Bijen hebben nog steeds de gunfactor

Provincie Noord-Brabant
16-MRT-2020 - Met enige fantasie kun je stellen dat Pieter van Breugel aan EHBI doet: Eerste Hulp Bij en andere Insecten. De 72-jarige Veghelaar met de schilderachtige naam staat als auteur van Gasten van bijenhotels namelijk te boek als dé Nederlandse kenner van insectenhotels. Als vrijwilliger breekt hij graag een lans voor ‘insectenhulp’, met name aan bijen en wespen.
Deel deze pagina

De hyacinten en krokussen hebben inmiddels hun kopjes weer opgestoken en dus is ook bijen- en wespenactiviteit aanstaande. Nou zit niet iedereen daarop te wachten; wat dat betreft is de angst voor de angel diep geworteld. Zeker als wespen in augustus op zoek gaan naar zoetigheid en ons lastigvallen op terrasjes. Daarvoor heeft Pieter een tip: “Bijen en wespen zijn gewend om weggeblazen te worden door de wind. Het enige wat je hoeft te doen, is blazen. Ze steken pas als ze klem komen te zitten. Of als je te dicht bij hun nest komt, met name bij drukkend weer.”

Hoornaar, wespen en bijen

Van bijen weten we dat ze een belangrijke schakel zijn in de bestuiving van planten en (fruit)bomen. Maar wespen, die hebben toch geen enkel nut? Wel degelijk, bezweert de Veghelaar. Daarvoor eerst wat achtergrond: “Er zijn 5000 soorten wespen in Nederland, waarvan we er maar drie kennen: de gewone wesp, de Duitse wesp en de hoornaar. Graafwespen zijn onbekend, terwijl die rupsen en kevertjes vangen waar we last van hebben.” Ook de wespen die we het liefst doodslaan, dragen bij aan de bestuiving. “Bovendien vervullen ze een belangrijke rol in het opruimen van plaagdieren: muggen, brom- en strontvliegen.”

Eindeloze puzzel

Pieter is gebiologeerd door de leefwereld van de vele soorten solitaire bijen. “Hun diversiteit en samenhang is verbluffend: hoeveel andere soorten ze aantrekken die ervan afhankelijk zijn. Een ecosysteem als een eindeloze puzzel die voortdurend verrast.” Zo zijn er soorten die verschrikkelijk veel op elkaar lijken. Onder een vergrootglas moet je hun stipjes tellen om de verschillen te vinden. “En dat die dan zo’n groot verschil in leefwijze hebben. De een vliegt op klimop, de ander op zeeaster of struikhei. Dat blijft intrigerend, want normaal gesproken zou je ze allemaal op één hoop gooien.”

Grote bladsnijderZijn fascinatie voor ‘vliesvleugeligen’ ontstond veertig jaar geleden. Pieter was net benoemd als docent scheikunde – “Ik had een heel goed cijfer voor biologie, maar zag op tegen al die Latijnse benamingen” – aan het Zwijsen College in zijn woonplaats. Tijdens wandelingen met collega’s werd ook het emplacement van het Duits Lijntje aangedaan, de spoorverbinding Boxtel-Veghel-Wesel. Op dit kale, zonbeschenen terrein vielen de wandelaars in het voorjaar zandhoopjes op. Die bleken te zijn gegraven door solitaire (of wilde) bijen.

Verhalen vertellen

“Toen was ik verkocht. Van mijn broer kreeg ik een tweedehands camera en ging er foto’s van maken. Vervolgens ben ik erover gaan lezen. Het werd zo intrigerend dat ik in mijn tuin een bijenhotel maakte. Na een jaar of vijf ging ik er verhalen over vertellen, dat was tenslotte mijn beroep. Ik raakte ook bevriend met Theo Peeters, een van de grote bijenkenners van Nederland. Daardoor leerde ik nog meer deskundigen kennen en ging m’n kennis met sprongen vooruit.” Kennis die hij bundelde in zijn boek Basisgids wilde bijen, en deelt tijdens lezingen en cursussen.

Klimopbij

Voor solitaire bijen heeft de Veghelaar een groter zwak dan voor honingbijvolken. “Honingbijen worden al heel goed van hun natje en droogje voorzien in kasten en korven.” Met lede ogen ziet hij aan hoe imkers deze naar natuurgebieden slepen waar de honingbij eigenlijk niet thuishoort. “Dat is weleens een probleem: ze verdringen daar de andere soorten die er van nature voorkomen. Terwijl honingbijen zich overal wel kunnen redden.” Aan de rand van de Biesbosch was vorig jaar zelfs sprake van een bijenoorlog.

Hartstikke slecht

Pieter draait er niet omheen: met een aantal van de driehonderd bijensoorten in Nederland gaat het hartstikke slecht. Dat is volgens hem direct gerelateerd aan het verdwijnen van diversiteit aan flora: “Als je alle wilgen snoeit, roei je onbewust minstens tien soorten uit.” De liefhebber juicht het dan ook toe dat zowel burgers als overheden hierover nadenken. “Gemeenten als Eindhoven pikken dat goed op. De Provincie Noord-Brabant zet in op bermen als natuurgebied, door ecologisch beheer.”

Duitse wesp

Zelf doet hij er alles aan om de diversiteit in stand te houden. Namens natuurorganisatie IVN zit Pieter in het Platform Natuur en Landschap Meierijstad, om die gemeente te adviseren over groenbeheer en -onderhoud. Hij is er lid van imkersvereniging Bijerijstad en werkt bij de landelijke imkersbond NBV mee aan een cursus ‘biodiversiteitsambassadeur’. En bij de vereniging voor veldbiologie KNNV-Eindhoven start binnenkort zijn cursus wilde bijen. Een bezige bij dus en hoewel hij al elf jaar gepensioneerd is, kost het hem zo veel tijd dat hij zelf geen honingbijen kan houden.

Insectentuin

Dat hoeft ook niet, want de Veghelaar geniet in zijn tuin met diverse insectenhotels van alles wat af- en aanvliegt. Of hij gaat naar insectentuin Geerbosch bij hem in de buurt. Pieter stond zelf aan de basis daarvan: “Ik wilde een bindend element voor de leden van IVN afdeling Veghel, waarvan ik eind jaren tachtig enkele jaren voorzitter was. Ik verdiepte me in wat er zoal in de insectentuin leefde. Dat ging ik uitdragen, door voorlichting en advies te geven over insectenhulp.” Niet dat de nieuwe leden vervolgens toestroomden; met de liefde voor insecten moet je volgens hem geboren zijn.

Pieter van Breugel met een van zijn insectenhotels

Helaas heeft ook de commercie de insectenhotels ontdekt en wordt er veel goedkope rommel verkocht. Maar de bijenkenner raadt niet af om er een aan te schaffen. “Er zit altijd wel wat in waar allerlei bijen en hun parasieten op afkomen. En dat trekt weer zeer interessante andere dieren aan.” Zelf helpt hij de initiatiefnemers die in een natuurpark in Made-Drimmelen zijn gestart met bijenhotelletjes. Lachend: “Die dragen mijn naam. Ik lever ook foto’s die erbij komen te hangen.”

Expert van insectenhotels

Pieter maakte inmiddels 150.000 foto’s van bijen, wespen en hun onderkomens. De uitgave van Gasten van bijenhotels (gratis te downloaden) heeft hem dé Nederlandse expert op het gebied van insectenhotels gemaakt. Vanwege de toenemende belangstelling voor wilde bijen, werkte hij mee aan twee IVN-cursussen: “Met als insteek het groenbeheer ten behoeve van bijen. Want zoals de pandabeer het symbool van het Wereld Natuur Fonds is, is ook hierbij gekozen voor iets ‘aaibaars’. En bijen hebben nog steeds de gunfactor.”

Hij vindt het belangrijk, dit vrijwilligerswerk. “Mijn drijfveer is om bij mensen niet alleen enthousiasme en verbazing over te brengen, maar ook de motivatie om het op hun beurt door te geven aan anderen. Want als je de kennis en het respect niet doorgeeft, is het gedoemd uit te sterven.”   

Groene helden

Provincie Noord-Brabant publiceerde een serie interviews met Groene Helden, lees deze interviews op Brabant.nl/groenehelden.

Subsidie verbetering leefgebied van de bij

Gemeenten die overstappen op ecologisch wegbermbeheer van gemeentewegen buiten de bebouwde kom kunnen subsidie aanvragen. Deze subsidie is ook beschikbaar voor het verbeteren van het leefgebied van bijen op percelen met een agrarische bestemming.

Tekst: Tim Durlinger, provincie Noord-Brabant
Foto's: Marc Bolsius; Silvia Hellingman; Pieter van Breugel

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen