Nature Today

Kraai de slimste van de vogelklas

16-JAN-2014 - Gedragsbiologen noemen hen 'gevederde primaten' en het volksgeloof schrijft hen mythische intellectuele capaciteiten toe: kraaiachtigen zouden de bollebozen uit de vogelklas zijn. Twee neurobiologen van de Universiteit van Tübingen hebben daar nu bewijs voor. Kraaien zijn in staat om razendsnel te denken.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie [land] op [publicatiedatum]

Gedragsbiologen noemen hen "gevederde primaten" en het volksgeloof schrijft hen mythische intellectuele capaciteiten toe: kraaiachtigen zouden de bollebozen uit de vogelklas zijn. Twee neurobiologen van de Universiteit van Tübingen hebben daar nu bewijs voor. Kraaien zijn in staat om razendsnel te denken. 

Dat dieren, of meer bepaald vogels, daadwerkelijk kunnen nadenken wordt al vele jaren onderzocht aan de hand van intelligentietests. Zo werden al heel wat constructies bedacht met voedersilos, waarbij bijvoorbeeld Mezen of Boomklevers allerlei truukjes moeten verzinnen om op een vastgelegde volgorde aan het voedsel te geraken. Vergelijk het met de Putter die zijn tonnetje water ophaalt aan een koordje, of natuurlijker nog; met sommige Darwinvinken die met een stokje insecten uit hun holletje dwingen.

Kraaiachtigen worden door gedragsbiologen wel eens de “gevederde primaten” genoemd. Ze zijn slimmer dan de gemiddelde vogelsoort. Ze gebruiken gereedschappen, zijn in staat om de locatie van verschillende foerageerplaatsen te onthouden, en passen hun sociale agenda aan naargelang hoe de rest van de groep zich gedraagt. Dat is verrassend: vogelhersenen zijn immers aanzienlijk anders gestructureerd dan de hersenen van zoogdieren en primaten, waarvan we al veel beter weten hoe ze zich gedragen of profileren in functie van een gemeenschap.Van kraaien wordt al langer gezegd dat ze kunnen tellen, maar ze blijven de wetenschap verbazen. (foto: Leo Janssen)

De twee wetenschappers, Lena Veit en professor Andreas Nieder, waren de eersten om de psychologie achter dit intelligent vogelgedrag in kaart te brengen. Dat deden ze door twee kraaien uitgebreide geheugentests te laten uitvoeren op een computer. De kraaien moesten telkens één basisfiguur onthouden, waarna er verschillende tests met twee figuurtjes volgden, één ervan gelijk aan de basisfiguur, de andere ervan verschillend. Maar de regels veranderden geregeld: soms moesten ze de basisfiguur selecteren om de proef succesvol te doorstaan, soms niet. Die moesten ze met hun snavel aanduiden op een touchscreen.

De kraaien switchten probleemloos naargelang de spelregels werden gewijzigd, ze vervulden beide taken met glans. De test bleef ook succesvol nadat de figuren werden vervangen door andere. Naargelang de keuze in de oefening bij de basisfiguur lag of niet, verplaatste de hersenactiviteit zich meteen naar andere cellen. Zelfs in die mate dat de onderzoekers op voorhand konden bepalen welke keuze de kraai zou maken. Hiermee werd aangetoond dat kraaien in staat zijn om zich extreem te kunnen concentreren, en ze een hoge mentale flexibiliteit aan de dag kunnen leggen. Het gaat om een niveau dat zelden wordt geëvenaard in de dierenwereld, en dat zelfs inspanningen vraagt voor de mens.

De studie, die verscheen in Nature Communications, presenteert hiermee heel nieuwe inzichten in de evolutie van intelligent gedrag. “Doordat een lange evolutionaire geschiedenis ons scheidt, worden vele functies bij vogels op een andere manier uitgevoerd. Het zijn nog de rechtstreekse afstammelingen van de dinosauriërs,” zegt Lena Veit. “Dat betekent wel dat vogelhersenen ons kunnen leren welke invloed een verschillende anatomie kan uitoefenen op de ontwikkeling van intelligent gedrag”. Kraaien en primaten hebben dan wel een verschillend type van brein, de cellen die ‘het beslissen’ bepalen, zijn verrassend gelijkend.

Kraaiachtigen, dus ook Eksters, zijn slim. Misschien wel de sleutel achter hun succes. (foto: Dieder Plu)
Heel leerzaam dus. Dit weerspiegelt een algemeen principe: bepaalde functies ontwikkelen zich doorheen de geschiedenis op een andere manier om hetzelfde te bereiken. “Zoals we op vlak van aerodynamica in staat waren om bruikbare conclusies te trekken uit de verschillende structuur in de vleugels van vogels en vleermuizen. Door de verschillen en de gelijkenissen in de werking van de verschillende hersenzones in kaart te brengen, kunnen we hier tot interessante bevindingen komen over hoe de verschillende types breinen echt werken”, aldus Professor Andreas Nieder.

Zit er zo'n slimmerik in je tuin? Dat kan je ontdekken tijdens Het Grote Vogelweekend op 1 & 2 februari.

Tekst: Gerald Driessens, Natuurpunt Studie
Foto's: Leo Janssen, Dieder Plu

Naar:
Lena Veit & Andreas Nieder: Abstract rule neurons in the endbrain support intelligent behavior in corvid songbirds. Nature Communications; DOI: 10.1038/ncomms3878.

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen