Nature Today

Over sterretjes, gaten en blinde vlekken

FLORON
16-APR-2015 - Eind maart is een goede tijd om op zoek te gaan naar sterretjes, zoals oude inwoners van het buurtschap Veenhof bij Gieten deze Geelsterren noemen. De Bosgeelster is één van de vijf soorten Geelsterren die Nederland rijk is. Een concentratie van groeiplaatsen van de Bosgeelster ligt op de Hondsrug, waar ze voorkomt van het Noorderplantsoen in Groningen tot het centrum van Emmen. Tussen Borger en Emmen is echter sprake van een ‘’gat’’ in het lint van groeiplaatsen. Een groepje geelsterfanaten trok er op uit in een poging dit gat te dichten.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Floron op [publicatiedatum]

Eind maart is een goede tijd om op zoek te gaan naar sterretjes, zoals oude inwoners van het buurtschap Veenhof bij Gieten deze Geelsterren noemen. De Bosgeelster is één van de vijf soorten Geelsterren die Nederland rijk is. Een concentratie van groeiplaatsen van de Bosgeelster ligt op de Hondsrug, waar ze voorkomt van het Noorderplantsoen in Groningen tot het centrum van Emmen. Tussen Borger en Emmen is echter sprake van een ‘’gat’’ in het lint van groeiplaatsen. Een groepje geelsterfanaten trok er op uit in een poging dit gat te dichten.

Bosgeelster (Gagea lutea) is een in Nederland zeldzaam bolgewas dat in haar voorkomen vrijwel beperkt is tot het noordoosten en oosten van het land. De kern van de Nederlandse verspreiding ligt op de Hondsrug, waar ze groeit op, zomers uitdrogende, grazige plaatsen onder bomen in de oudste delen van de bebouwde kom. Door de vlakke, mat grijsgroene, tot één centimeter brede grondbladeren is Bosgeelster in bloei goed te onderscheiden van alle andere Geelsterren.

Bosgeelster (foto: Willie Riemsma)

De afgelopen jaren zijn door gericht zoeken veel nieuwe groeiplaatsen van Bosgeelster in Drenthe ontdekt. Het zijn waarschijnlijk reeds langer bestaande plekken die tot dan toe aan het oog waren ontsnapt. Dat heeft vooral te maken met de vroege bloei, van maart tot eind april, een periode waarin maar weinig floristen actief zijn. Maar ook het voor sommige floristen minder aantrekkelijke zoekgebied, de bebouwde kom, speelt waarschijnlijk een rol.

Aangemoedigd door het resultaat van de afgelopen jaren ging een klein groepje in Geelsterren geïnteresseerde floristen op 1 april op pad. Het was weliswaar een gure dag, met een afwisseling van felle hagelbuien en zonnige opklaringen, maar met het voorjaar in de lucht toch heerlijk om weer buiten te zijn. Naast het actualiseren van een tweetal oude groeiplaatsen in Emmen was het doel nieuwe groeiplaatsen te vinden tussen Emmen en Borger. Door gericht te zoeken op kansrijke plekken: lommerrijke bermen, brinken, begraafplaatsen en gazons van oude bebouwing is geprobeerd het gat in het verspreidingspatroon op de Hondsrug te dichten.

De ‘gespaarde’ groeiplaats van Bosgeelster in het centrum van Emmen (foto: Edwin Dijkhuis)Hoewel er op het oog voldoende geschikte plekken in de bezochte dorpen Weerdinge, Valthe en Odoorn aanwezig waren, leverde de zoektocht geen nieuwe vindplaatsen op. Ook in de door Emmen opgeslokte oude dorpen Noord- en Zuidbarge werden geen Bosgeelsterren gevonden. Wel waren de bekende plekken in Emmen nog steeds aanwezig. Dat de groeiplaats in het centrum van Emmen nog bestaat mag, gezien de in uitvoering zijnde grootschalige centrumvernieuwing, een wonder heten. Precies onder het projectbord waarop de sponsoren en uitvoerders vermeld staan, is een deel van de vegetatie met Bosgeelsterren gespaard gebleven.

De geelsterrenjacht leverde als bijvangst zeven nieuwe kilometerhokken met Duinvogelmuur (Stellaria pallida) op. In alle bezochte Drentse dorpen blijkt Duinvogelmuur algemeen voor te komen. Duinvogelmuur is net als de Bosgeelster alleen in het vroege voorjaar te vinden. April is de topmaand, daarna is het snel gebeurd met het ‘bleke’ zusje van Vogelmuur. Duinvogelmuur is, anders dan haar naam doet vermoeden, in grote delen van Nederland een algemene soort. Uit Drenthe is ze tot nu toe nog maar weinig gemeld. Dit lijkt te berusten op een blinde vlek: de Drentse floristen hebben van deze soort blijkbaar (nog) geen goed zoekbeeld. Bovendien moet je er weer voor in de bebouwde kom zijn. Tips over de herkenning zijn te vinden in het vorig jaar rond deze tijd uitgebrachte natuurbericht. Met een aantal mooie zonnige dagen voor de boeg zijn de omstandigheden nu ideaal om haar te spotten!

Tekst: Edwin Dijkhuis, FLORON
Foto's: Willie Riemsma; Edwin Dijkhuis

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen