De natuur holt uit, van binnenuit
Naturalis Biodiversity Center, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)"Er zijn heel veel verhalen over hoe we biodiversiteit verliezen, dus ik wil graag beginnen met het goede nieuws", vertelt Naturalisonderzoeker Kaixuan Pan. Zoals bij veel biologen is zijn liefde voor de natuur geboren bij het bezoeken van de natuur, maar zijn echte kracht zit in zijn talent met de analysesoftware in zijn laptop. Pan kan datasets laten dansen.
Zijn nieuwste analyse laat zien dat de Nederlandse graslanden zich gemiddeld gesproken herstellen, na decennia waarin het alleen maar slechter ging. "We zijn dus in staat om biodiversiteitsverlies om te draaien. Dat is hoopvol nieuws voor iedereen. We naderen de mijlpaal van het jaar 2030 voor de wereldwijde biodiversiteitsdoelen. Om die te halen, moet er niet alleen maar slecht nieuws komen over wat er verloren gaat. We hebben juist ook positieve voorbeelden nodig, die aanzetten tot actie en ons helpen begrijpen wat wél werkt."
Afname
Het slechte nieuws? Daar is er meer van. Als eerste dat in andere gebieden, met name bossen, de biodiversiteitsafname doorgaat. Pan: "Mogelijk dat grasland sneller kan profiteren van natuurmaatregelen omdat gras nou eenmaal een korte levenscyclus heeft dan bomen. Wat er precies aan de hand is, weten we nog niet en zouden we uit moeten zoeken."
Ander slecht nieuws is dat de onderzochte gebieden door de decennia heen niet alleen soortenarmer zijn geworden, maar ook steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. Onze natuur wordt meer en meer een eenheidsworst.
Inventarisatie
Slecht nieuws nummer drie is wat complexer. De database die Pan gebruikte voor zijn recente publicatie in Ecology Letters is de zogeheten Landelijke Vegetatie Databank, een samenvoegsel van inventarisaties van de planten in honderdduizenden gebiedjes. Soms door professioneel ecologen of studenten, maar ook door de onmisbare inzet van vrijwillige burgerwetenschappers.
Ecologen gebruiken een zogeheten 'Species Accumulation Curve' om te laten zien hoe het aantal ontdekte planten- of diersoorten stijgt als je een gebied onderzoekt. In het begin vind je gemakkelijk meer soorten. Dan loopt de curve stijl omhoog. Daarna vlakt hij af, omdat je steeds meer plantensoorten vindt die je al geteld had. Pan stelde zulke curves op voor alle stukjes terrein in die databank. Die curves worden door de jaren heen steeds vlakker: het aantal soorten neemt af, behalve dus in de graslanden.

Corrigeren
Omdat natuurgebieden door de jaren heen vaak zijn versnipperd of gekrompen, kun je oude data niet zomaar vergelijken met die van nu. Door te berekenen hoe de curve verloopt per vierkante meter, konden de onderzoekers de data 'corrigeren' voor het verschil in oppervlakte. En dan komt het echte rotnieuws: zelfs als je corrigeert voor de veranderde grootte van gebieden, vlakken de curves tegenwoordig sneller af dan vroeger. Dat betekent dat er, over een gelijke oppervlakte, simpelweg structureel minder verschillende inheemse soorten overblijven, zelfs in natuurgebieden.
Dat houdt in dat alleen natuurgebieden beschermen niet genoeg is om de daar aanwezige biodiversiteit stabiel te houden. De kwaliteit van de natuur holt uit, ook van binnenuit. Pan pleit daarom voor een ‘Basiskwaliteit Natuur’: de omstandigheden voor planten en dieren moeten verbeterd worden, zowel binnen als buiten de natuurgebieden.
"Alleen kijken naar hoeveel vierkante meters natuurgebied er zijn, is niet voldoende om natuurverlies tegen te gaan en de ambitieuze biodiversiteitsdoelen van de VN voor 2030 te halen", besluit Pan.
Meer informatie
- Lees het gepubliceerde artikel A Century of Shifting Native Species-Accumulation Curves Reveals Long-Term Biodiversity Loss, gepubliceerd op 15 juni in Ecology Letters.
Tekst: Naturalis Biodiversity Center
Beeld: Getty Images
