Nat gras of natte voeten in Zuid-Limburg?

ARK Natuurontwikkeling
25-OKT-2020 - In het Geul- en Gulpdal in Zuid-Limburg werkt ARK aan natuurlijke maatregelen om water langer vast te houden op hellingen. Samen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten verwijderen we oude drainagesystemen zodat de graslanden weer water kunnen vasthouden. Dat voorkomt wateroverlast in de dalen na stortbuien, en hopelijk verleiden we zo ook de zwarte ooievaar om de grens over te steken.
Deel deze pagina

Drainagebuizen deden ooit dienst onder landbouwgrondIedere Nederlander die regelmatig op de fiets zit heeft het regenpak dit jaar al meermaals mogen gebruiken. De herfst is begonnen en dat gaat gepaard met buien, van miezerregen waar je stiekem ontzettend nat van wordt tot stortbuien alsof je een douche neemt. Stortbuien of piekbuien waarbij in korte tijd een enorme hoeveelheid water valt, soms meer dan twaalf millimeter water in vijf minuten, komen door klimaatverandering steeds vaker voor. Wanneer zo’n stortbui in het Heuvelland van Zuid-Limburg valt, verzamelt al dat water zich razendsnel onderaan de hellingen in de waterlopen. Het gevolg is dat de riviertjes snel overstromen en er acute wateroverlast is. De grote hoeveelheid water zorgt daarbij ook voor het uitschuren van de beekbodem waardoor grondwater diep wordt afgevangen en de flanken van de riviertjes verdrogen. Maar dat kan anders. Door regenwater langer vast te houden op de plateaus en hellingen bereikt het water veel geleidelijker de riviertjes in de dalen. De kans op extreme hoogwaterpieken en wateroverlast wordt hierdoor kleiner. Ook wordt het grondwater minder diep afgevangen wanneer de beken en riviertjes minder uitgeschuurd worden.

Van droog grasland naar nat grasland

Daarom werkt ARK in het Geul- en Gulpdal hard aan natuurlijke maatregelen om water langer vast te houden op plateaus en hellingen, met Europese financiering en een extra bijdrage van de Nationale Postcode Loterij. Naast het planten van bomen en struiken en het verruimen van beekbeddingen worden er ook oude drainagesystemen verwijderd. De drainagebuizen hebben ooit dienst gedaan voor waterafvoer, om natte graslanden geschikt (of productiever) te maken voor landbouw. Inmiddels zijn de graslanden echter teruggegeven aan de natuur en mogen ze weer natter worden. Samen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, die deze graslanden in hun bezit hebben, proberen we zoveel mogelijk drainagesystemen te verwijderen. In het onderstaande filmpje vertelt ARK’er Imke Nabben over hoe dat in zijn werk gaat. 

Drainagebuizen verwijderen in het Geuldal (Bron: ARK Natuurontwikkeling)

De bodem wordt weer een spons

Een gezonde bodem is als een spons: hij kan veel water opnemen en vasthouden. Door het verwijderen van drainagebuizen die het water snel afvoeren kan de bodem zijn oorspronkelijke sponsfunctie weer goed vervullen. Zeker nu we door klimaatverandering met extremer weer te maken hebben, is dit geen overbodige luxe. Extreem droge zomers zullen vaker voorkomen en dan is zo’n watervoorraad in de bodem van groot belang. Het water kan na het weghalen van de drainagebuizen weer een natuurlijke weg gaan zoeken door de terreinen. Dat levert afwisseling van natte en minder natte stukken bodem op, met leefgebied voor méér verschillende soorten wilde planten en dieren.

Verwijderde drainagebuizen

Zeldzame soorten profiteren

Behalve regenwater wordt ook kwelwater (mineralenrijk grondwater) door drainages afgevangen en afgevoerd. Dit kwelwater mag zich nu weer in de bodem van de graslanden verspreiden en aan de oppervlakte komen in natuurlijke laagtes. Waar kwelwater tot boven de bodem komt en het langer nat blijft, ontstaan groeiplekken voor soorten zoals echte dotterbloem, adderwortel, moerasspirea, moeras-vergeet-mij-nietje, veldrus, echte koekoeksbloem, watermunt, beekpunge, en kattenstaart. Een lust voor het oog en een paradijs voor vele soorten insecten en vogels. Afgelopen zomer zijn er in graslanden langs de Geul meerdere waarnemingen gedaan van de moerassprinkhaan, een soort die goed gedijt in natte graslanden en dus komende tijd zal profiteren van het werk van ARK; net als de zwarte ooievaar die regelmatig langs de Geul in Mechelen en Epen foerageert. Wie weet kunnen we deze bijzondere vogel met meer natte graslanden verleiden om vanuit het Waalse Geuldal ook in Nederland te komen broeden.

Moerassprinkhaan

Tekst: Imke Nabben, ARK Natuurontwikkeling en Gaby Bollen, Natuurmonumenten
Foto's: Jelle de Jong (leadfoto: zwarte ooievaar); Imke Nabben; Rudmer Zwerver, Saxifraga

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen