Wolven en de noodzaak tot intersoortelijke communicatie

Zoogdiervereniging
10-SEP-2020 - Om conflictarm te kunnen samenleven met wilde dieren zoals de wolf moeten we ons ervan bewust worden hoe wij voortdurend, vaak zonder het te beseffen, communiceren met andere soorten waarmee we het landschap delen. Wolfwerende hekken zijn daarbij geen harde grens tussen cultuur en natuur, maar een communicatiemiddel. Dit artikel is verschenen in het blad Zoogdier.
Deel deze pagina

We beschermen natuurgebieden zodat bedreigde planten- en diersoorten daar kunnen overleven. Maar het gebied daarbuiten beschouwen we doorgaans als exclusief van ons mensen; daar zetten we de natuur volledig naar eigen hand. Waar we vroeger een omheining plaatsten om stad en erf om wilde dieren buiten te houden, daar dienen hekken en wildroosters tegenwoordig vooral om wilde dieren binnen te houden. Zodra natuur lastig is of simpelweg in de weg zit, is voor veel mensen de eerste impuls nog steeds om de natuur te controleren en beheersen. Dat komt misschien wel het duidelijkst naar voren als het gaat om de terugkeer van de wolf in het Nederlandse landschap.

Wolf in Brabant

In het voorjaar van 2020 dook een jonge Duitse wolf op nabij Heusden, een gebied dat eigenlijk ongeschikt is voor een wolf, niet omdat mensen dat vinden, maar omdat er daar onvoldoende wilde prooidieren beschikbaar zijn. In tegenstelling tot de verwachting trok het dier niet onmiddellijk verder, maar bleef het hangen in het gebied, en vergreep zich daar in korte tijd aan meer dan zestig schapen. Het leidde tot grote consternatie en oproepen om het dier af te schieten en heel Nederland tot wolvenvrije zone uit te roepen. Pas nadat provincie en vrijwilligersgroepen in allerijl waren bijgesprongen om boeren te helpen bij het beschermen van hun schapen, besloot de wolf verder te trekken, richting België. Het gedrag van deze Brabantse wolf leidde tot een felle, aanhoudende discussie. Moeten we wilde dieren zoals de wolf proberen buiten dergelijk gebieden te houden, misschien niet door ze af te schieten, maar door ze actief te verjagen of te vangen en elders uit te zetten? Of zullen we moeten wennen aan het idee dat wilde dieren zich niet alleen in natuurgebieden ophouden, en daadwerkelijk leren het landschap te delen met wilde dieren?

WolfHet huidige faunabeheer gaat ervan uit dat een strikte scheiding tussen natuur en cultuurlandschap veel problemen kan oplossen; en voor dieren die uit zichzelf keurig in een natuurgebied blijven werkt dat meestal ook. Maar de wolf kleurt bij uitstek buiten de lijntjes. Wolven zijn intelligent en flexibel en hebben zoveel ruimte nodig, dat er in het Nederlandse landschap altijd overlap zal zijn tussen hun territorium en dat van ons. Wolven negeren het onderscheid tussen cultuur en natuur dat voor ons zo belangrijk is. Ze claimen een plek in het landschap dat wij tot voor kort als ons eigen exclusieve domein beschouwden.

Daarmee confronteert de wolf ons met de vraag in hoeverre we werkelijk bereid zijn plaats te maken voor andere organismen. Dat is volgens Sue Donaldson en Will Kymlicka niet alleen een ethische, maar tevens een politieke kwestie; het gaat er niet alleen om dat we wolven beschermen, maar dat we op zoek moeten naar een rechtvaardige verdeling van voordelen en lasten tussen mensen en wolven.

Parallelle werelden

Enkele jaren geleden bezocht ik het Harz Nationalpark, een wild en afgelegen gebied langs het voormalige IJzeren Gordijn in het hart van Duitsland. Tijdens een lange wandeling ontmoette ik een boswachter, en ik vroeg hem of hij wist of wolven dat gebied al hadden bereikt. "Niet dat ik weet," antwoordde hij. "Maar terwijl we hier praten, kunnen ze ons in de gaten houden, van achter de bomen. In de natuur ben je nooit alleen, terwijl je kijkt, word je ook altijd bekeken. Eén paar ogen kijkt naar binnen, duizend paar ogen kijken naar buiten." Der Wald hat tausend Augen (Het bos heeft duizend ogen), zo luidt een oud Duits jagersgezegde dat in onze tijd opnieuw actueel zou kunnen worden.

Dieren leven in hun eigen wereld, die in ruimtelijke termen overlapt met die van ons, maar die in termen van betekenis tot een andere dimensie behoort. Wat wij zien als een kantoorgebouw of een flatgebouw, kan een rotswand lijken voor een duif of een slechtvalk. Het punt is natuurlijk dat deze verschillende betekeniswerelden niet onafhankelijk van elkaar bestaan, maar elkaar raken. Ons handelen heeft daarom niet alleen invloed op het landschap voor onszelf, maar ook op dat van andere wezens, in materiële zin, maar daarmee ook in termen van betekenis. Susan Boonman-Berson wijst erop dat communicatie met wilde dieren niet direct plaatsvindt, maar is gebaseerd op materiële sporen of tekens waartoe zowel mensen als wilde dieren toegang hebben en die door hen moeten worden geïnterpreteerd. Door ons landgebruik geven we voortdurend tekens, en communiceren we dus voortdurend met andere soorten, meestal zonder ons daarvan bewust te zijn.

Een weiland met Engels raaigras roept tegen een overvliegende gans: kom hier eten! Een weiland met onbeschermde schapen doet datzelfde voor een rondzwervende hongerige jonge wolf die op zoek is naar een nieuw territorium. En omgekeerd: wat voor een dier natuurlijk gedrag is, kan voor de mens verschijnen als probleemgedrag. Die verschillen in interpretatie van het landschap kunnen onbedoeld leiden tot conflicten, zeker wanneer wilde dieren beslissingen nemen op basis van landschapskenmerken waarvan wij mensen ons niet eens bewust zijn.

Een weiland roept tegen een overvliegende gans: kom hier eten!

De uitdaging van het samenleven met wilde dieren draait daarom niet alleen om het vinden van een compromis tussen menselijke en dierlijke belangen. Het gaat er ook om te leren begrijpen hoe het landschap voor een andere diersoort een andere betekenis heeft dan voor ons, en dat daaruit bepaalde gedragingen voortvloeien die tot conflicten kunnen leiden.

Samenleven met roofdieren

Er zijn in de wereld talloze voorbeelden te vinden van mensen en gemeenschappen die erin slagen om samen te leven met wilde dieren, in vele gevallen dieren die veel gevaarlijker zijn en veel lastiger om mee samen te leven dan onze wolf. In landschappen waar mensen en roofdieren met succes hebben geleerd samen te leven, zijn mensen en roofdieren op elkaar ingespeeld geraakt. Daarin hebben mensen en dieren als het ware een gedeeld begrip ontwikkeld van het landschap als een gelaagde ruimte, waardoor er bij mensen én dieren vertrouwen is gegroeid in een conflictarme co-existentie. Maar het ontstaan van een dergelijke traditie is waarschijnlijk wel een kwestie van een lange adem.

We kunnen ons ook laten inspireren door eigentijdse voorbeelden van hoe wij intermenselijke landgebruiksconflicten hebben leren vermijden. In bossen en andere recreatiegebieden zijn bijvoorbeeld allerlei manieren ontwikkeld die voorkomen dat wandelaars onnodig in botsing komen met mountainbikers en ruiters. Op basis van een erkenning van die verschillen hebben we een netwerk van wandel-, MTB- en ruiterpaden in het leven geroepen dat je zou kunnen zien als een manier om de gelaagdheid van het landschap concreet vorm te geven. Wanneer zo’n netwerk goed is ontworpen, en de paden goed aansluiten bij de beleving en behoeftes van de verschillende groepen, dan is het in ieders belang om onnodige conflicten te vermijden en kunnen de groepen doorgaans vertrouwen op elkaars goodwill, ook zonder dat er achter elke boom een boswachter staat om boetes uit te delen. Men is dan zelfs bereid te accepteren dat er af en toe iemand zal zijn die zich niet aan de afspraak houdt. Door dat onderlinge vertrouwen en een wederzijds leer- en communicatieproces kunnen verschillende groepen met relatief weinig conflicten met elkaar samenleven.

Op een vergelijkbare manier zouden we kunnen nadenken over maatregelen om conflicten tussen roofdieren en vee te voorkomen. Tussen mensen is communicatie relatief eenvoudig met bordjes en wegwijzers, maar voor dieren hebben we tekens nodig die zij kunnen ‘lezen’, dat kunnen hekken zijn of schrikdraad, maar ook groene corridors die een veilige migratieroute aangeven, of bepaalde meer of juist minder smakelijke gewassen.

Hekken als communicatiemiddelen

Wanneer boeren hun schapen consequent beschermen, zodat het voor een wolf dermate omslachtig en risicovol wordt om schapen te pakken dat het oninteressant wordt, zullen wolven leren hun gedrag aan te passen, vooropgesteld natuurlijk dat er genoeg wilde prooidieren zijn om op te jagen. De ervaring elders leert dat na een aantal generaties jonge wolven in de cultuur van de volwassen wolven zullen ingroeien, waarin gehouden vee wordt genegeerd. In Zwitserland neemt het aantal aanvallen op vee de laatste jaren af, terwijl het aantal wolven nog steeds toeneemt. Hetzelfde speelt in de Duitse deelstaat Nedersaksen. In Zweden is hetzelfde proces al een paar jaar langer aan de gang en hebben sommige boeren zelfs besloten dat er geen hekken meer nodig zijn; ze durven kennelijk te vertrouwen op de lokale cultuur onder wolven om af te zien van schapenvlees. Wel moet worden opgemerkt dat jonge wolven, net als menselijke adolescenten, graag experimenteren en in de verleiding kunnen komen om schapen aan te vallen als zich een gemakkelijke gelegenheid voordoet. Het is belangrijk dat jonge wolven, van hun ouders of van ons, leren dat het gemakkelijker en veiliger is om op wilde prooien te jagen en schapen achter het hek met rust te laten, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat elke poging om een schaap aan te vallen resulteert in een onaangename ervaring, zoals een elektrische schok.

Samenleven met grote roofdieren zoals de wolf brengt onvermijdelijk spanningen met zich mee en de noodzaak om afstand te houden van elkaar, ondanks het feit dat we samen het landschap bewonen. Vaak zullen we in staat zijn om vreedzaam naast elkaar te leven, soms zal onze relatie uitdagender zijn. Tegelijkertijd valt er iets te winnen: onze wereld kan groter en bevredigender worden, wetende dat we in een landschap leven dat groter is dan wij, dat we niet de enigen zijn die het land gebruiken, kennen en begrijpen. Hoe het ook zal gaan in de nabije toekomst, wat de voorbeelden van elders laten zien is dat het geen zin heeft om hekken te zien als belichaming van een strikt onderscheid tussen natuur en cultuur. Hekken en andere preventiemiddelen moeten worden geïnterpreteerd als communicatiemiddelen die conflicten kunnen helpen vermijden tussen mensen en wilde diergemeenschappen die in parallelle werelden leven, maar hetzelfde landschap delen.

Zoogdier

Bovenstaand artikel wordt aangeboden door de redactie van Zoogdier. Zoogdier is het populair-wetenschappelijk kwartaalblad van de Zoogdiervereniging en Natuurpunt. Leden van de Zoogdiervereniging en abonneehouders van Natuurpunt krijgen Zoogdier automatisch thuisgestuurd.

Elk kwartaal zijn in het blad Zoogdier achtergrondartikelen te lezen over bescherming van en onderzoek naar in het wild levende zoogdieren in Nederland en Vlaanderen. Het herfstnummer biedt inzicht in het verminderen van dassenschade bij mais, de effectiviteit van otterbuizen en de rol van zoogdieren als aas in de voedselkringloop. Daarnaast worden ook artikelen gepubliceerd over activiteiten die worden ondernomen door werkgroepen van de Zoogdiervereniging (Nederland) en Natuurpunt (Vlaanderen).

Tekst: Glenn Lelieveld, hoofdredacteur Zoogdier, op basis van 'Het bos heeft duizend ogen - Over wolven en de noodzaak tot intersoortelijke communicatie' verschenen in Zoogdier 31-3, 2020 en geschreven door Martin Drenthen, Universitair hoofddocent milieufilosofie aan de Radboud Universiteit
Foto's: Fokko Erhart

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen