Natuurjournaal 12 juli 2026
Nature TodayPinguïns kunnen vliegen, tenminste, als ze behoren tot de microlepidoptera oftewel microvlinders. Het pinguintje vliegt ’s nachts rond en lijkt in rust misschien nog het meest op een vogelpoepje. In het rupsenstadium hebben pinguintjes zich volgegeten aan verschillende soorten wilg, zoals boswilg en schietwilg. De link met deze waardplanten is terug te vinden in het tweede deel van hun wetenschappelijke naam, Hedya salicella. De rupsen beschermen zich door zich in eerste instantie in een knop, katje of scheut te boren. In een later stadium spinnen ze een aantal nieuwe scheuten stevig bijeen tot een tentje, of verschuilen ze zich onder opgerold ouder blad, zodat natuurlijke vijanden ze niet kunnen pakken en ze veilig kunnen overwinteren. Het pinguintje behoort dan ook tot de bladrollers. De vlinders komen op licht af en vliegen in één generatie, tot in september.

Het wekkertje dat je wél graag hoort afgaan, is een mooie veldsprinkhaan die als een van de eerste sprinkhaansoorten in het jaar actief wordt. Al hoor je er misschien eerder een tuinsproeier in, wat dan weer mooi bij de zomer hoort. Hoor je in het ene stuk grasland wél wekkertjes tjirpen en in het stuk grasland daar vlakbij niet, dan kan dat iets zeggen over het maaibeheer op beide terreinen. Als er stroken gras met rust zijn gelaten, dan konden de eitjes die daar in de toplaag van de aarde of aan de basis van graspollen zijn afgezet goed overleven. Er zijn geen maaimachines overheen gegaan en de eitjes zijn daar niet bloot komen te liggen en uitgedroogd. Als je helemaal geen wekkertjes hoort, ben je wellicht op de verkeerde plek: ze komen in ons land vrijwel uitsluitend boven de grote rivieren voor.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Zoran-Bozovic, Saxifraga; Paul Westrich, Saxifraga
