Het planten van nieuw bos in het Gat van Pinte

Het kostte meer tijd, maar dat levert iets moois op

Staatsbosbeheer
20-MRT-2026 - “Hier planten we nieuw toekomstbos.” Staatsbosbeheer-boswachter Ilse Maas heeft het over het Gat van Pinte bij Terneuzen. Afgelopen maanden is er zo’n 8,5 hectare nieuw bos geplant. Dit project laat goed zien dat nieuw bos planten vaak moeilijker is dan gedacht.

“Tijdens het project kregen we te maken met bezwaren uit verschillende hoeken. Op meerdere momenten is hierover met de omgeving gesproken. Daarna is het plan zo aangepast dat iedereen zich erin kon vinden. Dat kostte tijd ja, maar ik weet zeker dat er nu een beter plan ligt", aldus Ilse.

Nieuw bos

In de Nationale Bossenstrategie is in 2020 afgesproken dat er in 2030 37.000 hectare nieuw bos moet zijn. Het is een onderdeel van het Klimaatakkoord en de provinciale natuurdoelen, bedoeld om meer COop te slaan en zo klimaatverandering tegen te gaan, maar meer bos is ook goed voor de biodiversiteit en recreatiemogelijkheden. Staatsbosbeheer wil daarvan 5.000 hectare voor zijn rekening nemen. Hoewel het niet zo snel gaat als gehoopt, is het de afgelopen jaren toch gelukt voor ruim 1.100 hectare nieuw bos op Staatsbosbeheergrond te zorgen. Ondanks dat de zoektocht naar locaties voor de aanplant van nieuw bos in Zeeland niet eenvoudig is, is het ook daar inmiddels op verschillende plekken gelukt om nieuw toekomstbos aan te planten. Het planten van bos in Zeeland wordt mede mogelijk gemaakt door externe financiers. Bij het Gat van Pinte is dat De Hoop Terneuzen.

Vier jaar geleden gestart

Dat het soms langer duurt dan verwacht voordat een nieuw bos realiteit wordt, illustreert het Zeeuwse Gat van Pinte. Staatsbosbeheer-projectleider Wendy Roelen loopt eind februari samen met boswachter Ilse door het gebied, waar deze dagen de laatste jonge bomen de grond ingaan. Het werk moet afgerond zijn voordat het broedseizoen begint. Wendy: “We zijn vier jaar geleden concreet met het project gestart en pas afgelopen januari konden we beginnen met planten.” Op een kaart wijst ze aan in welke delen bos wordt geplant. “Het plan was in eerste instantie om ongeveer 12 hectare bos te planten, uiteindelijk is dat bijgesteld naar ruim 8 hectare.”

Het Gat van Pinte is een gebied van kreken, rietlanden en graslanden

Goed in gesprek

Dit is een gebied van kreken, rietlanden en graslanden. Ilse: “Historisch gezien is bos in zo’n landschap niet heel logisch. We ontwikkelen hier een nieuw type natuur in een gebied waar al andere natuurwaarden aanwezig waren. Bovendien is bos voor de biodiversiteit niet per se beter dan andere vormen van natuur. Dat maakte het proces gevoelig. Juist daarom was het belangrijk om goed in gesprek te zijn met de omgeving." Ze lopen langs een omrasterd deel waarin hier en daar een eenzame meidoorn staat. “Vandaag of morgen worden hier verschillende soorten loofbomen geplant”, legt Ilse uit.

“Dat hoge raster is de eerste jaren nodig omdat hier veel reeën leven. Die knabbelen aan de jonge takken en schuren tegen de bomen. Als de bomen ouder zijn, kunnen ze daar beter tegen, maar de eerste tijd niet.” Om de loofbomen komt een brede strook met struiken. “Zo zorgen we voor een geleidelijke overgang tussen bos en grasland. Dat is goed voor de biodiversiteit, omdat juist in zulke overgangszones veel verschillende planten en dieren voorkomen. Ze bieden voedsel, schuilplekken en nestgelegenheid voor onder meer vogels, insecten en kleine zoogdieren. De strook struiken zorgt er bovendien voor dat het raster over enkele jaren al aan het zicht wordt onttrokken.” 

Bos is geen typisch Zeeuwse natuur. Hoewel er in de basis vaak wel draagvlak is voor bosaanplant, blijkt het in de praktijk lastiger wanneer er keuzes gemaakt moeten worden tussen bestaande natuur en nieuwe ontwikkelingen. Idealiter plant je bos aan op percelen waar weinig andere natuurwaarden hoeven te wijken. Voor Staatsbosbeheer is die ruimte er in de praktijk echter nauwelijks, omdat er weinig nieuwe gronden kunnen worden aangekocht en het dus moet plaatsvinden binnen bestaande natuurgebieden. Dit heeft geleid tot een lang vergunningsproces.

Bezwaren uit verschillende hoeken

De bezwaren van de omgeving kwamen uit verschillende hoeken. Ze hadden bijvoorbeeld met uitzicht te maken. Een omwonende bleek in een juridisch document het recht op uitzicht vastgelegd te hebben. Een deel van het geplande bos zou hem dat ontnemen. De bezwaren hadden ook te maken met vrees voor de bestaande biodiversiteit. Natuurorganisaties vreesden onder andere dat de kiekendief en de akkervogels last zouden hebben van de voorgestelde veranderingen.

Wendy: “Door over al dit soort bezwaren met de omgeving in gesprek te gaan en de plannen bij te stellen waar nodig, is het nu gelukt om voor nieuw bos te zorgen. Misschien minder dan in eerste instantie bedoeld, maar wel op zo’n manier dat iedereen er min of meer tevreden mee is. Daarnaast is in overleg met de natuurorganisaties besloten om de recreatieroute te verleggen als onderdeel van een zoneringsplan, zodat de rietkraag langs de kreek meer rust krijgt.” En bosaanplant leidt ook tot nieuwe biodiversiteit. Op termijn kunnen zich in het gebied ook soorten vestigen die juist profiteren van de aanwezigheid van bos.

Met een machine worden gaten in de grond geboord, waarna de bomen met de hand in de gaten worden geplant

Bestaande structuren volgen

Ze lopen langs een kronkelige strook omgewoelde aarde. Met een machine worden gaten in de grond geboord, waarna de bomen met de hand in de gaten worden geplant. Er is bewust gekozen om het landschap niet eerst volledig om te ploegen, maar juist de bestaande structuren te volgen en te behouden. Ilse: “Door de vormen van het landschap te volgen en niet te kiezen voor grote vierkante bosvakken, sluiten we aan bij wat er al ligt. Dat is niet alleen landschappelijk logisch, maar zorgt er ook voor dat vleermuizen en de eerder genoemde kiekendieven – die de structuren als vliegroute gebruiken – hier geen last van hebben. Bovendien blijven er zo ook voldoende stukken open grasland over, wat goed is voor insecten.”

Iets verderop is wel ruimte voor een groter stuk bos. In het midden zijn verschillende delen van 8 bij 8 meter omrasterd, de zogenoemde klumpen. Wendy vertelt dat daarin verschillende soorten loofbomen worden geplant. “Daaromheen planten we het vol met populieren. Populieren groeien snel, slaan veel COop en hebben minder last van de reeën. Dit is een experiment, want het is hier te duur om dit hele deel te omrasteren. Daarom hebben we hiervoor gekozen.”

Bosklimaat is milder

Ilse voegt daaraan toe dat de populieren in relatief korte tijd voor een bosklimaat zorgen waarvan de bomen binnen de rasters profiteren. “Een bosklimaat is net iets milder dan het klimaat in open landschap. De bomen zorgen ervoor dat het in een bos vaak net wat koeler en vochtiger is. Dat is bevorderlijk voor de groei van de wat kwetsbaardere, jonge soorten binnen de klumpen. Op de langere termijn is het de bedoeling dat dit hele stuk gevarieerd wordt. Door in de toekomst hier en daar een populier weg te halen, kunnen andere soorten zich via natuurlijke verjonging uitbreiden. Of we planten er wat andere soorten tussen, als dat nodig is.”

Al met al zijn Wendy en Ilse blij met het bos dat nu ontstaat. “Het wordt prachtige natuur met een gevarieerde opbouw met kreken, open weides, poelen, stroken met struiken en delen met bos. Dit project laat zien dat het planten van nieuw bos echt maatwerk is, maar dat je samen met de omgeving tot goede oplossingen kunt komen.”

Tekst en beeld: Staatsbosbeheer