Huismussen pikken zaden uit vruchten van gehoornde klaverzuring

Canon van de Stadsnatuur: ode aan voegenvullers en dakvlieders

Hortus botanicus Leiden
25-OKT-2026 - De eerste prefect van de Hortus botanicus Leiden begon ruim vier eeuwen geleden met de aanleg van een plantencollectie die inmiddels meer dan 17.000 planten omvat. De nieuwste prefect maakt korte metten met de misvatting dat tuinvlieders geen echte natuur zouden zijn en breekt een lans voor voegenvullers en dakvlieders.

In de afgelopen twaalf maanden schreven Hortus prefect Barbara Gravendeel, evolutiebioloog Menno Schilthuizen en natuurschrijver Dick de Vos gezamenlijk de Canon van de Stadsnatuur. In vijftig vensters laten zij de lezers zien dat onze steden bruisen van het leven. Kamer- en tuinplanten verwilderen en uit het zuiden migrerende 'klimaatschuivers' ontmoeten elkaar.

Veranderende rol van stadsplanten door de eeuwen heen

Van muurpeper tot kruipklokje en van slaapkamergeluk tot straatchampignon – iedere soort opent een venster, waarin hun opkomst en veranderende rol in het stadse ecosysteem belicht worden. Zo zetten de eerste stedelingen muurpeper en huislook op het dak als bliksemafleider. De moderne stadsmens gebruikt deze vetplantjes echter om het stedelijke hitte-eilandeffect mee te bestrijden.

Huislook en steenbreekvaren

Vroeger werd het blad van steenbreekvarens, die wortelen in de voegen van muren rond kruidentuinen, geoogst voor bereiding van hoestdranken. Nu vind je ze in levende groene wanden in kantoortuinen. Daar helpen ze onze concentratie te verbeteren door geroezemoes te dempen en zuurstof en stress-reducerende stoffen te produceren.

En gele kamille, ooit geteeld om wol en andere stoffen mee te verven, is tegenwoordig een veelgebruikte voedselplant in natuurvriendelijke bermen voor wilde bijen, vlinders en zweefvliegen.

Gele kamille met wilde bij

Snelle aanpassingen aan menselijke omgeving

Speciale aanpassingen, ontstaan door razendsnelle evolutie, zorgen ervoor dat wilde dieren en planten in onze steden overleven. Met DNA-onderzoek is te reconstrueren hoe dat verloopt. Plantenverzamelaar Franz von Siebold had een kwekerij in Leiderdorp, waar hij Japanse duizendknopen uit Nagasaki verkocht. Eén stek arriveerde in 1832 in de Leidse Hortus. Deze plant is vrouwelijk en heeft tot voor kort, bij gebrek aan stuifmeel, nooit zaden geproduceerd. Vanaf het begin is deze plant jaarlijks teruggesnoeid. Dit individu kan daardoor onmogelijk de voorouder zijn geweest van alle verwilderende Japanse duizendknopen in Europa. DNA-onderzoek bevestigt dat.

Functioneel vrouwelijke bloemen (links) en vruchten (rechts) van Japanse duizendknoop

Andere plantenjagers verzamelden halverwege de negentiende eeuw ook Japanse duizendknopen. Deze kwamen van de berg Fuji en hebben tweeslachtige bloemen, die wel stuifmeel produceren. Omdat planten met tweeslachtige bloemen oprukken, beginnen er nu langzaam meer vruchten op Japanse duizendknopen in de Lage Landen te verschijnen.

Nieuwe relaties tussen wilde dieren en planten in de stad

Muurpeperspitsmuis, een snuitkever op vetkruidenSoorten in onze steden, afkomstig uit de hele wereld, raken op elkaar ingespeeld en kunnen het steeds beter met elkaar vinden. Zo hebben huismussen geleerd om de vruchtjes van kosmopolitische klaverzuringen te openen door er met hun snavel tegenaan te tikken. Ook ontstaan er ‘groendakspecialisten’, zoals muurpeperspitsmuis en sedumdwergcicade, die weten te overleven tussen vetplantjes boven op flats en kantoorgebouwen. Op deze insecten komen stadsvogels jagen, die zoden lostrekken, waarna stukjes dakplant naar beneden waaien en als ‘dakvlieders’ elders weer wortelschieten.

De mens als sleutelsoort van het stedelijke ecosysteem

Steden bevatten tal van nieuwe niches voor wilde planten en dieren. De rol van de mens bij het creëren van al die nieuwe leefplekken is cruciaal. Het wringt dan ook een beetje dat de gemiddelde stedeling nog maar weinig oog heeft voor stadsnatuur. Om Bibi Dumon Tak, die het voorwoord schreef, te citeren: "In de stad komt de natuur vanzelf naar je toe." Nergens is het dus makkelijker om er een band mee op te bouwen! De vijftig vensters van de Canon van de Stadsnatuur gaan over planten en dieren die de meeste mensen wel herkennen, zonder echter een idee te hebben van hun geschiedenis. Nieuwsgierig geworden? Check het inkijkexemplaar.

Tekst: Barbara Gravendeel, Hortus botanicus Leiden
Beeld: Arian Jacobs-Brouwer; Eric Brandes; Barbara Gravendeel; Patrick Waardenburg; Pavel Krasensky