Nature Today

Broedsucces veldleeuwerik niet hoger door faunaranden

Werkgroep Grauwe Kiekendief
4-JAN-2015 - Faunaranden zijn bedoeld om akkervogels voldoende voedsel te bieden om hun jongen groot te krijgen. Hoewel de randen daar deels in slagen, is er nog veel ruimte voor verbetering, zo blijkt uit onderzoek van Wageningen Universiteit en Werkgroep Grauwe Kiekendief, waarop Marije Kuiper op 9 januari 2015 zal promoveren.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Werkgroep Grauwe Kiekendief [land] op [publicatiedatum]

Natuurbeheer in agrarisch gebied moet beter worden toegespitst op soorten

Om vogels in akkerbouwgebieden te behouden zijn de huidige maatregelen niet voldoende. Akkerbouwers die via agrarisch natuurbeheer iets voor vogels willen doen, kunnen slechts kiezen uit enkele maatregelen. De populairste daarvan is de faunarand: stroken langs de akker ingezaaid met kruiden en grassen. Deze randen zijn bedoeld om akkervogels voldoende voedsel te bieden om hun jongen groot te krijgen. Hoewel de randen daar deels in slagen, is er nog veel ruimte voor verbetering, zo blijkt uit onderzoek van Wageningen Universiteit en Werkgroep Grauwe Kiekendief, waarop Marije Kuiper op 9 januari 2015 zal promoveren.

Proefschrift The value of field margins for farmland birds (foto: Timothy Collins en Marije Kuiper)Faunaranden worden al zo’n 20 jaar in Nederland toegepast. Toch is er nog maar weinig bekend over de werking ervan. Om daar verandering in te brengen is er de afgelopen zes jaar onderzoek gedaan in de provincie Groningen, waar veel faunaranden liggen. Gegevens over de ligging van faunaranden werden gecombineerd met grootschalige vogeltellingen. Hieruit bleek dat de aantallen van verschillende vogelsoorten hoger lagen waar faunaranden aanwezig waren. Ook de soortenrijkdom was daar gemiddeld hoger. Dit komt waarschijnlijk doordat faunaranden in de meest kansrijke gebieden zijn aangelegd, waar de vogelrijkdom bij voorbaat al groter was. Een vergelijking van de populatieontwikkeling tussen plekken met en plekken zonder faunaranden liet geen verschillen zien. Dit is een aanwijzing dat de vogelrijkdom op plekken met faunaranden niet kan worden toegeschreven aan een groei van de populatie.

Onderzoek effecten faunaranden
Om de effecten van faunaranden verder te onderzoeken werd gedetailleerd gekeken naar één van de soorten uit het gebied, de veldleeuwerik. Deze vogel is de afgelopen decennia met maar liefst 97% afgenomen in Nederland, en is daarom één van de doelsoorten van het agrarisch natuurbeheer in de provincie Groningen. Zou deze soort gebruik maken van faunaranden en zou dat een positief effect hebben op het broedsucces? Van de 237 nesten die de onderzoekers in de loop van zes jaar vonden, lagen er slechts tien in een faunarand. Waarschijnlijk worden faunaranden als broedhabitat gemeden vanwege het hoge risico op predatie. Ook vossen en roofvogels weten deze randen immers goed te vinden. Wel bleken broedende veldleeuweriken bij het zoeken van voedsel een grote voorkeur te hebben voor faunaranden. De randen bevatten tot vijf maal zoveel insecten als gangbare gewassen, en ook de diversiteit van insecten lag beduidend hoger. Uitwerpselenonderzoek liet zien dat jonge veldleeuweriken daardoor een veel gevarieerder menu binnen krijgen, iets wat de gezondheid en groei van jonge vogels over het algemeen ten goede komt.

Promovenda Marije Kuiper met adulte veldleeuwerik. De vogel is gevangen en van een zendertje voorzien voor het onderzoek met radiotelemetrie (foto: Werkgroep Grauwe Kiekendief)

Positieve invloed ontbreekt
Toch hadden faunaranden, ondanks het betere voedselaanbod, geen positief effect op het gewicht van jonge veldleeuweriken. Het broedgewas bleek hierin belangrijker: de jongen hadden een goed gewicht in grasland en luzerne, meerjarige gewassen waarin geen insecticiden worden gebruikt, maar waren aanmerkelijk lichter in tarwe, een gewas waarin insecticiden gangbaar zijn en de voedselbeschikbaarheid laag was. Ook bleken faunaranden geen positieve invloed te hebben op de overleving van de jongen. Slechts enkele nesten mislukten door voedselgebrek, zelfs in gebieden zonder faunaranden. De meeste nestverliezen van veldleeuweriken moesten worden toegeschreven aan agrarische werkzaamheden en predatie. Vooral het maaien van grasland bleek een groot knelpunt in het gebied met gemengde landbouw; door het vele maaien kwamen in grasland zelden jongen groot. De meeste jongen bleken voort te komen uit nesten in luzerne. Dit klavergewas wordt minder vaak gemaaid en bevat relatief veel voedsel. Omdat de oppervlakte luzerne echter maar klein is, zet dat op populatieniveau weinig zoden aan de dijk. In het onderzoeksgebied nam de populatie veldleeuweriken in de loop van zes jaar dan ook met 40% af.

Een nest jonge veldleeuweriken wordt gevoerd met insecten

Faunaranden waardevol maar ….
De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij bevindingen uit onder andere het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. Ook in deze landen hebben faunaranden slechts een matig positief effect op vogels. Om het beheer succesvol te maken zijn meer soortgerichte maatregelen nodig. Faunaranden kunnen waardevol zijn om het voedselaanbod te verhogen, maar zolang het probleem van nestverliezen niet wordt aangepakt zal dat niet resulteren in hogere aantallen vogels. Ook Vogelbescherming Nederland onderschrijft dat er binnen het natuurbeheer in agrarisch gebied meer verschillende opties moeten komen voor boerenlandvogels, zodat jaarrond aan de behoeften van soorten kan worden voldaan. Aangepast maaibeheer van grasland zou een oplossing kunnen bieden voor de veldleeuwerik en andere grasbroeders. Ook een toename van het areaal luzerne zou waarschijnlijk gunstig uitpakken voor de veldleeuwerik. In verband hiermee zal het nieuwe concept ‘Vogelakkers’ verder worden onderzocht, waarbij stroken luzerne worden afgewisseld met faunaranden.

Voerende en zingende veldleeuwerik in een wintertarweperceel in Oost-Groningen (film: Hans Hut)

Het onderzoek is gebundeld in het proefschrift van Marije Kuiper, en is als pdf (11,6 MB) te downloaden: Marije W. Kuiper (2015) The value of field margins for farmland birds

Tekst: Marije Kuiper, Wageningen Universiteit & Henk Jan Ottens Werkgroep Grauwe Kiekendief
Foto's: Timothy Collins; Werkgroep Grauwe Kiekendief; Hans Hut
Film: Hans Hut

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen