de kwaliteit van het gebied verbeterd kan worden. De bosrand bestaat nu vooral uit brandnetel. Door eik, es en iep aan te planten kan het bos zich verder ontwikkelen. Een zoomvegetatie (overgangsvegetatie) zou hier ook van waarde zijn, wordt benoemd. Dieper in het bos heeft de vegetatie zich al mooi ontwikkeld: brandnetel verdwijnt en maakt plaats voor rietgras en uiteindelijk elzenbroekbos. Er is op korte afstand veel variatie, iets om te koesteren.

Recreatiedruk verminderen

Een knelpunt voor de Bekendelle is al jaren de hoge recreatiedruk. Loslopende honden, auto’s die worden geparkeerd in de natuur en bezoekers die de officiële paden verlaten, waardoor de fauna wordt verstoord en kwetsbare planten bij de beekoevers verdwijnen. De provincie Gelderland wil samen met de eigenaren gaan werken aan een recreatiezoneringsplan om recreanten te verleiden een andere route te kiezen en de kwetsbare natuur te beschermen. De gevolgen voor Natura 2000-doelen zijn daarbij leidend, ook als dat ten koste van recreatie gaat. Dat kan betekenen dat de kwetsbare delen van een oever van de beek worden afgesloten. Er zijn dus voldoende handvatten om komend jaar op voort te borduren. 

Tekst: provincie Gelderland
Foto's: Lotty Nijhuis (leadfoto: Bekendelle Boven-Slinge); Richard Bruins

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen