De laatste vlinders
De Vlinderstichting
Er zijn vlinders die als imago, als vlinder dus, overwinteren. Op mooie, zonnige momenten kun je die nog actief zien. De meeste zijn al weggekropen in hun overwinteringsplek. Gehakkelde aurelia en citroenvlinder zoeken voor de winter groenblijvende struiken of houtstapels of takkenbossen. Dagpauwoog en kleine vos gaan in holle bomen, en in schuurtjes en op zolders. Daar kun je ook het roesje vinden, een nachtvlinder.
Verder zijn er nog vlinders die voor de winter zullen sterven en zich nu nog proberen voort te planten. De koolwitjes bijvoorbeeld, maar ook het bont zandoogje en de kleine vuurvlinder zijn daar voorbeelden van. En er worden nog bijna dagelijks koninginnenpages doorgegeven, maar dan gaat het niet meer om vlinders maar om rupsen en heel af en toe een pop.
De rupsen van de koninginnenpage zijn erg opvallend en worden veel gevonden in tuinen en moestuinen. Volgroeide rupsen zijn groot en fel gekleurd. Die zie je niet snel over het hoofd. De pop is veel onopvallender. Deze zit soms op de plant waarop de rupsen hebben gegeten, kervel of dille bijvoorbeeld, maar meestal kruipen die een tot enkele meters weg om zich tegen paaltjes of in struiken te verpoppen. Daar zitten ze veilig, want uit deze poppen komen pas in april de nieuwe vlinders.
Er komen nu regelmatig meldingen van eitjes. Dan gaat het vaak om eitjes van de sleedoornpage. Deze zijn opvallend wit en er zijn vlinderaars die speciaal op pad gaan om eitjes van de sleedoornpage te zoeken en te tellen. De vlinder is namelijk best lastig te zien te krijgen en door de eitjes te tellen krijg je een goed beeld van waar deze zeldzame soort voorkomt.
Ook de eikenpage overwintert als ei, maar die eitjes zitten vaak hoog in de boom bij de eindknoppen van eikentakken en daar kom je niet zo makkelijk bij. De eitjes van de sleedoornpage zitten op ooghoogte in de sleedoornstruiken en dat maakt het vinden een stuk makkelijker.
Tekst en beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting
