Chamaenerion angustifolium, Wilgenroosje

Natuurjournaal 11 augustus 2026

Nature Today
11-AUG-2026 - Wilgenroosje wordt twintiger en waar een wilg is ...

Zie je een groep bloeiende wilgenroosjes staan – in juli en augustus goed herkenbaar aan de paarsrode bloemen die in een grote, spits toelopende tros boven aan de stengel staan – dan kan je ervan uitgaan dat dit in feite één plant is. De meerjarige plant groeit vanuit een ondergrondse wortelstok, die in een jaar tijd wel een meter kan groeien en die meer dan twintig jaar oud kan worden! Wilgenroosje is een pionier die verschijnt op kapvlakten, brandplekken in bossen en omgewerkte zandgrond, als de grond maar redelijk vochtig, humeus en mineraalrijk is. Op zo’n kapvlakte bijvoorbeeld gaat de omzetting van organisch materiaal in de bodem vlotter, doordat zonlicht ineens vrij spel heeft en de hitte de activiteit van micro-organismen verhoogt. De Engelse naam voor deze plant is toepasselijk: fireweed. De Nederlandse naam past ook, want de lancetvormige bladeren lijken op het blad van sommige wilgensoorten.

Knotwilgen langs het fietspad

Zeg je schietwilg, dan gaat er misschien niet meteen een belletje rinkelen. Maar heb je het over de knotwilg, dan herkent iedereen die wel. De knotwilg is in feite een op maat gezaagde schietwilg. Laat je een schietwilg zijn gang gaan, dan 'schiet' de boom op den duur twintig meter de hoogte in. Knotwilgen zijn iconen van het Nederlandse cultuurlandschap en meestal in rijen aangeplant langs wegen, sloten en erven. Na een jaar of twee wordt de hoofdstam op een paar meter hoogte afgezaagd. Knotwilgen die in grienden staan, worden lager gehouden, ongeveer een halve meter. Iedere paar jaar wordt er geknot. Het jonge, uitbottende hout wordt gesnoeid en voor allerlei doeleinden gebruikt.

Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Roel Meijer, Saxifraga; Raymond van Olphen, Provincie Overijssel