Rood-zwarte, gevleugelde zandbewoners herkennen met de nieuwe soortzoeker wantsendoders
EIS Kenniscentrum InsectenWantsendoders (familie Astatidae) zijn snel bewegende, rood-zwart gekleurde graafwespen die zich graag op kale bodems ophouden. In Nederland komen van oorsprong vier soorten wantsendoders voor, uit de geslachten Astata en Dryudella. Dit zijn de grote wantsendoder, de kleine wantsendoder, de Noorse wantsendoder en de slanke wantsendoder. In 2019 is er een nieuwkomer bij gekomen: de gevlekte wantsendoder.
De grote wantsendoder is een algemene opportunist die je zelfs in stedelijk gebied kan aantreffen, maar om de andere soorten te zien moet je meer moeite doen. De slanke wantsendoder is strikt gebonden aan open zand. Je vindt deze soort langs de kust of op de binnenlandse zandgronden. De kleine wantsendoder is een zeldzame warmteminnaar die je in Limburg en in het oosten van Gelderland kan aantreffen. De Noorse wantsendoder kan juist niet zo goed tegen warmte en is in de afgelopen twintig jaar heel zeldzaam geworden. De gevlekte wantsendoder, ten slotte, is een zuidelijke nieuwkomer met een paar recente vondsten in Zeeland en Noord-Brabant.
Gelijkende soorten
Wantsendoders doen denken aan andere rood-zwarte wespen en bijen die op kale grond rondlopen, zoals spinnendoders, rupsendoders, sprinkhanendoders of bloedbijen. Maar als je goed kijkt, zie je al snel verschillen. Spinnendoders hebben veel langere poten, terwijl rupsendoders een dun steeltje tussen achterlijf en borststuk hebben. Bloedbijen hebben een typische ‘bijenbouw’ met afgeplatte tarsen en een antenne-inplanting die veel hoger op de kop zit dan bij wantsendoders. Vooral sprinkhanendoders kunnen sterk op wantsendoders lijken. Zij hebben echter een proportioneel slanker borststuk, smallere slapen en ze missen de lange, wittige beharing die wantsendoders op hun borststuk en kop hebben. Het is geen toeval dat deze soortgroepen er min of meer hetzelfde uitzien, met hun opvallende rood-zwarte achterlijf. Roofdieren weten immers dat het erg onverstandig is om dergelijk gekleurde beestjes van de grond te pakken, want vooral spinnendoders steken venijnig! En zo komt het dat het kleurpatroon van rondrennende beestjes op kale bodems regelmatig naar rood-zwart is geëvolueerd. Op de kale grond ben je goed zichtbaar, maar met rood-zwart ben je toch veilig.

Wantsendoders herkennen met de soortzoeker
Op het eerste gezicht lijken de verschillende soorten wantsendoders erg veel op elkaar. Met een beetje oefening is het echter mogelijk om ze uit elkaar te houden. De nieuwe soortzoeker wantsendoders helpt hierbij. Deze soortzoeker bevat duidelijke foto’s en illustraties, waarop de onderscheidende kenmerken worden aangeduid. De aan- of afwezigheid van een witte kopvlek bij mannetjes is een belangrijk kenmerk waarmee je de twee geslachten Astata en Dryudella kunt onderscheiden. Ook specifieke cellen in de voorvleugel bieden aanknopingspunten om deze geslachten uit elkaar te houden. Voor dat laatste kenmerk zijn wel scherpe foto’s van de vleugels nodig.
De mannetjes en vrouwtjes zijn goed van elkaar te onderscheiden. De mannetjes hebben libellenachtige, grote ogen die tegen elkaar aan liggen, terwijl de vrouwtjes ‘normale’ ogen hebben die elkaar niet raken. Ook hebben de mannetjes, zoals andere graafwespen en bijen, zeven zichtbare achterlijfssegmenten, terwijl vrouwtjes er zes hebben.

De eerder genoemde nieuwkomer, de gevlekte wantsendoder, is een vreemde eend in de bijt. Het mannetje is onmiskenbaar door zijn groene ogen en de roomwitte vlekken aan de basis van het achterlijf. Daarnaast hebben zowel het mannetje als het vrouwtje witgekleurde aders aan de voorvleugelbasis, die bij de overige wantsendoders donker van kleur zijn. De kans dat je de gevlekte wantsendoder tegen zult komen is voorlopig klein, maar zal vermoedelijk toenemen. De soort heeft zich recent bij onze zuiderburen gevestigd en zal naar verwachting ook delen van Nederland gaan koloniseren.
Leefwijze
De volwassen wantsendoders komen vanaf half mei tevoorschijn en zijn actief tot uiterlijk eind september. Om een vrouwtje te kunnen vinden om mee te paren, maakt het mannetje gebruik van een uitkijkpost, zoals een steen, paaltje of graspol. Het vrouwtje graaft een nest uit in de bodem, waarbij ze doorgaans een voorkeur heeft voor zonnige, steile hellingen. Afhankelijk van de soort worden in het nest een of meerdere nestcellen aangelegd, tot enkele centimeters diep. Het vrouwtje gaat vervolgens op jacht om (vaak onvolwassen) wantsen te vangen en te verlammen. Deze worden naar het nest gebracht en in de nestcel(len) gedeponeerd. De wantsendoder legt een eitje bij de prooi, zodat de later uitkomende larve al van voedsel is voorzien.
Koekoekswespen
Het is echter een kwestie van eten of gegeten worden bij de wantsendoders. Zelf hebben ze te lijden onder goudwespen van de genera Hedychridium en Holopyga, die op hun beurt parasiteren op de wantsendoderlarven door hun eigen eitjes in de nestcellen te deponeren. De goudwesplarve verorbert vervolgens de verlamde wants of de larve van de wantsendoder – of allebei. Verschillende goudwespsoorten zijn gespecialiseerde ‘koekoekswespen’ van verschillende wantsendodersoorten. De grote wantsendoder is bijvoorbeeld het slachtoffer van Holopyga generosa en Hedychridium roseum, die slechts bij uitzondering voor andere gastheersoorten gaan. De plaaggeest van de slanke wantsendoder is Hedychridium femoratum, de Noorse wantsendoder wordt lastig gevallen door Hedychridium cupreum, en de kleine wantsendoder heeft Hedychridium caputaureum als ‘koekoek’. Er zijn in Nederland nog geen goudwespen bekend die het op de gevlekte wantsendoder gemunt hebben.
Waarnemingen doorgeven
Er valt nog veel te ontdekken over het obscure leven van wantsendoders. Waarnemingen van de verschillende soorten zijn welkom. Ze kunnen worden doorgegeven via Waarneming.nl en zijn hard nodig om te begrijpen hoe het met onze wantsendoders gaat. Ziet er iemand ooit nog eens een Noorse wantsendoder, of is het binnenkort klaar met deze ooit wijdverbreide soort? Weet de kleine wantsendoder te profiteren van warme, droge zomers, of blijft ze hangen in het relatief warme zuidoosten van het land? En ben jij de eerste die de gevlekte wantsendoder in jouw provincie tegenkomt?
Meer informatie
- Bekijk de soortzoeker wantsendoders van Nederland.
- Lees meer over wespen en mieren in het boek uit de reeks Nederlandse Fauna: De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata) op de website van EIS Kenniscentrum Insecten.
- Artikel: De gevlekte wantsendoder Dryudella tricolor (Hymenoptera: Crabronidae) nieuw voor Nederland.
- De soortzoeker wantsendoders is gemaakt in het kader van het Jaar van de Wesp (2024). Het Jaar van de wesp is mede mogelijk gemaakt door het Cultuurfonds, het Jacob van Zijverden Fonds en de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting.
- De meeste Nederlandse namen van goudwespen zijn nog in voorbereiding. Vandaar dat we hier de wetenschappelijke namen gebruiken.
Tekst: Bibiche Berkholst, EIS Kenniscentrum Insecten; Flor Rhebergen
Beeld: Alex Moers (leadfoto: mannetje van de zeldzame gevlekte wantsendoder); Dick Belgers; Bibiche Berkholst; Jeroen Helmer
