Ga in de winter eens op zoek naar korstjes, waasjes en roesten

Nederlandse Mycologische Vereniging
24-JAN-2024 - De tegenwoordige zachte winters zijn ideaal voor het speuren naar misschien wat veronachtzaamde maar interessante paddenstoelensoorten. Allerlei houtzwammen en korstjes zijn nog in groten getale te vinden. Hoewel dit geen echte winterpaddenstoelen zijn, komen ze vanwege het taaie en bestendige materiaal waaruit ze bestaan goed de winter door.

Winterse buien bedekten vorige week de bodem met een mooi laagje sneeuw. In de nacht vroor het enkele graden en sneeuwde het geregeld waardoor veel wat op de grond ligt aan het oog onttrokken werd. Het nostalgische kraken van sneeuw onder de schoenen klonk bij ouderen als muziek in de oren. In grote delen van ons land hebben we een mooi laagje sneeuw al te vaak moeten ontberen. Toch viel er op het gebied van paddenstoelen meer dan genoeg te beleven. Veel soorten houtzwammetjes en korstjes zijn winterhard. Het was tijd om de takken en stammen eens af te speuren naar deze taaie groep van houtige soorten! Tijdens een wandeling konden er flink wat soorten worden genoteerd, zoals onderstaande. 

Wijdporiekurkzwam

Wijdporiekurkzwam

De Wijdporiekurkzwam (Datronia mollis) is een saprotrofe soort die groeit op de zij- en onderkant van takken en stammen van diverse soorten loofbomen, zoals Beuk (Fagus sylvatica), wilg (Salix), populier (Populus) en els (Alnus), in loofbossen op vochtige tot droge, voedselrijke bodem, maar ook wel in parken. Deze paddenstoel veroorzaakt witrot.  

Korsthoutskoolzwam

Korsthoutskoolzwam

In het begin zijn het grijze, dunne, met wit omrande korsten op het dode hout. Later worden het dikke, zwarte, knoestige plakkaten. Vaak worden deze plakkaten niet herkend als zijnde de Korsthoutskoolzwam (Kretzschmaria deusta). De Korsthoutskoolzwam is een saprotrofe soort op sterk verrotte stronken en stammen van loofbomen. Hij heeft een sterke voorkeur voor Beuk, maar de soort komt ook regelmatig voor op es (Fraxinus) en soms op andere boomsoorten in bossen, lanen en parken op allerlei bodemtypen.

Fopelfenbankje

Fopelfenbankje

Het Fopelfenbankje (Lenzites betulinus) is saprotroof op stronken, stammen en takken van loofbomen. Meestal op die van berk (Betula), maar ook wel op die van eik (Quercus) of Beuk, en soms op enkele andere loofboomsoorten. Ze worden vooral waargenomen op open, droge plaatsen, zoals kapvlaktes en bosranden, maar ook in gemengde bossen en in loofbossen op zandgrond. Ook deze soort veroorzaakt witrot.

De Nederlandse naam zegt het al: bij het omkeren van een vondst van het Fopelfenbankje word je niet, zoals verwacht, geconfronteerd met fijne poriën, zoals bij een Elfenbankje, maar word je verrast met plaatjes. In de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, het noorden van Friesland, Groningen en op de Waddeneilanden komt het Fopelfenbankje maar weinig voor. Het verrassingseffect zal hier wel het grootst zijn. De soort komt in het westen van het land vrijwel alleen voor in de duinen, maar is daar ook niet dik gezaaid. In het oosten, zuiden en midden van het land komt het Fopelfenbankje zeer algemeen voor.

Opmerkelijk is dat deze soort parasitisch groeit op het mycelium van soorten Elfenbankje (Trametes), samen met of na de Elfenbankjes, zoals Rayner & Boddy beschrijven in hun boek Fungal Decomposition of Wood.

Tekst en foto’s: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging