Steeds vroegere voortplanting bruine kikker door mildere winters

Stichting RAVON
11-MRT-2020 - Klimaatopwarming heeft aantoonbaar invloed op onze amfibieën. Ze ontwaken vroeger uit hun winterslaap en leggen hun eieren gemiddeld minstens een week eerder dan in de jaren tachtig. Gegevens die door burgers worden verzameld (citizen science) zijn van groot belang om dergelijke effecten aan te kunnen tonen. Iedereen kan daar zijn steentje aan bijdragen. Doe jij al mee met de kikkerdriltelling?
Deel deze pagina

Klimaatopwarming vindt wereldwijd plaats en de effecten hiervan zijn zichtbaar in het dierenrijk. Binnen veel diergroepen verschuiven de grenzen van de verspreiding bijvoorbeeld noordwaarts. Dit is vooral goed zichtbaar in mobiele diergroepen of diergroepen die snel in hoge aantallen zich uit kunnen breiden (vogels, insecten). Bij soortgroepen met een geringere actieradius, zoals amfibieën, laten effecten van klimaatopwarming zich lastiger meten omdat deze soorten zich niet snel kunnen uitbreiden. Voor soorten die minder mobiel zijn moeten we vooral kijken naar vervroeging van processen, zoals de start van de voortplanting.

Bruine kikkers breken vroegterecords met leggen eieren

Soorten als bruine kikker en heikikker behoren tot de eerste amfibieën die zich vroeg in het voorjaar voortplanten. Na de winter gaan deze soorten massaal en gelijktijdig naar het water om daar in enkele dagen tijd hun eieren te deponeren (kikkerdril). De eiklompen zijn goed zichtbaar en individueel te tellen. In zachte winters komen de dieren eerder tevoorschijn dan in winters waarin de vorst lang aanhoudt.  

De jaarlijkse variatie tussen de gemiddelde eilegdatum van de bruine kikker is aanzienlijk, afhankelijk van de duur en strengheid van de winter. Toch valt er op langere termijn een trend in te ontdekken die inmiddels ook statistisch aantoonbaar is. In het begin van de jaren tachtig werd de gemiddelde eiklomp in Nederland op dagnummer 97 waargenomen (rond 7 april), dit is rond tegenwoordig gedaald naar dag 90 (rond 31 maart).  

Daling dagnummer voor gemiddelde waarneming eieren bruine kikker

In dezelfde periode (1982-2020) is de datum van de allereerste waargenomen eiklomp gedaald van dagnummer 71 (rond 12 maart) naar dagummer 50 (19 februari). Dit is een vervroeging van maar liefst drie weken voor de allereerste waarneming; de records worden dus steeds scherper gezet. Deze maat is echter minder betrouwbaar, want de vondst van deze eerste klomp wordt beïnvloed door een toename van het aantal waarnemingen. Meer waarnemingen leiden tot meer extreme uitschieters. Ook een lokale toename van de inventarisatie-activiteit op de allerwarmste plekken maakt het mogelijk om records in een lange tijdreeks steeds verder te vervroegen.

Daling dagnummer voor eerste waarneming eieren bruine kikker

Doe jij al mee aan de tuintellingen?

Doe mee!

Citizen science (gegevensverzameling door burgers) is belangrijk om meer te weten over de Nederlandse natuur. Wil je de komende weken ook bijdragen aan de verzameling van waardevolle gegegevens in je eigen achtertuin? Schrijf je dan nu in voor de kikkerdriltelling op tuintelling.nl!

Tekst: Raymond Creemers, RAVON
Foto: Jelger Herder (leadfoto: bruine kikkers met eiklomp); Jaarrond Tuintelling
Grafieken: NDFF

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen