Raadsel Marmerschelpen onderzocht
Stichting ANEMOONIn 2023 en 2024 viel het opeens op: Marmerschelpen op schelpenpaadjes! Dat was nieuw voor Nederland. Gewoonlijk zijn schelpen op schelpenpaadjes 'oud'. Veelal zijn het losse tweekleppigen (Bivalvia), oud tot heel oud, soms fossiel. Maar de Marmerschelpen die sindsdien opeens op schelpenpaden liggen zijn helemaal niet oud. Er zitten regelmatig doubletten tussen en hier en daar is zelfs sprake van 'nog geurend' materiaal. Het raadsel was des te groter omdat deze soort tot op dat moment zo goed als onbekend was in ons deel van de Noordzee. Niemand wist dat er mogelijk hele populaties voorkwamen.
Uitgebreid onderzoek
Om dit raadsel op te lossen is een uitgebreid onderzoek gestart. Hoewel het een malacologisch onderwerp betreft – malacologie is de studie van de weekdieren – was het onderzoek breder van aard. Er is zowel met een biologische als met een geologische en zelfs archeologische blik gekeken. Het schelpenmengsel op de paden – door de schelpenwinners soms aangeduid als 'kleischelpen' – werd, behalve op de schelpsoortensamenstelling, ook geanalyseerd op andere zeedieren, botten, aardewerk en grind. Tientallen meldingen van mensen die ook Marmerschelpen op schelpenpaadjes in ons land vonden zijn bekeken en onderzocht. Er is op meerdere manieren getracht de herkomst in zee van het opgezogen materiaal te achterhalen.
Publicatie
De onderzoeksresultaten zijn samengevat in een artikel in het tijdschrift 'Afzettingen' van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie, Jaargang 47(3) oktober 2026. In dit artikel zijn ook andere organismen besproken en afgebeeld, waaronder mosdiertjes, kalkkokerwormen, fragmenten van zeesterren en kreeftachtigen. Hetzelfde geldt voor fossiele botfragmenten, kiezen en geweiresten. Ook het aanwezige grind is onderzocht, waarbij honderden stukken vuursteen en andere zwerfstenen zijn geteld en bekeken. Van de aardewerken resten zoals potscherven, die ook tussen het materiaal op schelpenpaadjes aanwezig waren, werd het archeologische bereik bepaald. Uiteraard ging veel belangstelling uit naar de schelpen. Monstermateriaal werd gedetermineerd, en waar mogelijk werd bovendien de ouderdom van fossiele soorten bepaald. Naar de herkomst van de Marmerschelpen werd aanvullend onderzoek gedaan.
Welke schelpenpaden?
Het gepubliceerde onderzoek geeft inzicht in de soortensamenstelling van op paden gestorte kleischelpenmengsels op diverse locaties in Leiden-Noord, Noordwijk, Oegstgeest, Voorhout en Zoetermeer, in de jaren 2023 en 2024. Dat zijn niet de enige plaatsen waarvandaan na de oproep meldingen van de Marmerschelp binnenkwamen. De meldingen op paadjes zijn grofweg in twee gebieden verdeeld. Ze zijn veel gevonden in Noord- en vooral Zuid-Holland (eerste gebied) en aan de andere kant in noordelijk Nederland, met name de Waddeneilanden (tweede gebied). Er kwamen meldingen van ongeveer dertig verschillende waarnemers van de volgende locaties: Amsterdam, Callantsoog, Den Haag, Haarlem, Hellevoetsluis, Katwijk aan Zee, Kennemerduinen, Leiden, Voorhout, Marker Wadden, Noordwijk, Oegstgeest, Rijnsburg, Zoetermeer en uit het noorden van Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland en Wolvega.

Nog niet voorbij
Een belangrijke vraag is of we te maken hebben met een tijdelijk gegeven. Dat wil zeggen, komen er vandaag de dag nog steeds schelpen en doubletten op schelpenpaadjes voor? Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. De afgelopen maand was het weer raak: op schelpenpaden in de Coepelduynen nabij Katwijk bleken honderden schelpen en tientallen doubletten aanwezig. Gab Mulder, een van de ontdekkers van het eerste uur, verzamelde bijna vijftig doubletten.
Opgezogen in zee?
Materiaal voor schelpenpaden wordt gewoonlijk opgezogen door schelpenzuigers in onze eigen wateren. De plekken waar schelpen gewonnen mogen worden in Nederland zijn vastgelegd in concessies. Hierbij moet aan allerlei voorwaarden worden voldaan. De hoeveelheden schelpen zijn afgegrensd, er mag alleen met sleephopperzuigers in diepere geulen (5 meter onder NAP) gewonnen worden. Bekende levende schelpdierbanken worden ontzien – het te winnen materiaal ('kleischelpen') betreft oude schelpen. In Noord-Nederland liggen in de kustzone drie aangewezen wingebieden: 1) van noord naar zuid: de diepe geul tussen Schiermonnikoog en Ameland en aan de Noordzeezijde daarvan; 2) idem tussen Vlieland en Terschelling; 3) Marsdiep tussen Texel en Den Helder, westelijk van Texel en de noordpunt van Noord-Holland.

Resultaten
Uit het onderzoek kwam naar voren dat in de praktijk vooral schelpen worden gevist in diepe zeegaten. Met betrekking tot de Marmerschelpen op de Hollandse schelpenpaden trekken de onderzoekers de conclusie dat dit komt uit een diepere toevoergeul naar het Marsdiep met een bodem van grof zand, grind en schelpen. In hoeverre het materiaal uit noordelijk Nederland uit andere diepe geulen komt, bijvoorbeeld tussen Vlieland en Terschelling, is niet met zekerheid te zeggen.
Laatste vragen
Een slotconclusie van het onderzoek is dat de kleischelpen met Marmerschelpen in Noord- en Zuid-Holland inderdaad afkomstig kunnen zijn van de door de schelpenhandel aangegeven locatie, 1 tot 3 kilometer ten zuidwesten van Den Helder. Daarmee is het bestaan van een populatie vastgesteld van een tweekleppige die eerder niet uit ons Noordzeegebied bekend was. Het is opmerkelijk dat deze soort niet is aangetroffen in gebiedsdekkende schelpdierensurveys. Vermoedelijk is er jaren geleden een broedval geweest van larven vanuit zuidelijke gebieden. Deze schelpen zijn nu tussen de 4 en 6 centimeter groot. Maar kennelijk is er ook aanwas ter plaatse: bij het materiaal van Katwijk-Coepelduynen bevonden zich diverse kleinere doubletten en kleppen. Er heeft zich dus een onopvallende populatie gevestigd en ontwikkeld, mogelijk ook in andere diepere geulen met veel grof oud schelpenmateriaal. De populaties hebben zich daar tot op de dag van vandaag ten minste deels weten te handhaven. Alleen uiterst gericht onderzoek ter plaatse kan de laatste vragen over dit opmerkelijke voorkomen in ons deel van de Noordzee beantwoorden.
Tekst: Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON, Gab Mulder, Bert van der Valk en Wim Kuijper
Beeld: PICTAN (leadfoto: enkele van de onlangs gevonden doubletten van de Coepelduynen, op een preprint van het artikel over het onderzoek in 'Afzettingen' van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie); Wim Kuijper; Gab Mulder
