grauwe ganzen

Evaluatie ganzenfoerageergebieden: effect verschilt per provincie

BIJ12
28-JUL-2026 - Het effect van ganzenfoerageergebieden verschilt sterk per provincie. Het succes hangt af van meerdere factoren, zoals de grootte en ligging van het gebied, het gedrag van ganzen en de uitvoering van beheer. Dat blijkt uit een evaluatie die in opdracht van BIJ12 is uitgevoerd door Sovon Vogelonderzoek Nederland en Altenburg & Wymenga.

In negen provincies zijn ganzenfoerageergebieden aangewezen. Hier kunnen ganzen in de winter rusten en voedsel zoeken. Buiten deze gebieden mogen ganzen vaak verjaagd worden. Het doel is dat ganzen naar de foerageergebieden gaan, zodat schade aan landbouwgewassen vooral daar plaatsvindt.

Grootte en ligging

De evaluatie laat zien dat er grote verschillen zijn tussen provincies. Vooral in Fryslân, Gelderland en Zeeland maken ganzen veel gebruik van foerageergebieden. De gebieden zijn daar relatief groot en liggen op plekken waar ganzen van nature al veel voorkomen.

In andere provincies zijn foerageergebieden vaak veel kleiner of minder gunstig gelegen. Daardoor zijn ze mogelijk niet aantrekkelijk voor ganzen. De dieren verblijven in die provincies vaak buiten de aangewezen gebieden, zelfs als ze daar verjaagd worden.

Gedrag van ganzen

Ook het gedrag van ganzen speelt een rol in het succes van foerageergebieden. De grauwe gans verspreidt zich van nature meer dan andere ganzensoorten. Daardoor komt deze soort relatief weinig voor in de foerageergebieden. Tegelijk is dit de ganzensoort die in de meeste provincies de meeste schade aan landbouwgewassen veroorzaakt.

Uitvoering van beheer

De aanpak van ganzen buiten de aangewezen gebieden is ook een belangrijke factor. Het verjagen van ganzen gebeurt daar vaak beperkt en niet goed afgestemd. Daardoor lijkt het verschil tussen rust binnen en onrust buiten de foerageergebieden kleiner dan bedoeld. Naast veiligheid spelen ook de afstand tot slaapplaatsen en het voedselaanbod een belangrijke rol bij de keuze voor een gebied.

Gebruik

De verwachting was dat ganzen verstoring leren vermijden en daardoor steeds vaker gebruikmaken van foerageergebieden. In dit onderzoek komt dat leereffect in de meeste provincies niet duidelijk naar voren: het gebruik van de foerageergebieden door ganzen is in de loop van de jaren nauwelijks toegenomen.

Schade

Toch wordt meer dan de helft van de schade aan voorjaarsgras vastgesteld binnen foerageergebieden. En dat terwijl deze gebieden gemiddeld slechts 7 procent van het voor ganzen geschikte gebied beslaan. Ook ligt de schade per gans in de aangewezen gebieden hoger dan daarbuiten.

Het verschil tussen schade binnen en buiten de aangewezen gebieden komt waarschijnlijk doordat boeren binnen de gebieden vaker een tegemoetkoming aanvragen. Buiten de gebieden is de schade mogelijk meer verspreid, minder groot en wordt het minder vaak gemeld.

Vervolg

BIJ12 heeft de evaluatie laten uitvoeren in opdracht van de provincies. De uitkomsten bieden provincies aanknopingspunten om het ganzenbeleid te verbeteren.

Meer informatie

Tekst: BIJ12
Beeld: Piet Munsterman, Saxifraga (leadfoto: grauwe ganzen)