Nature Today

Drielandenpark Limburg geschikt voor marters

ARK Natuurontwikkeling
28-OKT-2012 - Kleine marterachtigen lijken steeds zeldzamer te worden. Uit veldonderzoek door de Werkgroep Kleine Marterachtigen in het Drielandenpark bij Vaals blijkt dat dit gebied geschikt is voor kleine marters.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door ARK [land] op [publicatiedatum]

De kleine marterachtigen lijken in Nederland steeds zeldzamer te worden. Uit veldonderzoek door de Werkgroep Kleine Marterachtigen (WKM) in het Drielandenpark in Limburg blijkt dat dit gebied geschikt is voor kleine marters. Tijdens een onderzoek werden onder andere wezel en hermelijn gevonden.

Wezel (foto: Rollin Verlinde, Zoogdiervereniging)In de periode van 29 september tot 7 oktober 2012 is op uitnodiging van ARK Natuurontwikkeling een veldonderzoek uitgevoerd door de WKM in het uiterste zuiden van Limburg. Het terrein Wolfhaag bij het Drielandenpunt van ARK en de Frankenhofmolen van het Limburgs Landschap werden onderzocht. De Wolfhaag kenmerkt zich door ruig grasland met kleine beekjes, ruigtes, doornhagen en graften dat extensief begraasd wordt door hooglanders. Dit natuurgebied loopt over in het Vijlenerbos met een structuurrijke bosrand waar nog hazelmuizen overleven. De Frankenhofmolen is een erf met een hoogstamboomgaard, bosbeek, doornhagen en vochtig ruig grasland.

Door een groep van tien vrijwilligers werden een honderdtal sporenbuizen en livetraps voor muizen uitgezet, samen met twaalf lifetrap-vallen voor wezel en hermelijn. Ondanks het aanhoudende slechte weer werd succes geboekt. In beide terreinen werd met sporenbuizen de aanwezigheid van wezels aangetoond!

In Wolfhaag werd met een zogenaamde Mostela, een grote houten kist met cameraval, een wezelmannetje opgenomen in een ruigtestrook van brandnetels. Met cameravallen langs de rand van het Vijlenerbos en in het beekdal van de Frankenhofmolen werden steenmarters, een bunzing, dassen, een eekhoorn en een vos opgenomen.
Daarnaast werden veel muizen gevangen: veel rosse woelmuizen en enkele gewone bosmuizen, grote bosmuizen, dwergmuizen, aardmuizen en een bosspitsmuis. Het aantal muizen dat in een gebied zit, geeft een beeld van de voedselbasis voor de kleine marters.

De laatste dag werd prachtig afgesloten met de gezamenlijke waarneming van een hermelijn op het terrein van de boswachtershut van Staatsbosbeheer. Een unieke waarneming!

Het is erg moeilijk om deze kleine rakkers waar te nemen. Aangezien in één weekend verscheidende waarnemingen werden gedaan van alle aanwezige marterachtigen geeft dit de indruk dat ze het goed doen in deze gebieden.
Gebieden die extensief begraasd worden of waar het kleinschalige agrarische landschap nog aanwezig is, leveren opgaande structuur, ruigte, voedsel en beschutting, het leefgebied dat ze nodig hebben. Goed voor muizen en kleine marters!

Lees ook: Onderzoek naar kleine marterachtigen in gang gezet

En bezoek het Drielandenpark zelf.

De Werkgroep Kleine Marterachtige van de Zoogdiervereniging (WKM) zet zich in voor de kleine marterachtigen. Men vermoedt dat het al jaren slecht gaat met deze soorten maar dit is moeilijk te onderzoeken. WKM vraagt meer aandacht voor deze zoogdieren en ontwikkelt nieuwe onderzoeksmethoden.

Tekst: Erwin van Maanen, WKM en Bram Houben, ARK
Foto: Rollin Verlinde, Zoogdiervereniging
Video: Jeroen Mos

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen