Broedpopulatie visarend groeit

Sovon Vogelonderzoek Nederland
11-SEP-2020 - In 2020 waren de drie paar in de Biesbosch broedende visarenden bijzonder succesvol. Elk paar bracht drie jongen groot. Een vierde stel bouwde twee nesten, maar deed nog geen broedpoging. In vijf jaar tijd zijn er al twintig visarenden grootgebracht in het gebied.
Deel deze pagina

In 2016 vestigde het eerste broedpaar zich in de Brabantse Biesbosch. Het bracht één jong groot op een fors nest in een dode boom. Enthousiasme alom onder vogelaars, want een langverwachte roofvogel vestigde zich eindelijk in Nederland. Bijzonder was dat wel. De dichtstbijzijnde broedplekken lagen immers op meer dan driehonderd kilometer afstand in Duitsland, Frankrijk en Engeland. De meeste visarenden kiezen een nestplek die niet zo ver van hun geboorteplek ligt. Deze vogels waren avonturiers; kennelijk werden ze verleid door het flinke oppervlak aan viswater en een voldoende aanbod van nestplekken in de vorm van dode bomen, maar ook hoogspanningsmasten.

Hoogspanningsmasten bieden een hoge en stevige plek om te nestelen, zoals hier op 65 meter hoogte in de Biesbosch

Succesvolle uitbreiding

Vijf jaar verder zijn er drie broedparen gevestigd in het natuurgebied: twee in een dode boom en één in een hoogspanningsmast. Van de broedvogels dragen er vier een kleurring. Het gaat om twee Duitse vrouwtjes, een Duits mannetje en een Engels mannetje. Mede dankzij deze ringen kennen we de beginnende populatie goed: zo weten we dat het Duitse mannetje (de stamvader) alle jaren terugkeerde en met zijn partner al elf jongen grootbracht. Gemiddeld vlogen er 2,2 jongen per broedsel uit, een prima resultaat. Als er nog jongen uit de eerste broedjaren leven, dan is de kans groot dat ze, na eerst ruim een jaar in Afrika te zijn gebleven, terugkomen om een eigen plek in de omgeving te bemachtigen. Misschien is het vierde stel dat het hele zomerhalfjaar in de Biesbosch verbleef wel eigen nageslacht? 

Waar gaat dat naartoe?

Twee paren nestelen op afgebroken, dode populieren

Iedere zomer blijven er wel enkele visarenden in waterrijke gebieden in ons land hangen. Gezien de uitbreidende broedpopulatie wordt het wel steeds spannender om zulke vogels goed in de gaten te houden (zie ook deze aanwijzingen). Gaan ze met takken slepen (en waar gaat dat naartoe)? Tot in augustus kunnen visarenden nog nesten gaan bouwen. In 2019 was het bijvoorbeeld een komen en gaan van verschillende vogels bij een nest in Limburg, maar werd er niet gebroed. Uit 2020 zijn er geen broedverdachte visarenden buiten de Biesbosch bekend, maar voor meldingen blijft Sovon afhankelijk van scherpe (roof)vogelaars. Beschrijvingen van verdachte gevallen zijn welkom via de webpagina 'Losse meldingen broedvogels'.

Doortrek

Dit bericht verschijnt in september, de beste maand om visarenden op doorreis te zien. De meeste zijn afkomstig uit Zweden. Ze houden er in het najaar de strategie ‘vliegen – vissen – vliegen’ op na en nemen dus geregeld de tijd om te jagen. In waterrijke gebieden plonsen ze het water in en dan is het hopen dat je zo’n arend met vis en al boven ziet komen.

Meer informatie

Over visarenden in Nederland zijn verschillende artikelen geschreven met gedetailleerdere gegevens over broeden en doortrek. Zie:

Tekst: Albert de Jong, Sovon Vogelonderzoek Nederland
Foto's: Mark Zekhuis, Saxifraga; Albert de Jong; Hans Gebuis

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen