Nature Today

Nieuwe groeiplaatsen ontdekt van de zeldzame Grijze vorkplaat

Nederlandse Mycologische Vereniging
4-JAN-2017 - De vondst van de Grijze vorkplaat op twee nieuwe locaties in de omgeving van Kootwijk betekent een mooie start van het paddenstoelenjaar. De Grijze vorkplaat is één van de meest bedreigde paddenstoelen van Nederland. Sinds 1983 is deze op een trechterzwam gelijkende paddenstoel met 97% afgenomen. Hoofdoorzaak is zijn grote gevoeligheid voor stikstofdepositie.
Deel deze pagina

De twee nieuwe vindplaatsen, in het Kootwijkerveen en het Caitwickerzand, bevinden zich niet ver van de A1 ter weerszijden van de aftakking met de N302. Hier woedde (aan beide kanten van de N302) in de jaren negentig een grote brand waardoor het gebied er nu qua vegetatie anders uit ziet. Er staan veel minder bomen, op enkele verspreid voorkomende groepjes Grove dennen na met meer dynamiek, onder andere meer stuivend zand. Juist in de beschutting van de bomen is veel mos gaan groeien. Er zijn nu veel meer vlakken bestaande uit mossen dan voor de brand. De mossige plaatsen bestaan voor een belangrijk deel uit Haarmossoorten waaronder veel Zandhaarmos (Polytrichum juniperinum). Hierop werden tientallen Grijze vorkplaten (Cantharellula umbonata; RL: ernstig bedreigd) ontdekt. Niet ver daar vandaan ten zuiden van de A1 bevindt zich een oudere bekende groeiplaats van de Grijze vorkplaat.

Grijze vorkplaten komen voor op allerlei soorten mossen, vooral haarmos

Het totaal aantal exemplaren op de nieuwe locatie wordt geschat op 100 tot 125, zowaar een mooie opsteker voor deze sterk bedreigde en gevoelige soort. Sinds 1983 is de Grijze vorkplaat met 97% afgenomen in Nederland. Voor 1983 werd de Grijze vorkplaat nog beschouwd als niet zeldzaam. In het Paddenstoelenboekje van Cath. Cool en H. van der Lek uit 1943 wordt gesproken van vrij algemeen voorkomend. Bij het raadplegen van het waarnemingenbestand lijkt het de laatste jaren beter te gaan met de Grijze vorkplaat. Van 1997 tot en met 2006 werden 9 verschillende waarnemingen van Grijze vorkplaten doorgegeven. Van 2006 tot en met 2016 steeg dit naar het recordaantal van 24 verschillende waarnemingen. Of de Grijze vorkplaat werkelijk in de lift zit zal de langere termijn moeten uitwijzen.

Standplaatsen

Verspreidingskaartje Grijze vorkplaatDe Grijze vorkplaat lijkt door zijn witte, aflopende plaatjes wel wat op een trechterzwam. De viltige, grijze tot grijsviolette, later roodbruine hoed met de opvallende, gevorkte plaatjes weerspreken dit echter. Microscopisch vallen de spoelvormige sporen op van het sporentype uit de groep van de boleten. De witgrijze tot bruine steel is naar de vezelige basis toe lichter van kleur. Door veroudering verkleurt de Grijze vorkplaat uiteindelijk naar roodbruin met roodbruine vlekjes op de plaatjes.

Grijze vorkplaten verschijnen pas laat in de herfst. Ze worden van oktober tot in december gevonden, met een top in november. Deze schraalhans onder de  paddenstoelen wordt uitsluitend gemeld van zeer voedselarme, droge, zurige zandgronden. Heidevelden, maar ook droge loof- en naaldbossen die hieraan voldoen kunnen groeiplaatsen opleveren. Als er maar veel mossen, vooral Haarmossen (Polytrichum spec.) zijn te vinden. Vaak bevinden de groeiplaatsen zich in de onmiddellijke nabijheid van stuifzanden. Of Grijze vorkplaten parasitair of slechts saprotroof op mossen leven is nog steeds niet helemaal duidelijk. Typerende locaties met Grijze vorkplaten zijn bijvoorbeeld het Buurserzand bij Haaksbergen, het Roekelse bos ten noorden van de Edensche heide, het Aekingerzand bij Appelscha en het Drouwenerzand bij Gasselte. Er zijn ook waarnemingen bekend van begraafplaatsen zoals het Ereveld bij Loenen en de Begraafplaats Rozendaal. Bijzonder is de geïsoleerde groeiplaats van de Grijze vorkplaat in de duinen ten westen van Bergen (NH), ver weg van de kerngebieden in het midden en oosten van het land.

Grijze vorkplaten

Zover bekend komt de Grijze vorkplaat wereldwijd voor in Europa, Noord-Amerika en Japan. In delen van Centraal-Europa gaat de Grijze vorkplaat nog steeds achteruit.

Tekst: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto's: Piet Brouwer