Natuurjournaal 29 juni 2026
Nature TodaySchaatsenrijders leven in sloot, poel en plas. Het is genieten van hun capriolen. Van een afstandje lijkt het of schaatsenrijders vier poten hebben in plaats van zes, zoals het een insect betaamt, maar het voorste paar houden ze gevouwen voor zich. De ellenlange midden- en achterpoten gebruiken ze om razendsnel vooruit te komen. Hun waterafstotende poten, lichtheid en de gelijkmatige verdeling van hun lichaamsgewicht, gecombineerd met de oppervlaktespanning van water, voorkomt dat ze kopje onder gaan. Het is of ze over een dunne trampoline roeien. Overal waar ze een poot neerzetten drukken ze het watervlies in, maar niet genoeg om de aantrekkingskracht tussen de watermoleculen te verbreken. Die verbindingen zijn het krachtigst in schoon water. Zo zie je aan de aanwezigheid van schaatsenrijders meteen hoe het met de sloot gesteld is.

Andere zoetwaterinsecten die je in groepjes kunt tegenkomen, zijn schrijvertjes. Het zijn bolle, glimmend zwarte waterkevers van nog geen centimeter groot, die vooral in stilstaand water leven. Ze bekijken hun wereld haarscherp door wat je als varifocus-ogen zou kunnen beschouwen: een deel voor boven en een deel voor onder water. Helaas zien ze net wat minder scherp in de zone waar die twee werelden samenkomen: het wateroppervlak. Hier komen de korte antennen op hun kop van pas. Het deel van de antennen dat zeer gevoelig is voor golfslag drijft op het water. Zo houden schrijvertjes prooien en vijanden overal in de smiezen. Ze lijken zelfs gebruik te maken van een soort echolocatie, door al cirkelend zelf golfslag te maken en terugkaatsende golven waar te nemen. Van veraf lijken de drukke draaikonten wel een boodschap te schrijven.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Tom Heijnen, Saxifraga
