BMF_Plan Boom, jonge boompjes

Eén miljoen bomen voor de provincie Noord-Brabant

Provincie Noord-Brabant
8-MRT-2021 - In de provincie Noord-Brabant begint de lente dit jaar met 40.000 bomen extra. Als onderdeel van de campagne Plan Boom hebben vrijwilligers namens IVN-Brabant, Brabants Landschap en de Brabantse Milieufederatie de afgelopen weken door de hele provincie bomen aangeplant. Het is het begin van de één miljoen bomen die de provincie de komende tijd rijker gaat worden.
Deel deze pagina

Vrijwilligers aan de slag met jonge boompjes“Binnen vier jaar willen we minstens één miljoen bomen aanplanten in Brabant,” weet Jesper Bekkers. Bij de Brabantse Milieufederatie coördineert hij de actie van Plan Boom, die landelijk binnen deze periode tien miljoen bomen wil aanplanten. De organisaties in de provincie Noord-Brabant gaan voor één tiende deel van dit aantal en zijn alvast begonnen met de 40.000 exemplaren die nu in de grond staan. “De bomen staan verspreid over ruim 35 locaties. Eigenlijk wilden we een grote uitdeel-dag organiseren, maar door de coronamaatregelen kon dat niet. Nu zijn groepjes vrijwilligers coronaproof aan de slag gegaan. We hebben eerst opgeroepen om mooie plaatsen te zoeken voor de bomen. Alle bomen zijn door vrijwilligers aangeplant en mede mogelijk gemaakt door Life Terra en de Nationale Postcode Loterij.

Drie redenen

Aanplanten volgens planHet aanplanten van bomen heeft veel voordelen, somt Marjolein Jellema op. Zij coördineert de actie bij Brabants Landschap. “Op de eerste plaats zijn bomen belangrijk voor het vastleggen van CO2. Maar bomen zorgen ook voor meer biodiversiteit. Niet alleen herbergen levende bomen veel dieren, ook als de bomen dood zijn, zijn ze nog heel belangrijk voor veel planten en dieren. Ze zorgen voor voedsel, een schuilplaats, en zijn een goede biotoop voor kleine organismen. Daarnaast zorgen bomen voor een goede aankleding van het landschap. In deze actie met vrijwilligers kiezen we ervoor om de aanplant te richten op landschapselementen. Omdat we werken met één- á tweejarig bosplantsoen is de aanplant te klein om als solitaire boom te planten.”

Landschapselementen

Er zijn drie mogelijke landschapselementen aangegeven waarin de bomen geplant kunnen worden: een houtsingel, struweelhaag of vogelbosje. Daarnaast is er bij het selecteren van de soorten rekening gehouden met de grondsoort waarin de bomen geplant gaan worden. Marjolein Jellema: “We maakten sets voor zandgrond en voor klei. En bovendien is het niet toegestaan eenstijlige meidoorn aan te planten in de ‘bufferzone bacterievuur’. (Meidoorn is vatbaar voor de plantenziekte bacterievuur, red.). Daar hielden we uiteraard ook rekening mee.”

Houtsingel

De heggenmus broedt graag in houtsingelsDe vrijwilligers kregen nauwkeurige instructies op welke manier de bomen aangeplant moesten worden om als een herkenbaar landschapselement uit te kunnen groeien. “Een houtsingel is een lijnvormige beplanting van verschillende soorten inheemse bomen en struiken, zoals zwarte elzen, vuilbomen en gelderse roos, die waardevol is voor de natuur. Dit is afhankelijk van de breedte en de lengte, maar ook van de opbouw in lagen van de beplanting,” legt Marjolein uit. Houtsingels zijn meestal aangeplant langs perceelsgrenzen en langs sloten. De singels leverden vroeger brand- en geriefhout en zorgden voor bescherming van het gewas op de akker. Kleine vogels zoals heggenmus, winterkoning en zwartkop broeden er graag. Ook voor kleine zoogdieren biedt een houtsingel schuilgelegenheid. Houtsingels kunnen eigenlijk overal in het halfopen landschap worden aangelegd.

Gemengde struweelhaag

Campagne Plan Boom Een ander landschapselement is de gemengde struweelhaag. Jesper Bekkers vertelt: “Heggen zijn er al sinds mensenheugenis, vaak geplant als omheining of afscheiding. Ze zijn er in allerlei vormen en maten, van een strak geknipte liguster- of beukenhaag rond een tuin, tot vrij uitgroeiende hagen (veelal meidoorn), in het landelijk gebied. Voor deze actie gebruiken we de aanplant van een gemengde struweelhaag. Bij deze heggenvorm wordt aanmerkelijk minder gesnoeid. De heggen mogen uitgroeien, waarbij om de zes tot twaalf jaar de heg in zijn geheel wordt teruggezet tot ruim een meter boven de grond. Doordat struweelhagen niet frequent worden gesnoeid, kunnen ze tot bloei komen en leveren ze bessen, waarmee ze voor de natuur van grotere waarde zijn dan de knipheggen.” Afhankelijk van de struiksoorten komen er allerlei dieren op af, zoals vlinders als het bruin zandoogje en atalanta.

Vogelbosje

Groenlingen zijn gek op bessenHet laatste landschapselement dat wordt aangeplant is het vogelbosje. “Een vogelbosje is een klein vlakvormig beplantingselement dat voornamelijk bestaat uit bes- en doorndragende inheemse struiken. Ze bieden voedsel en bescherming. Een bosje meidoorn kleurt in het voorjaar prachtig wit en vraagt nauwelijks ruimte en onderhoud,” weet Marjolein. Kleine zangvogeltjes als de groenlingen en grasmussen profiteren van de dichte structuur van de struiken, bijvoorbeeld als bescherming tegen aanvallen van roofvogels. Maar naast de vogels profiteren ook kleine zoogdieren zoals wezel en hermelijn van de aanwezigheid van de struiken. Vogelbosjes passen eigenlijk overal in het halfopen landschap.

IVN-Brabant, Brabants Landschap en de Brabantse Milieufederatie zijn blij dat de eerste serie bomen is geplant. Volgens Marjolein Jellema van Brabants Landschap zal het niet lang duren voor vrijwilligers opnieuw plaatsen mogen gaan zoeken voor de volgende serie bomen. “We willen echt die één miljoen bomen in vier jaar tijd halen. Ze vormen een geweldige verrijking voor het landschap, waar iedereen blij van wordt!”, besluit Marjolein haar enthousiaste uitleg.

Tekst: Annelies Cuijpers, provincie Noord-Brabant
Foto's: Erik van der Burgt, Plan Boom; Piet Munsterman, Saxifraga