Explosie van zuring in de Eemlandpolder

Kennisnetwerk OBN
21-SEP-2021 - Natuurmonumenten heeft in 2001 een aantal landbouwpercelen in de Eemlandpolder (Ut) omgevormd tot weidevogelgebied. In principe verloopt het weidevogelbeheer tot nu toe succesvol, maar de laatste jaren groeit er steeds meer krulzuring en ridderzuring op de percelen. Het maaisel is daarmee minder geschikt als veevoer. OBN onderzocht het probleem.
Deel deze pagina

Koeien eten geen zuring

Dominantie van ridderzuring“Voor de weidevogels is een overmaat aan zuringsoorten niet zo’n probleem”, zegt boswachter ecologie Tim van den Broek van Natuurmonumenten. “Maar het animo bij de boeren om de graslanden met zoveel zuring te maaien wordt minder, want de koeien vreten dat maaisel niet.” Natuurmonumenten wil voorkomen dat ze straks alles zelf moet maaien en het maaisel naar de stort moet brengen. “Dat is veel duurder en het haalt ook het draagvlak  onder het weidevogelbeheer weg.” We hebben daarom aan het OBN gevraagd om ons te helpen bij het aanpakken van dit probleem. We willen weten waarom we hier te maken hebben met een tamelijk plotselinge dominantie van de krulzuring en ridderzuring. En de volgende vraag is natuurlijk wat we daaraan kunnen doen.”

Ideaal voor krulzuring

Eemland is niet het enige gebied met dit probleem. Explosies van krul- en ridderzuring komen vaker voor op graslanden met een productieve grasmat en weinig ruimte voor kruiden. Een kleiige, periodiek natte bodem met een slechte doorluchting lijkt positief te werken voor de zuringsoorten. Ook is het uitgestelde maaibeheer (tot 15 juni) waarschijnlijk gunstig voor de zuringen, omdat zij dan ongestoord kunnen groeien. Bovendien is er na het maaien van de hol geworden zode veel open bodem aanwezig waarop zuringen kunnen kiemen.

Bodemonderzoek in de EemlandpolderAls eerste stap in het onderzoek analyseerde Emiel Brouwer van onderzoekcentrum B-WARE de bodems van de Eemlandse percelen met teveel krul- en ridderzuring, en ook de bodems van percelen waarop dit probleem niet speelt. Daarna vergeleek hij de resultaten met behulp van landelijke data met de bodemsamenstelling van percelen waar dominantie van gestreepte witbol of pitrus een probleem is. Vervolgens bekeek hij het verschil tussen de actuele bodemmonsters en een aantal monsters die drie jaar geleden al eens zijn genomen in Eemland. Dit voorjaar verscheen het advies.

Verschralingsreeks

De gegevens die het speurwerk opleveren, duidt Brouwer aan de hand van een verschralingsreeks. Als je een landbouwperceel uit productie neemt, is de bodem nog zeer rijk aan stikstof en fosfor en bestaat de vegetatie vrijwel helemaal uit raaigras. Kort na het stopzetten van de bemesting en de extensivering van het beheer, neemt vooral de concentratie makkelijk uitwisselbaar fosfaat en nitraat iets af. Het aandeel Engels raaigras loopt terug, maar andere snel groeiende grassen nemen toe. In de volgende fase van de verschralingsreeks loopt de concentratie nitraat en fosfaat zo ver terug dat planten enige aanpassingen moeten hebben om aan voldoende voedingsstoffen te komen. De best aangepaste, snel groeiende soorten worden dan dominant. Op klei zijn dat soorten als glanshaver, grote vossenstaart of gestreepte witbol. Als de fosfor-voorraad na verdere verschraling op het natuurlijke niveau is beland, ontstaat een soortenrijke gemeenschap met kamgrasweiden en dotterbloemhooilanden.

Het probleem lost zich vanzelf op

De landelijk beschikbare gegevens over krul- en ridderzuring laten zien dat deze soorten alleen voorkomen in een bodem die qua fosfortoestand overeenkomt met het dominantiestadium uit de verschralingsreeks. Dominantie van zuring in de Eemlandpolder is volgens onderzoeker Brouwer daarmee een natuurlijk gevolg van het verschralingsbeheer. Verdere verschraling zou voldoende moeten zijn om het zuringprobleem op te lossen. Hier en daar zijn de typerende soorten van het kruidenrijk grasland al aanwezig, zoals pinksterbloem en smalle weegbree. Doelsoorten als veldzuring, echte koekoeksbloem, rood zwenkgras en reukgras ontbreken nog. Om daadwerkelijk op het gewenste fosfaatniveau voor deze soorten te komen, is nog ongeveer tien jaar verschraling nodig, schat Brouwer in. Ondertussen kan het helpen om het waterpeil wat te verlagen, omdat zuring met de lange penwortel profiteert van fosfaat en ammonium in de zuurstofloze ondergrond. Bij een lager grondwaterpeil kunnen jonge zuringplanten daar niet bij.

Meer informatie

Tekst: Geert van Duinhoven, Kennisnetwerk OBN
Foto's: Tim van den Broek; Haije Valkema