Himalayaberken (Betula utilis) langs Blauwe Vogelweg in Leiden

Pollen van stedelijke berk valen niet ver van de boom

Hortus botanicus Leiden
27-SEP-2026 - Onderzoek in Leiden laat zien dat bloeiende berken lokaal voor veel berkenpollen in de lucht kunnen zorgen, ondanks dat hun pollen ook over grote afstanden worden verspreid. Op 25 meter van de bomen werd veel minder berkenpollen gemeten dan dichterbij. Daarom adviseren we om sterk allergene bomen als berken niet in grote aantallen bij elkaar of dicht bij drukbezochte plekken te planten.

Hoe lokaal zijn berkenpollen?

Bomen zijn belangrijk voor een gezonde en koele stad, maar sommige soorten produceren sterk allergeen pollen. In Nederland gelden berkenpollen als de meest allergene boompollen. Bij mensen die allergisch zijn voor berkenpollen, kan blootstelling hooikoortsklachten veroorzaken. Berkenpollen kunnen door de wind over grote afstanden worden verspreid. Daardoor was niet duidelijk hoe groot de bijdrage van berken in de directe omgeving is aan de hoeveel berkenpollen in een straat. Zijn pollen in een straat vooral afkomstig van lokale bomen, of wordt een belangrijk deel aangevoerd van berken die verder weg staan? We onderzochten daarom zowel of straten met verschillende aantallen berken verschillen in de hoeveelheid berkenpollen in de lucht, als hoe de hoeveelheid pollen verandert met de afstand tot een bloeiende berk.

Hortus botanicus Leiden-promovendus Nemi Dorst en Hogeschool Leiden-studenten nemen pollensniffer-samples in de Gekroonde Liefdepoort

Lokaal meten met pollensniffers

Om te onderzoeken hoe berken in de directe omgeving bijdragen aan de hoeveelheid pollen in de lucht, werden op verschillende plekken in Leiden metingen uitgevoerd met draagbare pollensniffers. Tijdens de bloeiperiode van de Himalayaberk (Betula utilis) in het voorjaar van 2025 werden op elf dagen pollen verzameld rond twee naast elkaar groeiende Himalayaberken in de Gekroonde Liefdepoort, een ommuurd hofje in Leiden. Er werd direct bij de bomen, en op 10 en 25 meter afstand gemeten. Een jaar later werd onderzocht hoe het aantal berken in een straat samenhangt met de lokale hoeveelheid berkenpollen. Hiervoor werd gedurende tien dagen gelijktijdig gemeten in drie straten: een straat zonder berken, een straat met één berk en een straat met veertien berken. Met lichtmicroscopie werd bepaald hoeveel berkenpollen werden opgevangen.

Lichtmicroscoopfoto van aangekleurd Betula pendula (ruwe berk) pollen (400 keer vergroting)

Meer berken, meer pollen

In de straat met veertien berken werden significant meer berkenpollen gemeten dan in de straten met één of geen berk. Tussen de straat met één berk en de straat zonder berken werd geen significant verschil gevonden. Op de piekdag werden in de straat met veel berken 2,6 keer meer berkenpollen gemeten dan de hoogste hoeveelheid die in de andere twee straten werd gevonden.

Afstand tot de boom maakt verschil

Ook de afstand tot een bloeiende berk had een duidelijk effect op de hoeveelheid berkenpollen in de lucht. Direct bij de bomen en op 10 meter afstand werden vergelijkbare hoeveelheden berkenpollen gemeten. Op 25 meter was de gemiddelde hoeveelheid berkenpollen echter 78 procent lager dan op 0 en 10 meter afstand. De verspreiding werd daarnaast beïnvloed door de stedelijke omgeving. In het ommuurde hofje circuleerde de wind tussen de bebouwing, waardoor de lokale windrichting afweek van de regionale windrichting. Hierdoor kunnen pollen lokaal anders worden verspreid en mogelijk langer rond de bron blijven hangen. Tijdens piekdagen konden ook op 25 meter nog hoge hoeveelheden berkenpollen worden aangetroffen.

Verspreiding van berkenpollen rond de twee naast elkaar groeiende berken in april 2025 in de Gekroonde Liefdepoort. De grootte van de cirkels geeft het gemiddelde aantal pollenkorrels weer. De cirkeldiagrammen tonen de relatieve aanwezigheid van Betula-soorten op basis van DNA-analyse. De grijze lijnen geven de afstand van de bemonsteringslocatie tot de bron weer. De getallen in of onder de cirkeldiagrammen geven per locatie het aantal monsters aan dat voor DNA-analyse is gebruikt

DNA bevestigt lokale herkomst

Onder de microscoop zijn pollen van verschillende berkensoorten niet goed van elkaar te onderscheiden. Aanvullende DNA-analyse maakte het mogelijk om pollen van de lokale Himalayaberken te onderscheiden van pollen van andere veel aangeplante berkensoorten in Leiden, zoals ruwe berk (B. pendula). Rond de Himalayaberken op de meetlocatie bleek gemiddeld 84 procent van het berken-DNA afkomstig van Himalayaberk, Zelfs op 25 meter afstand was het grootste deel van de geïdentificeerde berkenpollen nog afkomstig van Himalayaberk, terwijl dit niet de meeste algemene berkensoort in Leiden is. Dit bevestigt dat individuele bomen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de hoeveelheid berkenpollen in hun directe omgeving.

De juiste boom op de juiste plek

De resultaten betekenen niet dat gemeenten minder bomen moeten planten of bestaande berken moeten kappen. Omdat het onderzoek op een beperkt aantal locaties is uitgevoerd, kan niet worden vastgesteld of de gemeten verschillen op andere locaties even groot zijn. Wel verwachten we dat ook bij andere berken de hoeveelheid berkenpollen afneemt naarmate de afstand tot de boom groter wordt. Hoe de pollen zich verspreiden, hangt daarbij ook af van de stedelijke omgeving en lokale luchtstromen. Daarom adviseren we om bij nieuwe aanplant de voorkeur te geven aan niet- of weinig allergene boomsoorten. Sterk allergene bomen, zoals berken, kunnen beter niet in grote aantallen bij elkaar worden geplant, omdat dit de lokale blootstelling aan berkenpollen verhoogt. Ook adviseren we om berken op minstens 25 meter afstand van moeilijk te vermijden locaties, zoals scholen en ziekenhuizen, aan te planten. Zo kunnen de voordelen van stedelijke vergroening worden gecombineerd met het beperken van lokale blootstelling aan allergeen pollen.

Meer informatie

Tekst: Nemi Dorst en Barbara Gravendeel, Hortus botanicus Leiden en Naturalis Biodiversity Center; Anne Overduin - de Vries, Leids Universitair Medisch Centrum
Beeld: Anne Overduin - de Vries (leadfoto: Himalayaberken langs de Blauwe Vogelweg in Leiden); Letty de Weger; Martijn van de Velde; Overduin - de Vries en collega's