Nature Today

Hou je van dikkopjes?

De Vlinderstichting
29-JUN-2015 - Er zijn mensen waarvoor dikkopjes de meest aantrekkelijke vlinders zijn. Ze hebben iets aandoenlijks, met hun, letterlijk, dikke kopjes en de speciale manier waarop ze hun vleugels houden. Voor sommige anderen zijn het uiterst lastig op naam te brengen krengen.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door De Vlinderstichting [land] op [publicatiedatum]

Er zijn mensen waarvoor dikkopjes de meest aantrekkelijke vlinders zijn. Ze hebben iets aandoenlijks, met hun, letterlijk, dikke kopjes en de speciale manier waarop ze hun vleugels houden. Voor sommige anderen zijn het uiterst lastig op naam te brengen krengen.

Groot dikkopje is te herkennen aan de vlekjes op de vleugel (foto: Kars Veling)Op dit moment worden op Waarneming en Telmee alle drie de ‘bruine’ dikkopjes gemeld. Het gaat dan om groot dikkopje, die al enige tijd aanwezig is, geelsprietdikkopje, die normaal eerder is dan de laatste van de drie, zwartsprietdikkopje. Groot dikkopje is tot nu toe verreweg de meest talrijke, maar dat gaat de komende weken wel veranderen.

Het zijn alle drie graslandvlinders, want de rupsen leven van allerlei, ook heel gewone, grassoorten. Gras staat overal en dan zou je verwachten dat de dikkopjes ook erg algemeen zijn en overal te vinden zijn. Maar behalve de waardplant waar de rups zich op gespecialiseerd heeft, hebben vlinders en ook dikkopjes meer noten op hun zang. Het zijn zomervlinders en ze zijn te vinden van juni tot in augustus. Dan gaan ze op zoek naar een partner en zetten ze de eitjes af op die grassen. De eitjes van groot dikkopje komen vrij snel uit en de rupsen spinnen een nestje van grasbladeren en daarin verschuilen ze zich. Daar brengen ze vele maanden door, want ook in de winter zitten ze in die koker. De eitjes van geelsprietdikkopje en zwartsprietdikkopje komen pas het volgend jaar, na de winter, uit en in het gras overwinteren ze dus.

De onderzijde van de knopjes van zwartsprietdikkopje (links) en geelsprietdikkopje (rechts) (foto’s: Kars Veling)

Geelsprietdikkopje (boven) en zwartsprietdikkopje (onder) (foto’s: Kars Veling)Dit betekent dat dikkopjes alleen kunnen overleven op plekken waar gras blijft staan van de zomer tot in het volgend voorjaar. Alle plekken waar wordt gemaaid of begraasd worden daardoor ongeschikt als voortplantingsgebied. Helemaal niet maaien is trouwens ook niet goed, want de dikkopjes hebben wel behoefte aan kruidenrijk grasland met veel bloeiende planten en die hebben een maaibeheer nodig. Gefaseerd maaibeheer, waarbij elke keer ook een deel blijft overstaan is daarvoor noodzakelijk.

De drie soorten dikkopjes worden nogal eens door elkaar gehaald. Het groot dikkopje, dat nu dus volop aanwezig is, is te herkennen aan de vlekjes op de vleugel. Ook hebben de sprietknopjes een haakje, waardoor ze duidelijk afwijken van de andere twee. Voor het verschil tussen geelsprietdikkopje en zwartsprietdikkopje, die effen lichtbruine vleugels hebben, moet je even door de knieën. Je moet de kleur bekijken van de onderzijde van het knopje dat aan de sprietknop zit (bent u er nog?). Het zwartsprietdikkopje heeft een zwarte onderzijde van die knop, terwijl het geelsprietdikkopje hier een geelbruine vlek heeft. Groot dikkopje heeft een voorkeur voor heiden, duinen en wat vochtiger graslanden. Zwartsprietdikkopje zit vooral op de wat drogere kruidenrijke graslanden. Het geelsprietdikkopje is de meest schaarse van de drie en komt plaatselijk voor, bijvoorbeeld in de omgeving van Soest, op de Hoge Veluwe en vooral in het oostelijke deel van Nederland.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen