Het is een uitstekend jaar voor muizen en vogels profiteren daarvan
Sovon Vogelonderzoek Nederland, STONE Steenuilenoverleg Nederland, Vogelbescherming NederlandDe aantallen van muizen wisselen van jaar tot jaar, met zowel piek- als daljaren. Vóór 1956 hadden de pieken van bijvoorbeeld veldmuizen een regelmatig driejarig karakter, maar daarna verdween die regelmaat. Het ingrijpend veranderde landgebruik sinds 1950, maar ook klimaatverandering – zoals toegenomen neerslag en warmer wordende winters – zijn daar debet aan. Deze eeuw hebben we inmiddels aan aantal piekmomenten gehad: 2004, 2007, 2014 en 2019, waarbij pieken soms sterk regionaal voorkwamen. Dit jaar lijkt het hele land zeer muizenrijk te zijn. 2026 kunnen we dus aan de lijst van muizenrijke jaren toevoegen.
Veel muizenetende vogels reageren heel direct op een toename aan muizen. Doordat er opeens veel meer voedsel is te vinden, neemt de legselgrootte bijvoorbeeld toe en vliegen er meer – vaak goed doorvoede - jongen uit. Hierdoor kunnen de aantallen van een soort weer hoger zijn in het jaar volgend op een veldmuizenpiek. Soorten als velduil, torenvalk en steenuil profiteren, maar ook andere soorten reageren op de (veld)muizenpiek, zoals ooievaars en kerkuilen. In dit artikel gaan we dieper in op de ontwikkelingen van de velduil, torenvalk en steenuil.
Velduilen in het gras
Broedende velduilen zijn zeldzaam in ons land. Doorgaans zijn de broedgevallen uitsluitend in het Waddengebied te vinden. Al eerder dit voorjaar kwamen er meldingen uit Friesland dat de hoge muizenstand leidde tot hoge aantallen aan velduilen en – plaatselijk – aan nestvondsten en baltsende vogels in graslanden. Het grote voedselaanbod trekt dit jaar tientallen extra broedende paren aan. Ook uit andere provincies kwamen meldingen van broedende velduilen. Het aantal broedende velduilen in Nederland lijkt nu ruim over de honderd broedgevallen te gaan. Het merendeel daarvan broedt in Friesland, waar het aantal van 75 broedparen in het topjaar 2019 al is overschreden. Daarnaast zijn er clusters van broedende velduilen in Overijssel en het Groene Hart, en komen er ook meldingen van broedgevallen uit Noord-Holland, Gelderland, Groningen en de Waddeneilanden. De nesten in grasland worden vaak bij toeval door een agrariër ontdekt, of door iemand anders die door de velden struint. Waarnemingen en nestvondsten kunnen doorgegeven worden via velduil@sovon.nl en via de website van Sovon.

Een goed jaar voor de torenvalk
Hoewel de torenvalk de afgelopen jaren voorzichtig leek te herstellen van een decennialange afname, bereikte de soort in 2025 zijn laagste indexwaarde ooit – nog iets onder de dieptepunten in 2013/2014 en 2017/2018. De voedselomstandigheden waren aan het eind van 2024 niet goed, waardoor weinig vogels aan het broedseizoen van 2025 begonnen. In het Jaar van de Torenvalk 2025 bleken de omstandigheden uiteindelijk nog redelijk uit te pakken, maar dit jaar ziet het er veel beter uit voor de torenvalken. Zo meldt de roofvogelwerkgroep Hoeksche Waard Zuidwest een enorme opleving van de torenvalkenstand met 66 territoria in het werkgebied. Gemiddeld over de afgelopen vijf jaar waren dat er 28. Tot nu toe hebben zij 209 jongen in de kasten, bijna twee keer zoveel als gemiddeld over de afgelopen vijf jaar. Ook zijn er veel meldingen van grote legsels. Vanuit het oosten van het land komen meldingen van legsels met zeven eieren, en zelfs een legsel van acht eieren. Dit is uitzonderlijk voor de torenvalk die doorgaans vier tot zes eieren legt.

Het Jaar van de Steenuil
Muizen zijn belangrijk voor steenuilen voor een succesvolle reproductie. Hoe meer muizen, hoe meer jongen in goede conditie groot kunnen worden. Het is dus een mooie bijkomstigheid dat het Jaar van de Steenuil zo’n muizenrijk jaar is. Een goede indruk van de verschillen in muizenaantallen van jaar tot jaar geeft het prooirestenonderzoek dat Pascal Stroeken en Ronald van Harxen uitvoeren in nesten van steenuilen in de Zuidoost-Achterhoek. Zij doen dit al sinds 1998 op gestandaardiseerde wijze door in elk nest dat zij bezoeken de prooien te tellen die in de eerste tien dagen van de jongenperiode in het nest liggen, gecorrigeerd voor het totaal aantal bezochte nesten. Het gaat daarbij om veldmuizen, bosmuizen, rosse woelmuizen en huismuizen. Dit onderzoek geeft een betrouwbare maat van de beschikbaarheid van muizen door de jaren heen (figuur 1). De langjarige trends van bosmuizen en rosse woelmuizen gaan daarbij gelijk op. Beide muizensoorten leven in hetzelfde biotoop en eten vergelijkbaar voedsel. Aangezien er vorig jaar veel eikels en beukennootjes beschikbaar waren, hebben deze muizen voldoende te eten. Alhoewel de getallen voor 2026 nog voorlopig zijn, laat de grafiek wel zien dat in de Zuidoost-Achterhoek het piekjaar 2019 overtroffen wordt. Dit wordt met name veroorzaakt door een groot aantal bosmuizen.

Vrijwilligers van STONE Steenuilenoverleg Nederland kijken niet alleen naar de prooiresten in de nesten, maar hebben sinds 2024 ook camera’s bij een aantal nesten hangen waarop de binnengebrachte prooien zijn te volgen. Daarop is duidelijk te zien dat de vogels af en aan vliegen met muizen, zowel op de zand- als op de kleigronden. In een kast in Meddo is bijvoorbeeld goed te zien hoe een steenuil in vijf uur tijd zeven muizen naar de kast brengt (figuur 2). In deze kast bestaat het muizenmenu voor meer dan de helft uit rosse woelmuizen, maar ook veldmuizen en bosmuizen komen veelvuldig voorbij.
Een prettige bijkomstigheid voor de steenuil is dat rosse woelmuizen dagactief zijn. Dat is direct terug te zien in de camerabeelden, waar de steenuilen overdag veel prooien aanvoeren. Bijna 90 procent van de rosse woelmuizen wordt overdag aangevoerd. Dat laat zien dat steenuilen een ruime beschikbaarheid aan prooien feilloos weten te benutten en dus niet strikt gebonden zijn aan de nachtelijke uren. Van het camera-onderzoek uit 2024 en 2025 zijn inmiddels publicaties beschikbaar. STONE zal de resultaten van het camera- en prooirestenonderzoek in het huidige exceptioneel goede jaar nog verwerken in een uitgebreid artikel.

Activiteiten tijdens Jaar van de Steenuil
De steenuil is dan misschien de kleinste uil van Nederland wat zijn formaat betreft, voor zijn populariteit geldt dat zeker niet. Deze charismatische soort met zijn sprekende blik is altijd een feest om te mogen aanschouwen. Helaas zien we tegenwoordig veel minder steenuilen op rasterpaaltjes of oude schuurtjes zitten dan vroeger. Sovon, Vogelbescherming en STONE vragen daarom in 2026 extra aandacht voor de steenuil. Kijk op de website van Sovon en Vogelbescherming voor informatie over hoe je mee kunt doen aan de activiteiten in het Jaar van de Steenuil.
Tekst: Sovon Vogelonderzoek Nederland
Beeld: Richard Witte (leadfoto: veldmuis); Klaas Akkerman; Dirk Goudswaard; Pascal Stroeken en Ronald van Harxen; STONE Steenuilenoverleg Nederland
