Nieuwe landnaaktslak en de droogte

Stichting ANEMOON
22-SEP-2019 - Landslakken en droogte gaan niet goed samen. Maar hoe zit het dan met geïmporteerde zuidelijke slakken, die droogte gewend zijn? Kunnen die makkelijker bij ons 'aanslaan'? Misschien helpt een dit voorjaar in ons land ontdekte naaktslak deze vraag te beantwoorden.
Deel deze pagina

Hoewel ze zelf uiteraard spreekwoordelijk traag zijn, bereiken uitheemse terrestrische (= landbewonende) slakken ons land nog best vaak. Meestal speelt de mens daarbij onbewust een rol. De slakken komen bijvoorbeeld mee met aangevoerde planten, kampeermateriaal of auto's en andere vervoersmiddelen. Komen ze ergens terecht met het juiste voedsel en voldoende beschutting, dan kunnen ze zich ook gaan voortplanten. Of er vervolgens ter plaatse blijvende populaties ontstaan, is een heel andere vraag. Vroeger vormden strenge winters een beperkende factor. Stevige vorst verkleinde de kans op inburgering aanzienlijk, zeker bij 'zuidelijke' soorten. Meerdere opeenvolgende milde zomers daarentegen, konden al voldoende zijn voor het aanpassen aan de omstandigheden in ons land. Zo zijn er in de afgelopen eeuw diverse landslakken bij gekomen die inmiddels onderdeel uitmaken van de Nederlandse fauna, maar hier oorspronkelijk niet thuishoorden.

Nog een beperking

Met de warme en droge zomerperioden van de afgelopen jaren is er nu nog een andere beperkende factor: extreme droogte. Huisjesslakken, en niet in het minst naaktslakken, hebben zeer veel vocht nodig. Hun lichaam bestaat voor vier vijfde deel uit water, het slijm waarmee ze zich omhullen en onder meer voortbewegen zelfs voor circa 95%. Veel inheemse Nederlandse slakken vertoonden in 2018 een duidelijke achteruitgang onder invloed van de droogte. En ook in 2019 lijken de aantallen duidelijk lager te liggen dan in andere jaren. Maar hoe zit het dan met zuidelijke soorten, bijvoorbeeld die uit het gebied rondom de Middellandse Zee? Die zijn toch gewend om met droogte om te gaan? Burgeren die juist sneller en makkelijker in?

Een zuidelijke nieuwkomer

Een manier om hier meer over te weten te komen diende zich aan met de recente ontdekking van een nieuwe Nederlandse landnaaktslak. Deze werd eind mei 2019 voor het eerst waargenomen en gefotografeerd door Michael Inden in een duinpark in Santpoort-Noord . De echte warmte en droogte moest toen nog komen. Dat gold ook voor begin juni 2019, toen er opnieuw exemplaren werden gefotografeerd. Na de ontdekking werd besloten dieren te verzamelen, onder andere om via anatomisch onderzoek met zekerheid de naam vast te stellen. Maar toen werd het opeens erg warm en droog... Als gevolg daarvan waren er nauwelijks meer slakken te vinden en zeker deze nieuweling niet.

Gebochelde naaktslak

Veel naaktslakken zijn niet uitsluitend aan hun uiterlijk te herkennen. Toch leverden de foto's al een voorlopige determinatie op. Kenners, waaronder de schrijvers, vinden de nieuweling sterk lijken op Drusia valencienni uit de familie Parmacellidae. Vertegenwoordigers van die familie hebben een groot en lang mantelrugschild, dat als een langgerekte bochel midden op de rug zit en waaronder het dier zich grotendeels kan terugtrekken (zie afbeelding). De familie van deze 'bochelnaaktslakken' heeft een Mediterrane verspreiding, die ook naar het Midden-Oosten doorloopt. Ze leven op min of meer beschaduwde plaatsen en voeden zich met planten. Ze zijn vooral 's nachts actief en verbergen zich overdag en bij droogte. Tijdens voorjaarsbuien komen ze wel overdag tevoorschijn. De Nederlandse exemplaren werden op en onder hout gevonden in een gemengd duinparkbos op een strandwal waardoor ook een duinrel loopt.

'Bochelnaaktslak' uit Santpoort-Noord, vrijwel geheel samengetrokken onder het rugschild. Rechts bij pijl: ademopening

Beschrijving

De volgende beschrijving is gebaseerd op de typische Drusia valencienni uit Spanje en Portugal. Hoewel de Nederlandse dieren bleker zijn qua kleur, gaan de kenmerken goed op. Volwassen slakken kunnen in gestrekte toestand acht tot tien centimeter lang en circa twee centimeter breed worden. De grootste breedte ligt bij de staart, die duidelijk gekield is. Het rugschild is korrelig en in verhouding tot andere inheemse naaktslakken duidelijk langer en groter, tot zo’n vier centimeter. De ademopening ligt ver naar beneden, achter het midden van het schild. Tussen de tuberkels lopen verticale groeven. De typische kleur is steenrood of oranjebruin, met vooral op het schild ook donkerdere grillige strepen en vlekjes. Er komen echter ook exemplaren voor met een aanzienlijk lichtere kleur en een meer grijze tekening, zoals de gefotografeerde Nederlandse dieren hebben. De voetzool is vaak gelig, het slijm kleurloos en kleverig.

Kiel en voet

Ook het inwendige, rudimentaire schelpje is bij deze familie kenmerkend. Het heeft de vorm van een klein kalkschildje, vergelijkbaar met dat van de aardslakken van de familie Limacidae. Maar bij Parmacellidae hebben de schildjes nog een gewonden topwinding zoals bij slakkenhuisjes (een net uit het ei gekomen babyslakje kan zich zelfs nog in het huisje terugtrekken).

Hebben ze de droogte overleefd?

Het inwendig in het mantelschild van Drusia valencienni gelegen schelpje. Binnenkant links, buitenkant rechts; afmetingen tot maximaal 17 x 10 millimeterParmacellidae zijn trage nachtdieren die overdag moeilijk te vinden zijn. Bij droogte kruipen ze goed en diep weg en zijn dan onvindbaar. Expedities in augustus en september leverden niets op. Maar als de voorlopige determinatie klopt heeft de slak een zuidelijke oorsprong en is deze vooral in het voorjaar actief. Er is zeker een kans dat de dieren met hun 'zuidelijke skills' tijdig een veilig heenkomen voor de droogte hebben gezocht. Het blijft daarom spannend of er in het voorjaar nog dieren zijn en/of of er eieren uitkomen. Zo ja, dan weten we alweer iets meer over de overlevingskans van recent aangevoerde zuidelijke naaktslakken tijdens droogteperioden in ons land.
Waarnemingen van deze en alle andere landslakken kunnen altijd gemeld worden via de website van Stichting ANEMOON en via platforms als Waarneming.nl.

Tekst: Rykel de Bruyne, Michael Inden, Tello Neckheim, Stichting ANEMOON
Foto's: Michael Inden (leadfoto: een kruipend exemplaar van de nieuwe landnaaktslak, gebaseerd op het grote lange mantelschild op de rug, mogelijk Drusia valencienni); Webb & Van Beneden, 1836 in Magasin de Zoologie VI, plate 75

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen