Droge zomer van 2018 was slecht voor landslakken

Stichting ANEMOON
30-DEC-2018 - Fijn voor tuinders, minder prettig voor slakken, slakkenetende dieren en inventariserende slakkenzoekers. De warme en droge zomer van 2018 heeft onder de landslakken stevig huisgehouden; zowel huisjesslakken als naaktslakken werden duidelijk veel minder gezien.
Deel deze pagina

In Nederland komen ten minste honderddertig soorten landslakken voor. Het grootste deel daarvan heeft een schelp (slakkenhuis). Bij ongeveer een vijfde deel ontbreekt een huisje. Dat zijn de vooral bij tuinders zo gehate naaktslakken. Omdat het weke lichaam van een slak voor het overgrote deel uit vocht bestaat en de dieren onder andere ook bij de voortbeweging vocht verbruiken (slijmsporen), zijn ze zeer gevoelig voor uitdroging. De afgelopen zomer was het in ons normaal gesproken vochtige land dan ook zeer ongunstig voor de vertegenwoordigers van deze diergroep.

Verstoppen

Zoals de meeste mensen wel weten zijn landslakken vooral actief bij vochtig weer. Onder normale omstandigheden kan een zomers regenbuitje plotseling zorgen voor fikse aantallen naaktslakken die over voet- en fietspaden kruipen. Ook huisjesslakken zie je dan rondkruipen op en tussen planten, bomen, struiken en op allerlei substraten. Behalve bij regen, zijn slakken met name 's nachts (bij dauw) actief. Bij droogte verstoppen ze zich. Ze kruipen dan op schaduwrijke plaatsen weg, onder hout, stenen en vaak ook - vooral naaktslakken - in de grond.

Extreem droog

Waarnemers van Stichting ANEMOON en andere organisaties die tijdens excursies, monitoringtellingen en inventarisaties naar landslakken zochten, konden deze zomer vaak nauwelijks nog levende huisjes- en naakslakken vinden. Vooral op plaatsen die snel opwarmen en uitdrogen, zoals duingebieden, was het aantal levende dieren extreem laag. Uitzonderingen vormden alleen nog oevers en waterkanten en vochtig blijvende plekken in schaduwrijke bossen. In de weken en maanden na de droogte bleef dat beeld - nauwelijks nog levende slakken - lang aanwezig (onder meer tijdens excursies van de Nederlandse Malacologische Vereniging rond Schokland en op Terschelling, op 29 september en 13 oktober 2018). Binnen het bebouwde gebied - tuinen en parken - was de situatie hetzelfde, zie bijvoorbeeld de uitkomsten van de bodemdierendagen in oktober 2018.

Naaktslaktellingen

Zonder een huisje kun je als slak veel makkelijker in de grond kruipen. Naaktslakken doen dat al gauw als het droger wordt. Daarbij kunnen ze behoorlijk ver omlaag kruipen, tot meerdere decimeters diep. Maar als het grondwaterpeil zo drastisch zakt als deze zomer het geval was, biedt ook de bodem geen soelaas. Dit jaar waren er opvallend weinig naaktslakken, een schrale troost voor tuinders die zelf ook flink door de droogte werden geraakt. Hoewel er geen landelijk onderzoek naar uitsluitend naaktslakken wordt gedaan, zijn er wel enige inventarisatiegegevens voorhanden. Waarnemer Silvia Hellingman telt al jaren op een gestandaardiseerde manier de naaktslakken op een vast plot in Wapserveen. Onderstaande grafiek laat zien hoe sterk de afname in 2018 was ten opzichte van voorgaande jaren.

Aantallen grotere naaktslakken op een vast traject in de maand augustus (2011-2018). Rechtsboven: Tijgerslak (Limax maximus). Onder: wegslakken (Arion-soort), met rechts twee parende dieren

Import versus inheems

Opvallend was dat de slakkensoorten die in droge duingebieden nog wél gevonden werden, vooral ingevoerde, van oorsprong meer zuidelijke soorten waren. In de Noord- en Zuid-Hollandse duinen ging het met name om meerdere soorten gras- en duinslakken en lokaal de Slanke duinhoren, de Zandslak en de Gekielde loofslak. Deze soorten zijn ook in hun oorspronkelijke herkomstgebied (landen rondom de Middellandse Zee) beter toegerust om droge perioden te doorstaan. Veel soorten kennen bijvoorbeeld perioden van estivatie (een soort 'zomerslaap' als tegenhanger van winterslaap). Ze klimmen dan omhoog in planten of palen om zo te ontsnappen aan van de bodem uitstralende hitte. Ze scheiden een mucuslaagje (slijm) uit dat na indroging de opening van het slakkenhuisje afsluit, zodat ze waterverlies vermijden. Dit werkt goed tijdens niet al te lang durende droogteperioden.

Veel van onze inheemse soorten zoeken hun heil juist laag bij de grond en kruipen weg in mos, onder hout en tussen de aanvankelijk nog vochtige plantenwortels. Helaas heeft dat met name de kleinere inheemse huisjesslakken weinig gebaat deze zomer. Tijdens zichtwaarnemingen en monsteringen in de drogere duingebieden werden vrijwel uitsluitend nog lege huisjes gevonden van soorten als het Mostonnetje, Dwergpuntje en Haarslakje en onder andere meerdere soorten agaathorens, jachthorens, tolslakjes, glasslakken en kristalslakjes. In drogere bossen, tuinen en parken in de bebouwde kom was het beeld ongeveer hetzelfde: hoewel soms nog aanwezig, waren de anders bijna altijd voorkomende kleinere soorten als de Grote glansslak en het Boerenknoopje vaak zeer sterk achteruitgegaan of geheel onvindbaar. Van de grotere soorten als de Gewone tuinslak en de Segrijnslak werden vaak ook alleen lege huisjes gevonden *.

Huisjesslakken. Links en midden: respectievelijk Zandslak en Gekielde loofslak (beide zuidelijke soorten in opkomst). Rechtsboven v.l.n.r: Mostonnetje en Fraaie jachthoren, onder v.l.n.r: Haarslakje en Boerenknoopje (vier kleinere, inheemse soorten die in de zomer en het najaar van 2018 veel minder dan anders levend werden waargenomen)

Impact

Wat de exacte impact van zo'n afname aan landslakken is, valt (nu nog) niet te overzien. Ook een tijdelijke inkrimping blijft waarschijnlijk niet zonder gevolgen. Dit zou met name nadelig kunnen zijn voor bepaalde zoogdieren en vogels waarvoor slakken belangrijk voedsel zijn. Diverse egelopvangcentra meldden dit jaar opvallend veel egels die veel te mager zijn. Om in winterslaap te komen moeten deze dieren een bepaald gewicht hebben. Met te weinig vetreserves zijn ze vatbaarder voor ziektes en blijven ze naar eten zoeken tot ze verhongeren. Aangezien naast insecten en wormen ook slakken op het egeldieet staan, kan de afname door de droogte een directe impact hebben. Vermoedelijk zijn de effecten op meerdere muizensoorten, vogels en andere insecten- en slakkenetende dieren vergelijkbaar. In de afgelopen zomer waren het dus zeker niet alleen de landslakken die op een droogje zaten.

Waarnemingen

Alle waarnemingen van landslakken (evenals van zoetwater- en zeeweekdieren) zijn bijzonder welkom in het kader van het door Stichting ANEMOON gedragen Atlasproject Nederlandse Mollusken (ANM). Deze kunnen worden ingevoerd via de streeplijstmodule van Verspreidingsatlas.nl. Voor vragen kunt u mailen naar Stichting ANEMOON.

Tekst: Rykel de Bruyne, Tello Neckheim en Adriaan Gmelig Meyling, Stichting ANEMOON
Foto's: Silvia Hellingman (leadfoto: naaktslak op zoek naar water (Arion-soort uit de familie der wegslakken); Herman Roode; Tello Neckheim

* De Segrijnslak, met een tot vier centimeter groot huisje, behoort tot de weinige 'tuinsoorten' waarvan het aantal waarnemingen al vrij snel na de droogteperiode weer toenam.

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen