Anemonen en kokervisie
Stichting ANEMOONBegin augustus maakt Astrid een snuffelduik bij de Zeelandbrug. Rustig zoekend naar een zeenaaktslak of misschien wel een zeepaardje, valt haar oog op een uit het zand stekende dikke koker, als van een kokerworm. Wat er bovenuit steekt lijkt echter verdacht veel op een zeeanemoon. Ook andere duikers zien soms een lange, ruwe, viltachtige ‘slurf’ uit de bodem steken met bovenop een tentakelkrans. Het blijken Viltkokeranemonen te zijn. Maar dan knagen vragen: waarom staan ze er zo treurig bij?
Anemoon in een koker
De Viltkokeranemoon (Synarachnactis lloydii) heeft in tegenstelling tot veel andere zeeanemonen in de Oosterschelde geen steen, schelp of ander hard oppervlak nodig om zich op vast te zetten. Het dier leeft in een zelfgemaakte viltachtige koker die tot 20 centimeter lang kan worden en rechtop in slib of zand staat. Van die koker is vaak maar een deel zichtbaar. Bovenaan zit een tentakelkrans met twee typen tentakels, korte om de mond in het midden en lange aan de buitenzijde. Het kleurpatroon is erg variabel: meerkleurig met bruin, roze, rood, paars, geel, groen, maar ook vaak egaal wit. Bij gevaar trekt het dier zich razendsnel in de koker terug. Ze brengen hun dagen door met het vangen van kleine voedseldeeltjes en plankton die de stroming aanvoert en die vervolgens door de tentakels naar de mond worden gebracht.

Verandering
De laatste tijd viel duikers iets op. Op verschillende plaatsen lijken Viltkokeranemonen er weinig florissant bij te staan. Dieren die normaal met een mooie, volle kroon van tentakels boven de bodem uitsteken, zijn klein, slap of maar gedeeltelijk geopend. Dat roept de vraag op: wat is er aan de hand met onze Viltkokeranemonen? Het (te?) warme water ligt voor de hand als mogelijke oorzaak. Veel zeedieren reageren op de toegenomen watertemperatuur in onze kustwateren. Over de tolerantie en temperatuurvoorkeuren van de Viltkokeranemoon weten we echter maar weinig. Te weinig om te kunnen zeggen dat warmte de oorzaak is. Wel zou de soort een bepaalde mate van vervuiling verdragen. Wordt het treurige uiterlijk door iets anders veroorzaakt?
Bodem vol filterende hoefijzers
Er is nog veel meer verandering zichtbaar op de bodem van de Oosterschelde. Zo zijn op zandige plekken rondom de Zeelandbrug inmiddels grote velden aanwezig van de Zandhoefijzerworm (Phoronis psammophila). Deze dieren – ondanks naam en uiterlijk géén wormen – zijn nog maar enkele jaren in ons land aanwezig. Ze leven eveneens in kokertjes, maar die zitten verborgen in de bodem. Boven het zand steekt een hoefijzervormige krans van tentakels uit, de lofofoor, waarmee ze voedseldeeltjes uit het water filteren. Waar het in 2022 nog ging om kleine groepjes, bedekken deze dieren inmiddels in enorme aantallen grote delen van de bodem. Halen ze zoveel voedsel uit het water dat er minder overblijft voor de Viltkokeranemoon? De vraag wat er gebeurt als een nieuwe soort enorm in aantal toeneemt ontstaat ook bij geïntroduceerde invasieve exoten. Hoefijzers zouden geluk brengen, is hier het tegenovergestelde het geval?

Goed kijken is belangrijk
De Viltkokeranemoon is een soort om in de gaten te houden. Niet alleen omdat het een prachtige verschijning is, maar ook omdat we nog veel niet weten over de omstandigheden die bepalen waar deze anemoon het goed doet. Dan zijn goede waarnemingen belangrijk. Zeker die van duikers die meedoen aan het MOO-project. Zie je tijdens een duik een Viltkokeranemoon? Kijk dan hoe het dier erbij staat. Is de tentakelkrans volledig geopend, wijd uitstralend en stevig? Of is het dier matig ontwikkeld, hangt het slap en/of zijn veel tentakels ingetrokken? En in het laatste geval: hoe ziet de directe omgeving eruit? Zijn er veel Zandhoefijzerwormen aanwezig?
Dat is het mooie van duiken: als MOO-waarnemer let je onder water niet alleen op wat we al kennen. Regelmatig zie je iets waarvan je denkt: hee, dat wijkt af. Of: waarom gaat het met jou niet zo goed? En precies daar kan een interessante ontdekking beginnen. Kortom: hup het water in! Met open blik, dus zonder koker-/tunnelvisie. (Als het zicht onder water het toelaat uiteraard...)
Tekst: Lilian Schoonderwoerd, Astrid Vis en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Marion Haarsma (leadfoto: twee mooi gekleurde vormen van de Viltkokeranemoon in normale toestand in hun karakteristieke, viltachtige kokers); Maria van Eijsden; Bas van der Sanden; Astrid Vis; Marco Faasse
Met dank aan Mick Otten
