Opnieuw hitte: een koele stad begint onder de grond
IPC Groene RuimteOp warme dagen verschijnen op sociale media geregeld beelden van mensen die met een infraroodthermometer de temperatuur van hun omgeving meten. Het verschil is opvallend: zonbeschenen asfalt en bestrating worden veel warmer dan oppervlakken in de schaduw van bomen. Zo’n thermometer meet niet de luchttemperatuur, maar de temperatuur van het oppervlak waarop hij wordt gericht. De beelden maken daardoor vooral zichtbaar hoeveel verschil schaduw kan maken voor de opwarming van straten en pleinen.
Schaduw is niet het enige wat bomen doen: via verdamping kunnen ze ook bijdragen aan verkoeling van hun omgeving. Daarvoor hebben ze wel voldoende groeiruimte, een gezonde bodem en beschikbaar water nodig. Maar juist onder de grond zitten hun wortels vaak in de knel. Een beperkte groeiplaats belemmert de ontwikkeling van de boom en daarmee ook de omvang van zijn kroon en zijn vermogen om op warme dagen verkoeling te bieden. Wie meer schaduw en koelte in de stad wil, moet daarom ook ruimte maken voor bomen onder de grond.
Bomen moeten concurreren
De strijd om de vierkante meter in de stad is een stille, maar een felle. Ruimte voor verkeer, parkeren, spelen, water, afval en natuur: het moet allemaal passen binnen dezelfde krappe grenzen. Een aanzienlijk deel van de openbare ruimte is ingericht voor rijdende en geparkeerde auto’s. Tegelijk groeit de behoefte aan bomen voor verkoeling. Beide vragen ruimte, juist daar wringt de schoen.
Groeiplaats eerst
Bij vergroening krijgen bomen in de praktijk nog geregeld een te kleine groeiplaats. Dat levert zelden een volwassen boom op die veel schaduw geeft en door verdamping bijdraagt aan verkoeling. Daarvoor zijn een gezonde bodem, beschikbaar water en vooral voldoende ruimte nodig, zowel boven als onder de grond. Het draait dus niet alleen om het aantal bomen dat wordt geplant, maar vooral ook om de vraag of bomen de kans krijgen om volwassen te worden. Zoals een kroon boven de grond ruimte nodig heeft om schaduw te geven, heeft het wortelstelsel onder de grond ruimte nodig om water en voedingsstoffen op te nemen en de boom te verankeren. Volgens IPC Groene Ruimte zouden ambities voor meer stedelijk groen daarom gepaard moeten gaan met duidelijke uitgangspunten voor de omvang en kwaliteit van groeiplaatsen.

De bekende 3-30-300-regel laat zien hoe belangrijk volwassen bomen zijn voor een groene stad. Volgens deze richtlijn zou iedereen vanuit huis, school of werkplek minstens drie goed ontwikkelde bomen moeten kunnen zien, zou iedere buurt voor minstens 30 procent door boomkronen bedekt moeten zijn en zou iedere woning op maximaal 300 meter van openbaar groen moeten liggen. Vooral die 30 procent is voor de groeiplaats van bomen relevant. Een groot kroonoppervlak ontstaat immers niet vanzelf: bomen moeten voldoende ruimte en goede groeiomstandigheden krijgen om zich tot volwassen exemplaren met brede kronen te kunnen ontwikkelen.
Meer aandacht voor leefbaarheid
Groeiruimte reserveren voor bestaande en nieuwe bomen en deze langdurig beschermen is vanuit het bestrijden van hittestress gewenst. Dat vraagt om keuzes in de openbare ruimte. Meer groeiruimte voor bomen kan betekenen dat er minder ruimte overblijft voor asfalt of parkeerplaatsen. Wie een schaduwrijke, koele en klimaatbestendige stad wil, moet daarom niet alleen ruimte reserveren voor de boom die we boven de grond zien, maar ook voor de bodem waarin hij kan uitgroeien. Met voldoende groeiruimte kunnen volwassen bomen een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van hittestress in de bebouwde omgeving.
Meer informatie
Meer weten over bomen, biodiversiteit en klimaat in de leefomgeving? Bekijk de opleidingen European Tree Technician, European Tree Manager en Adviseur Biodiversiteit en Klimaat van IPC Groene Ruimte.
Tekst en beeld: IPC Groene Ruimte
