Bijenorchis

Nu te zien in de Nederlandse natuur: mediterrane blijvertjes

FLORON
27-MEI-2026 - Klimaatverandering beïnvloedt en verandert onze natuur onherroepelijk. Enerzijds komen nieuwe soorten Nederland binnen, anderzijds verliezen ‘onze’ soorten terrein. Om hier goed mee om te gaan in beleid en beheer, is urgent kennis nodig: welke veranderingen komen voort uit verminderde veerkracht van ecosystemen, en welke zijn, zelfs in gezonde ecosystemen, onvermijdelijk door klimaatverandering?

Klimaatverandering manifesteert zich steeds zichtbaarder. Jaarlijks worden er warmterecords gebroken en net zoals in voorgaande jaren ligt ook dit jaar weer de droogte op de loer. Bijna tegenstrijdig gaat dit gepaard met periodes van zeer hevige regenval en potentiële wateroverlast. Desondanks blijven de gevolgen voor de meeste mensen relatief verborgen. Misschien staat de airco net een tandje hoger, maar gemiddeld genomen gaat het leven gewoon verder. Zo anders is het in de natuur. De oplettende natuurliefhebber ziet hoe klimaatverandering de wereld waarin wij leven nu al onherroepelijk verandert. Ook in de plantenwereld zien we snelle verschuivingen plaatsvinden.

Mediterranisering

Hyacintorchis

De veranderingen verlopen het snelst bij soorten die zich ver kunnen verspreiden. Orchideeën laten dit duidelijk zien. Dankzij hun stofachtige zaadjes kunnen zij kilometers per jaar migreren en zo verschuivende klimaatzones goed bijbenen. Het meest spraakmakende voorbeeld hiervan is misschien wel de Hyacintorchis, die in 2020 opdook in de Nederlandse duinen. Ook de Bokkenorchis en de Bijenorchis, die tot 2000 op slechts een handvol locaties groeiden, hebben zich inmiddels stevig gevestigd in de Zeeuwse Delta. Ze verspreiden zich via duinen en dijken verder door het land.

Het grootste deel van de veranderingen is echter subtieler; lokaal verschuiven de verhoudingen tussen soorten. We zien dat plantensoorten met eigenschappen die ze in staat stellen warmte en droogte te trotseren (pdf: 0,4 MB), zoals een diepe penwortel of aangepaste vormen van fotosynthese – een zogenaamd C4-metabolisme – sterk toenemen. Een markant voorbeeld is het sierlijke gras IJle dravik, dat al lang in de meeste provincies voorkomt en tegenwoordig in grote aantallen te vinden is. Maar de lijst is eindeloos, met onder andere Mosbloempje, Kaal breukkruid, Koningskaars en Zwarte toorts. In het heetst van de zomer, wanneer de grassen verdord zijn door de droogte en de enige groene lichtpuntjes zulke zuidelijke soorten zijn, zou je zomaar kunnen denken dat je naar een mediterraan grasland kijkt: Nederland mediterraniseert.

Klimaatvluchtelingen

Bijenorchis heeft zich in rap tempo in Nederland weten te vestigen. Hier zie je de verspreiding zoals die tussen 1950 en 1955 was. Klik op de kaart om de huidige verspreiding te zien

Naast deze klimaatwinnaars zijn er echter ook soorten die terrein verliezen. Deels heeft dit direct te maken met de stress van warmte en droogte, maar veelal zijn het veranderingen die plaatsvinden op vegetatieschaal. Dit zien we terug in recent onderzoek. In zijn proefschrift laat Wiene Bakker, promovendus aan Wageningen University & Research, zien dat grassen in bermen profiteren van een langer groeiseizoen dankzij warmere winters. Zo duwen ze veel bloemplanten uit de vegetatie en worden veel van onze berm- en dijkvegetaties langzaamaan soortenarmer, zeker wanneer het beheer hier geen rekening mee houdt.

Maar ook complete ecosystemen kunnen het lastig krijgen in de toekomst. Systemen die afhankelijk zijn van regenwater, zoals hoogveen of vennen, vormen daar een voorbeeld van. Die ecosystemen lopen het risico uit te drogen tijdens warme periodes, of juist te overstromen tijdens hevige regenval. Dit heeft grote consequenties voor de soorten die er voorkomen. Verdroging versnelt bijvoorbeeld de afbraak van organisch materiaal, waardoor bomen, struiken en grassen sneller kunnen gaan groeien. De potentiële veranderingen in veel verschillende ecosystemen worden gedetailleerd beschreven in het recent uitgebrachte rapport van het Instituut Natuur- en Bosonderzoek uit België.

De gewetensvraag

Dit stelt ons voor een dilemma: moeten we ons bij deze veranderingen neerleggen, of kunnen we onze natuur er nog tegen wapenen? Bij het beantwoorden van deze vraag schieten we helaas snel in de extremen, terwijl het een complex vraagstuk is. Enerzijds kunnen natuurbeheerders klimaatverandering natuurlijk niet tegenhouden – veranderingen in de vegetatie zullen gaan plaatsvinden. De samenstelling van vegetaties zal in de toekomst blijvend veranderen. Op deze veranderingen moeten we nú anticiperen in natuurdoelen, die anders, in de toekomst, goed natuurbeheer in de weg zullen zitten.

Anderzijds zijn veel ecosystemen momenteel niet ‘gezond’. Niet door het veranderende klimaat, maar door ons eigen handelen. In deze situatie duwen de effecten van klimaatverandering soorten makkelijk over het randje en is het niet terecht ze uitsluitend aan klimaatverandering toe te kennen en onherroepelijk te noemen. Het herstellen van natuur zal soorten weerbaarder maken voor de gevolgen van klimaatverandering. Ook maatregelen die direct helpen de gevolgen van klimaatverandering te bufferen, zoals het herstellen van hydrologische omstandigheden, kunnen positieve effecten hebben.

FLORON-medewerkers gaan zich de komende jaren extra inspannen om te begrijpen op welke veranderingen we moeten anticiperen, en hoe we kunnen leren hoe we onze ecosystemen optimaal beheren om soorten een eerlijke kans te bieden het vol te houden in een veranderend klimaat. We werken graag samen met beheerders en beleidsmakers, neem vooral contact met ons op als je hier ideeën bij hebt.

Koningskaars kan goed tegen langdurige warmte en droogte en profiteert van klimaatverandering

De waarde van waarnemers

Juist dankzij de honderdduizenden waarnemingen van vrijwilligers kunnen we volgen hoe planten reageren op klimaatverandering. Elke ingevoerde waarneming helpt om die veranderingen zichtbaar te maken én beter te begrijpen. Het doorgeven van waarnemingen blijft een van de belangrijkste dingen die jij kunt doen om ons te helpen de gevolgen van klimaatverandering op planten – en de daarvan afhankelijke biodiversiteit – te blijven volgen.

Tekst: Constant Swinkels, FLORON
Beeld: Peter Hoppenbrouwers (leadfoto: bijenorchis (Ophrys apifera); Ed Stikvoort, Saxifraga; Nick van Doormaal, FLORON; NDFF