Neolamprologus pulcher

Vroege interacties tussen broers en zussen bepalen sociale vaardigheden

Wageningen University & Research
26-FEB-2026 - Hoe jonge dieren in hun eerste levensmaanden met hun broers en zussen omgaan, bepaalt hun sociale vaardigheden later in het leven. Dat blijkt uit experimenteel onderzoek met de tropische zoetwatervis Neolamprologus pulcher, gepubliceerd in PNAS. Niet alleen het aantal broers en zussen is van belang, maar ook of zij vrij met elkaar kunnen omgaan.

Voor veel dieren zijn broers en zussen een belangrijk onderdeel van hun sociale omgeving in de vroege levensfase. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat die vroege sociale omgeving een grote rol speelt, maar het was nog niet duidelijk of vooral het aantal broers en zussen of juist de aard van hun onderlinge interacties doorslaggevend is.

“De vroege sociale omgeving wordt vaak als één geheel behandeld,” zegt hoofdauteur en gedragsecoloog Bruno Camargo dos Santos van Wageningen University & Research. “Wij wilden in een experiment uit elkaar halen wat precies het verschil maakt.”

Drie manieren van opgroeien

In het experiment werden jonge vissen uit hetzelfde legsel direct na het uitkomen willekeurig verdeeld over drie sociale omstandigheden, gedurende de eerste drie maanden van hun leven.

Eén groep groeide op met 32 broers en zussen die allemaal direct met elkaar konden omgaan. Een tweede groep bestond uit 8 broers en zussen met eveneens onbeperkt onderling contact. In een derde groep waren er ook 32 broers en zussen, maar verdeeld over vier compartimenten van elk 8 vissen. Zij konden elkaar zien en ruiken, maar alleen binnen hun eigen subgroep direct met elkaar omgaan.

Deze opzet maakte het mogelijk om het effect van groepsgrootte te onderscheiden van het effect van directe sociale interactie.

Drie jonge (juveniele) Neolamprologus pulcher

Groepsgrootte en interactie beïnvloeden sociaal gedrag

Tijdens de eerste drie maanden vertoonden jonge vissen uit de grote groep minder agressief en minder onderdanig gedrag dan vissen uit de andere groepen. Tegelijkertijd vertoonden ze meer verbindend gedrag; ze brachten meer tijd samen door en ze volgden elkaar vaker.

Dit wijst erop dat opgroeien in een grote groep waarin alle broers en zussen vrij met elkaar kunnen omgaan, leidt tot een andere sociale dynamiek dan opgroeien in een kleine groep of in een situatie waarin contact wordt beperkt.

Neolamprologus pulcher-familie

Effecten blijven zichtbaar

Toen de vissen vijf maanden oud waren, testten de onderzoekers hun sociale competentie – hun vermogen om hun gedrag aan te passen aan de sociale situatie. Een grotere, onbekende soortgenoot werd in hun territorium geïntroduceerd, wat altijd tot competitie om dat territorium leidt. In zo’n situatie heeft de kleinere vis vrijwel geen kans om te winnen.

“Door snel onderdanig gedrag te vertonen kan de vis verdere aanvallen beperken en de kans vergroten dat hij als helper in de groep wordt geaccepteerd en in het territorium mag blijven,” legt Bruno Camargo dos Santos uit.

Voor deze soort is acceptatie cruciaal: in hun natuurlijke leefomgeving is leven in een groep essentieel om te overleven.

Vissen uit de grote groep vertoonden vaker onderdanig gedrag wanneer zij agressie ontvingen dan vissen uit kleine groepen. Zij vertoonden ook minder agressie nadat de grotere vis het territorium had overgenomen en werden vaker geaccepteerd. Dit gedrag laat zien dat vissen uit grotere groepen sociaal competenter zijn.

Wanneer sociale interacties in grote groepen werden beperkt, nam de sociale competentie af. Deze vissen namen met hun gedrag een tussenpositie in tussen de kleine en de grote groepen. Alleen bij vermijdingsgedrag leken zij op de grote groep: zij trokken zich minder vaak terug dan vissen uit kleine groepen. Dit laat zien dat voor de ontwikkeling van sterke sociale vaardigheden zowel een groot aantal soortgenoten als de mogelijkheid om met hen om te gaan nodig is.

De basis wordt vroeg gelegd

De studie laat zien dat sociale vaardigheden niet vanzelf ontstaan. Zij worden gevormd in de eerste levensmaanden door sociale interacties, vooral tussen broers en zussen. Opgroeien met veel broers en zussen is op zichzelf niet genoeg; ze moeten ook daadwerkelijk met elkaar kunnen omgaan.

“Sociale competentie is een fundamentele vaardigheid bij sociale dieren, waaronder mensen,” zegt Bruno Camargo dos Santos. “Onze resultaten laten zien dat die al vroeg in het leven wordt gevormd door sociale interacties, vooral met broers en zussen. Vroege ervaringen beïnvloeden hoe goed individuen later in een groep worden geaccepteerd.”

Meer informatie

Tekst: Bruno Camargo dos Santos en Cecile Leuverink, Wageningen University
Beeld: Jaime Culebras (leadfoto: Neolamprologus pulcher); Dik Heg, Dario Josi