Explosie in Oosterschelde door 'gasvlam-naaktslak': het Blauwtipje

Stichting ANEMOON
14-JUL-2026 - Duikers zijn fan van zeenaaktslakken, met hun grillige vormen en vaak exotische kleuren. Een favoriete soort is het Blauwtipje. De uitsteeksels op de rug lijken op blauw oplichtende gasvlammetjes. Hoewel die niet branden, is nu wel sprake van een explosie. De aantallen in de Oosterschelde zijn deze zomer namelijk explosief gestegen. Het is nu dé tijd voor een (reis)tripje naar het Blauwtipje!

Duikers die de afgelopen weken in de Oosterschelde onderdoken, is het niet ontgaan: het Blauwtipje (Antiopella cristata) lijkt dit jaar extreem talrijk. Eerst vielen vooral grote, volwassen dieren op, samen met hun kenmerkende eiersnoeren. Inmiddels zijn op veel duiklocaties duizenden kleine exemplaren te vinden. Dit massale voorkomen van een van de meest iconische zeenaaktslakken in de Oosterschelde roept de vraag op: waardoor wordt dit veroorzaakt?

Kennismaking

Blauwtipjes zijn relatief kleurloos, op de uiteinden van de rugpapillen en de reuksprieten na. Ze worden in onze wateren tot ongeveer 7 centimeter groot. Op de kop staan 2 lange, met lamellen bezette 'reuksprieten' (rhinoforen). Vrijwel het hele verdere lichaam en de kop is bedekt met lange, opgezwollen papillen. Alleen op de staart en het midden van de rug ontbreken ze. De papillen en reuksprieten hebben een blauwwit iriserende top, waardoor het soms net brandende gasvlammetjes lijken. Duikers die op deze soort letten, herkennen ook de karakteristieke eisnoeren. Dat zijn dunne, lange kralenkettingen met omgebogen U-vormige lussen. Ze worden afgezet op het voedsel, of in de buurt daarvan. In elk kraaltje kunnen tot 250 eitjes zitten. Lange snoeren kunnen tot 160.000 embryo's bevatten.

Nu meer voedsel?

Het voorkomen van zeenaaktslakken hangt samen met de beschikbaarheid van voedsel. Blauwtipjes leven van kolonievormende mosdiertjes (Bryozoa). Als de gegeten mosdiertjes algemeen voorkomen, kan dat uiteraard leiden tot gunstigere omstandigheden voor het Blauwtipje.

Mosdiertjes staan de laatste jaren steeds meer in de belangstelling. Onderzoekers beschouwen ze als gevoelige indicatoren van veranderingen in het mariene milieu. Sommige mosdiersoorten lijken te profiteren van zachtere winters. Ze krijgen een langer groeiseizoen, terwijl andere eerder gevoelig zijn voor mariene hittegolven of veranderingen in de waterchemie. Hoewel klimaatverandering kan leiden tot verschuivingen in soortensamenstelling en verspreiding, zorgt dit niet simpelweg voor meer mosdiertjes. In de Noordzee worden de laatste jaren veel mosdiersoorten aangetroffen op kunstmatige harde substraten zoals wrakken, boorplatforms of de funderingen van windmolens. Die bieden uitstekende vestigingsmogelijkheden voor diverse organismen, wat kan leiden tot nieuwe of vergrootte leefgebieden. Lokaal kunnen populaties van mosdiertjes dan sterk toenemen, zonder dat klimaatverandering de (enige) verklaring hoeft te zijn.

Links: volwassen Blauwtipje met daaronder het karakteristieke eiersnoer, rechts: twee kleine Blauwtipjes op zoek naar voedsel, deze maand gefotografeerd in de Oosterschelde

Tijdelijk broedsucces

In de Oosterschelde zijn geen windparken. Wel verandert het gebied al decennialang. Sinds de aanleg van de stormvloedkering zijn onder meer de stromingssterkte, de helderheid van het water en de samenstelling van de levensgemeenschap onder water veranderd. Uit langjarige monitoring blijkt dat sommige soorten afnemen, terwijl andere tijdelijk of plaatselijk sterk kunnen toenemen. Massale uitbreidingen van één soort komen in de Oosterschelde vaker voor. De momenteel uitzonderlijk grote aantallen van het Blauwtipje kunnen tijdelijk zijn en hoeven niet door maar een enkele oorzaak te worden verklaard. Een periode met veel grote, volwassen dieren kan ook eenvoudigweg hebben geresulteerd in een zeer succesvolle voortplanting, met extreem veel nakomelingen.

Kleine volwassenen?

Opvallend is dat veel exemplaren momenteel slechts enkele millimeters groot zijn. Hoewel dat sterk doet vermoeden dat het om jonge dieren gaat, hoeft dit niet per se het geval te zijn. Volgens de Britse expert Bernard Picton kan het Blauwtipje onder bepaalde omstandigheden al bij een kleinere lichaamsgrootte geslachtsrijp zijn. We zitten momenteel in een periode waarin het zeewater snel en vroeg warm is geworden. Dieren uit warmere gebieden blijven gemiddeld kleiner dan exemplaren uit kouder water. Misschien speelt dat effect hier wel mee.

Concurrentie

De omstandigheden voor mosdiertjes lijken dit jaar gunstig. Ook andere naaktslakken die van mosdiertjes leven, zoals de Gestippelde mosdierslak (Thecacera pennigera), zijn op dit moment talrijker dan anders in de Oosterschelde. Het is mogelijk dat de enorme dichtheden van het Blauwtipje hebben geleid tot voedselconcurrentie. Als het voorkeursvoedsel, zoals het Spiraalmosdiertje (Crisularia plumosa) schaars wordt, schakelen de slakken over op andere mosdiersoorten. In theorie zou een minder voedzaam dieet er ook toe kunnen bijdragen dat Blauwtipjes kleiner blijven. En er zijn behalve voedselaanbod nog veel meer invloeden. De rol van exoten en veranderende stroming bijvoorbeeld. Op dit moment weten we simpelweg niet welke factoren een rol spelen bij de huidige explosieve ontwikkeling van de populatie Blauwtipjes in de Oosterschelde.

Waarnemen, waarnemen!

Juist omdat we nog lang niet alles weten, zijn waarnemingen van onder andere sportduikers en snorkelaars zo waardevol. Als veel duikers hun waarnemingen, liefst met foto's en locatiegegevens, vastleggen, ontstaat een beter beeld van de omvang van deze opleving. Misschien blijkt achteraf dat 2026 de boeken ingaat als een 'uitzonderlijk Blauwtipjesjaar'. Of misschien is dit het begin van een langere trend. Dat zal de tijd moeten uitwijzen. Onderaan dit bericht leest u hoe u uw waarnemingen kunt doorgeven.

Verwondering

Voorlopig blijft vooral de verwondering over. Wie nu in de Oosterschelde duikt, maakt een natuurverschijnsel mee dat zelfs ervaren duikers nooit eerder hebben gezien: een explosie van duizenden Blauwtipjes, variërend van grote volwassen dieren tot piepkleine exemplaren, die met hun karakteristieke gasvlammetjes extra kleur geven aan de Nederlandse onderwaterwereld.

Onder: Blauwtipje, rechtsboven een andere mosdiereter: de Gestippelde mosdierslak (Thecacera pennigera); en wie goede ogen heeft ziet links nog een mosdierliefhebber: het Wrattig tipje (Janolus hyalinus)

Meer informatie

  • Al uw waarnemingen kunnen worden doorgegeven aan Stichting ANEMOON via ons invoerportaal.
  • Waarnemingen van zeenaaktslakken kunt u ook doorgeven op Blauwtipje.nl, de website met dezelfde naam als het onderwerp van dit natuurbericht.

Tekst: Lilian Schoonderwoerd en Brendan Oonk, Stichting ANEMOON
Beeld: Marion Haarsma (leadfoto: een Blauwtipje met de typerende gasvlammetjes aan de uiteinden van de papillen); Lodewijk Roelen; Lilian Schoonderwoerd; Marco Faasse