Nature Today

Opnieuw meer uilen na rampjaar 2013

6-JUN-2014 - 2013 was een rampjaar voor de broedende uilen in Vlaanderen. Er werden nauwelijks eieren gelegd en lang niet alle jongen die toen geboren werden, hebben het gehaald. Maar na een uitzonderlijk zachte winter, een goed notennajaar en een heuse boost van de muizenpopulatie, lijkt dit jaar de inhaalslag helemaal ingezet. Vooral Kerk- en Steenuilen hebben dit voorjaar meer jongen dan gemiddeld.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Steenuilenwerkgroep van Natuurpunt & Kerkuilwerkgroep van Vogelbescherming Vlaanderen [land] op [publicatiedatum]

2013 was een rampjaar voor de broedende uilen in Vlaanderen. Er werden nauwelijks eieren gelegd en lang niet alle jongen die toen geboren werden, hebben het gehaald. Maar na een uitzonderlijk zachte winter, een goed notennajaar en een heuse boost van de muizenpopulatie, lijkt dit jaar de inhaalslag helemaal ingezet. Vooral Kerk- en Steenuilen hebben dit voorjaar meer jongen dan gemiddeld.

We voelden het eigenlijk wel aankomen: eind 2013 beleefden we opnieuw een goed notennajaar - wat er overigens voor zorgde dat vogels deze winter meer eten konden vinden in het bos, en wegbleven uit de tuinen tijdens Het Grote Vogelweekend. Maar daarnaast kregen we ook een uitzonderlijk zachte winter én een prachtige lente gepresenteerd. In maart waren er daardoor al veel vlinders actief. Er werden dus ook vroeg eitjes gelegd en rupsen waren overal te zien. En ook bij nachtvlinders was dat het geval. Rupsen vormen een proteïnerijke voedingsbron, niet alleen voor vogels maar ook voor muizen. Heel snel volgde er dus een explosie van de muizenpopulatie. En die muizen vormen dan weer het basismenu voor onze uilen. Het startsignaal om aan een superseizoen te beginnen was dus al zeer vroeg gegeven.

Steenuilen hebben dit jaar grotere legsels. Ze zijn vaker overdag te zien om voldoende prooien te kunnen vangen, daar horen voor deze soort ook insecten en wormen bij. (foto: Dieder Plu)

Jongen van de Bos- en Ransuil vlogen eind april al uit. De jongen van de Steen- en de Kerkuil verlaten rond dit ogenblik het nest. Dat is minstens een maand vroeger dan in een ‘normaal’ jaar. Daarnaast zijn ook de legsels dit jaar groter dan normaal. Door de uitzonderlijke voedselsituatie kunnen de uilen een extra risico nemen en leggen ze een eitje meer. Dat was welkom na een jaar zonder reproductie.

Voor de Bosuil was het volgens Hugo Van Bochaute, die de Bosuilkasten in het Hallerbos in Vlaams-Brabant opvolgt, een eerder ‘normaal’ jaar voor die soort. Niet uitzonderlijk maar uiteraard veel beter dan vorig jaar, toen het ook voor de Bosuil een rampjaar was. Waarschijnlijk is het resultaat minder feestelijk dan bij de andere uilen, omdat Bosuilen al vroeg in het jaar (eind februari tot begin maart) overgaan tot de eileg en toen moest de lente nog beginnen.

Voor de Ransuil loopt het gevoelig vlotter dit jaar. Vanaf valavond wordt op heel wat plaatsen de klagende bedelroep van de jongen gehoord. Om ons een idee te geven wat de dichtheid en de spreiding betreft, zijn die waarnemingen welkom op www.waarnemingen.be. Maar overweeg zeker om waarnemingen te vervagen zodat de vogels optimaal van de nodige rust kunnen genieten.

Steenuilen leggen in een doorsnee jaar maximaal 5 eieren. Dit jaar werden al verschillende legsels van 6 eieren aangetroffen. De jongen groeien goed en op veel plaatsen vliegen nu kroosten uit van 4, 5 of zelfs 6 jongen. Dit jaar werd zelfs voor het eerst een "vervanglegsel" vastgesteld van de Steenuil en dat is zeer uitzonderlijk. Eerder had het vrouwtje, dat 6 eieren bebroedde, het legsel verlaten. Mogelijk is het mannetje overleden en dan krijgt het broedende vrouwtje geen eten meer aangeleverd op het nest. Het duurde slechts drie weken voor deze vogel op 5 verse vervangeieren begon te broeden.

Kerkuilen leggen meestal 5 eieren, soms 6, maar dit jaar werden al legsels gevonden van 7 en 8 eieren. Zo’n jonge Kerkuil eet vijf muizen per nacht. Met 7 jongen wil dit zeggen dat de oudervogels, die pas beginnen jagen rond 23 uur, wanneer het pikdonker is, 35 muizen moeten vangen. Rond 5 uur ’s morgens, wanneer het licht wordt, stopt de jacht en moet de teller (met de oudervogels meegerekend) bijgevolg op 45 muizen staan.
Op strategische plaatsen worden kerkuilnestkasten geplaatst, die door vrijwilligers van de van de Kerkuilwerkgroep worden gemonitord.(foto: Jean-Sébastien Rousseau)
Toch zien we nog steeds de gevolgen die de strenge winter 2012–2013 en het slecht broedseizoen van 2013 hadden op de Kerkuil. Veel traditionele broedplaatsen bleven dit jaar nog leeg. In veel nestkasten is geen spoor van de vogels. Het lijkt erop dat de populatie toen een serieuze deuk gekregen heeft. Maar het herstel kan dus snel gaan: mogelijk volgen er dit jaar nog tweede broedsels van de Kerkuil. Als het muizenaanbod zo goed blijft als het nu is, wordt in juli mogelijk een tweede reeks eieren gelegd. Dat zou de populatie weer helemaal op de rails kunnen krijgen.

Tekst: Philippe Smets, Steenuilenwerkgroep van Natuurpunt & Kerkuilwerkgroep van Vogelbescherming Vlaanderen
Foto's: Dieder Plu & Jean-Sébastien Rousseau

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen