Meer veilige broedplekken voor meeuwen, minder overlast in steden
Vogelbescherming NederlandHet gaat al langer niet goed met de kleine mantelmeeuw en de zilvermeeuw. Geschikte broedplekken voor deze twee soorten verdwijnen. Dat komt vooral door ontwikkelingen in havengebieden, waar meeuwen al decennialang broeden. Daarnaast groeien sommige natuurgebieden dicht, is er vaker verstoring door recreatie en bereiken vossen vaker broedkolonies, met alle gevolgen van dien. Daardoor staan meeuwen steeds meer onder druk op plekken waar ze juist thuishoren.
Meeuwen landinwaarts door veranderende Noordzee
De zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw horen echt bij de Noordzee. Daar vinden ze hun voedsel en vervullen ze een belangrijke rol: ze ruimen aas op én houden de aantallen van hun prooidieren, zoals krabbetjes en emelten, in balans. Hoe het met meeuwen gaat, zegt veel over de gezondheid van het kustecosysteem. Maar doordat er op zee minder voedsel is, trekken meeuwen steeds vaker landinwaarts. Dat is een duidelijk signaal dat er iets verandert op de Noordzee. Menselijke activiteiten spelen daarbij een grote rol. Visserij, scheepvaart en verstoring, maar ook de aanleg van windparken op zee, beïnvloeden wat er voor meeuwen te vinden is. Deze soorten zijn volledig afhankelijk van de Noordzee, maar tegelijk ook erg gevoelig voor wat daar allemaal gebeurt.
Ook verdwijnen geschikte broedplekken: havens zijn aan het uitbreiden op terreinen waar van oudsher altijd de meeuwen zaten. Daarom is het zo belangrijk dat we werken aan sterke, gezonde meeuwenpopulaties. Niet alleen voor de meeuwen zelf, maar voor het hele Noordzeegebied. “Meeuwen hebben geen best imago, maar ze zijn onmisbaar voor een gezonde Noordzee. Door ze goede broedplekken te geven op de juiste plekken, helpen we niet alleen de meeuwen zelf, maar ook de natuur en mensen”, aldus Sonja Weeda van Vogelbescherming.

Van plan naar praktijk
In 2021 realiseerden natuurorganisaties, terreinbeheerders en havenbedrijven, onder begeleiding van meeuwenonderzoekers, de 'Meeuwenvisie Zuidwestelijke Delta': een plan om meeuwen weer toekomst te geven in het gebied. Dit project kan nu echt worden uitgevoerd met subsidie vanuit Natuurversterking Noordzee, een publiek-private samenwerking tussen het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, industrie en ngo’s die zich inzetten voor het versterken van de Noordzeenatuur. Met een focus op vogels, vissen en bodemdieren werkt het project aan een robuust ecosysteem, die de hele Noordzee versterkt.
Jeroen Vis, programmamanager van Natuurversterking Noordzee: “Met dit programma werken we aan het herstel van meeuwenpopulaties, wat bijdraagt aan een gezonde en veerkrachtige Noordzee. Dit biedt ook ruimte voor toekomstig duurzaam gebruik, zoals de uitbreiding van windparken op zee.”
Het project bestaat uit een aantal concrete maatregelen:
- Meeuwen-'nesthubs' op daken in havengebieden
In de havens van Rotterdam, North Sea Port (Vlissingen) en Antwerpen komen speciale nestvoorzieningen op daken: zogeheten meeuwenhubs. Deze bieden meeuwen een veilige plek om te broeden, zonder overlast voor mensen. Het doel is om in totaal tweehonderd meeuwenhubs te plaatsen. Vogelbescherming Nederland en Vogelbescherming Vlaanderen adviseren bedrijven over de inrichting en het onderhoud. Bedrijven schaffen de hubs zelf aan. - Herstel van broedeiland De Spuitkop, in natuurgebied Markiezaat
Brabants Landschap pakt het broedeiland De Spuitkop aan. Door oprukkende begroeiing te verwijderen en het afgeplagde terrein te behandelen met zout, ontstaat weer open terrein waar de aanwezige kolonie meeuwen kan broeden. Ook andere kustvogels kunnen hiervan profiteren. - Meer rust op Neeltje Jans, Zeeland
Op Neeltje Jans zorgt Natuurmonumenten voor meer rust rond broedkolonies. Dat gebeurt met hekken, borden en aanpassingen bij toegangswegen, zodat recreanten niet door broedgebieden lopen. Ook wordt duindoornvegetatie verwijderd om het dichtgegroeide duin open te houden.
Meer dan alleen meeuwen
Hoewel het project zich richt op meeuwen, profiteren andere vogels mee. Door meer rust en geschikt leefgebied, ontstaan betere omstandigheden voor andere kustbroedvogels, zoals de stormmeeuw en de dwergstern. Bovendien blijft de Zuidwestelijke Delta zo een belangrijk rust- en foerageergebied langs de Noordzeekust, waar veel trekvogels gebruik van maken. 
Leren en delen
Tijdens het project wordt gevolgd of de maatregelen werken en er wordt gekeken naar broedsucces, voedsel en verplaatsingen van vogels. Die kennis wordt gedeeld, zodat succesvolle oplossingen ook in andere gebieden kunnen worden toegepast, zoals in het Waddengebied.
Vogelbescherming Nederland gaat samen met Natuurmonumenten, Brabants Landschap en Vogelbescherming Vlaanderen aan de slag met dit herstelproject voor meeuwen in de Zuidwestelijke Delta. Met steun van ruim twee miljoen euro uit het programma Natuurversterking Noordzee, werken de partners de komende drie jaar aan betere en veiligere broedplekken voor de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw. Dat doen zij in nauwe samenwerking met (haven)bedrijven. Het project loopt drie jaar, omvat drie broedseizoenen en wordt begin 2029 afgerond.
Simpele oplossingen tegen meeuwenoverlast
Ondervind je toch overlast door meeuwen, dan is daar iets aan te doen, zowel individueel als op buurtniveau en met hulp van de gemeente. Zo kun je denken aan de aanwezigheid van gesloten vuilnisbakken, vuilniszakken maximaal een uur voor het vuilnis wordt opgehaald op de stoep zetten en natuurlijk niet voeren. Ook niet indirect, door eten op straat achter te laten.
Tekst: Vogelbescherming Nederland
Beeld: Jelle de Jong (leadfoto: kleine mantelmeeuw (Larus fuscus)): Jan Lok; Ad Sprang
