Aan de slag voor patrijs en veldleeuwerik in polder Ravenswoud (FR)

Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels, Natuurmonumenten
24-MRT-2019 - Als eigenaar van 330 hectare landbouwgrond in polder Ravenswoud wil Natuurmonumenten voor de patrijs en veldleeuwerik nieuwe kansen creëren. De uitgangspunten voor het geschikt maken van dit gebied voor deze twee karakteristieke vogels is het zorgen voor een grotere gewasdiversiteit en een natuurvriendelijker agrarisch beheer.
Deel deze pagina

In 2005 zijn de zogenaamde AMEV-gronden in polder Ravenswoud bij het Fochteloërveen overgedragen aan Natuurmonumenten. Bij de overdracht is een convenant ondertekend door Gemeente Oostellingwerf, LTO, provincie Fryslân, de landinrichtingscommissie en Natuurmonumenten. In dit convenant is opgenomen dat de gronden hun agrarische functie behouden met beperkingen, om de volgende doelstellingen te realiseren:

  • het in stand houden van en waar mogelijk het versterken van de cultuurhistorische waarden van het gebied.
  • het versterken van de natuurwaarden, zonder afbreuk te doen aan de agrarische functie.

Nieuw gebiedsplan

Vanwege hun nauwe betrokkenheid bij het natuurinclusief maken van landbouwgronden in verschillende delen van Nederland werd Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels door Natuurmonumenten gevraagd om in 2017 samen met de pachters een nieuw gebiedsplan opgestellen.

Doel van het nieuwe gebiedsplan, dat een looptijd heeft van 10 jaar (2018-2028), is het vergroten van de natuurwaarden in polder Ravenswoud door het landbouwkundig gebruik van de gronden verder te verenigen met de ecologische randvoorwaarden van de doelsoorten patrijs en veldleeuwerik.

Bouwplan polder Ravenswoud in 2017 en het beoogde bouwplan vanaf 2018

Werk aan de winkel!

Om de patrijs als broedvogel terug te laten keren in polder Ravenswoud en de veldleeuwerikdichtheid te verhogen naar tien paar per 100 hectare is in het gebiedsplan voor een concrete aanpak gekozen. Daarin wordt de ontwikkeling van de natuurwaarden op de landbouwgronden volgens twee typen beheer vorm gegeven:

  • aanpassen van het agrarische bouwplan. Deze bestaat uit het verhogen van de gewasdiversiteit, het aanpassen van de teeltwijze van gewassen (bijvoorbeeld minder dicht zaaien), het aanleggen van vogelakkers en het verplaatsen van de eerste maaidatum van graslanden naar 1 juli. De inzet op akkers is gericht op het inbrengen van gewassen die een lage bewerkingsgraad hebben, zoals granen, erwten, suiker- en/of voederbieten of eventueel graszaadteelt. Daarnaast wordt geprobeerd de aantrekkelijkheid van granen als broedgewas voor veldleeuweriken te verhogen door ruimer te zaaien, zodat het gewas niet te dicht staat.
  • randenbeheer in de vorm van faunaranden, wintervoedselveldjes of de aanleg van keverbanken voor patrijzen.

Huidige situatie broedvogels

Voor een goede beoordeling van de effecten van het gebiedsplan op het voorkomen van broedvogels, hun aantallen en verspreiding, is in 2017 een nulmeting uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Broedvogelmonitoring-project (BMP). De verkregen telgegevens werden vergeleken met tellingen gedaan in gangbaar beheerd akkerland volgens de punttelmethode Meetnet Agrarische Soorten (MAS). De blauwborst, bosrietzanger, geelgors, grasmus, graspieper, kleine karekiet, kneu, kwartel, rietgors, roodborsttapuit en veldleeuwerik zijn in polder Ravenswoud in hogere dichtheden aanwezig dan in gangbaar beheerd akkerland in Friesland. De fazant, gele kwikstaart, kievit en scholekster hadden juist lagere dichtheden.

De veldleeuwerik is met een gemiddelde dichtheid van 5,4 broedparen per 100 hectare vrij talrijk in polder Ravenswoud, maar de verspreiding beperkt zich tot slechts een klein gedeelte van de polder. Patrijzen zijn sinds 1998 niet meer waargenomen, maar in de aangrenzende Drentse akkers zit nog wel een substantiële populatie. 

Patrijs en veldleeuwerik

Eerste resultaten veelbelovend

In 2018 waren nog niet alle nieuwe maatregelen gerealiseerd. Desondanks is er toch al een aanzienlijke oppervlakte aangepast beheerd, en dit leek zijn effect op de aanwezige broedvogels niet te missen. Van de meeste soorten stegen de aantallen; soms zelfs aanzienlijk, zoals de blauwborst, bosrietzanger, geelgors en kleine karekiet. De gele kwikstaart, graspieper en veldleeuwerik profiteerden nog niet van het aangepaste beheer. Ook liet de patrijs zich nog niet in polder Ravenswoud horen of zien.

De verwachting is dat het beoogde bouwplan voldoende ruimte biedt om veilig te kunnen nestelen en om jongen in een voedselrijke omgeving groot te kunnen brengen. Met het jaarlijks monitoren van alle broedvogels worden de effecten van het aangepaste beheer op lange termijn gevolgd.

Grauwe gorzen in polder Ravenswoud!

In januari en februari werden er maximaal zeven overwinterende grauwe gorzen waargenomen. De grauwe gorzen verbleven in een grote groep van vinken en geelgorzen, en deden zich te goed aan de zaden op de natuurinclusieve akkers.

Tekst: Henk Jan Ottens, Grauwe Kiekendief-Kenniscentrum Akkervogels & Roos Veeneklaas, Natuurmonumenten
Foto's: Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen