Bijzondere paddenstoelenflora langs het fietspad Wageningen-Bennekom

Nederlandse Mycologische Vereniging
2-DEC-2020 - In 2011 is het fietspad van Wageningen naar Bennekom grotendeels vervangen door een betonnen pad. Dit fietspad was voordien bedekt met schelpen. Bij de aanleg van het betonnen pad is de oorspronkelijke bedekking van schelpen in de bermen langs het nieuw aangelegde pad terecht gekomen. In combinatie met de diversiteit aan boomsoorten zorgt dit nog steeds voor een rijke paddenstoelenflora.
Deel deze pagina

Het fietspad begint bij een kruising met de Hartenseweg in Wageningen en was oorspronkelijk een schelpenpad. Bij slijtage van de bovenlaag werd deze aangevuld met schelpen, maar ongeveer een halve eeuw geleden werd overgestapt op aanvulling met leem. In de bermen van het fietspad zijn nog steeds restanten van schelpen terug te vinden. Het tweede deel van het fietspad begint bij de kruising met de Keijenbergseweg vlakbij arboretum de Oostereng. Regionaal staat dit arboretum bekend als het 'vergeten arboretum'. Het pad loopt richting Bennekom en is ongeveer anderhalve kilometer lang. Ook dit pad was oorspronkelijk met schelpen bedekt. Ongeveer tien jaar geleden is men begonnen met de aanleg van een betonnen pad en werd een deel van de bovenlaag met schelpen naar de bermen geschoven. Daardoor zijn thans de bermen langs het pad nog steeds kalkrijk. De aanwezigheid van een diversiteit aan loof- en naaldbomen, onder meer van belang voor ectomycorrhizavormende paddenstoelen, zorgt ervoor dat er een grote variëteit aan soorten paddenstoelen kan groeien.

De Grauwe ringboleet leeft in symbiose met Lariks

Ectomycorrhizavormende paddenstoelen

Sommige soorten paddenstoelen zijn specifiek gebonden aan een bepaalde boomsoort en gaan daarmee een samenlevingsverband aan via een netwerk tussen schimmeldraden in de grond en de fijnste vertakkingen van de boomwortels. In de bermen kunnen we onder andere de zeldzame Grauwe ringboleet (Suillus viscidum) en de Gele ringboleet (Suillus grevillei) aantreffen, soms zelfs in meerdere vluchten per jaar als het tenminste niet gedurende langere tijd erg droog is. Beide ringboleten leven in symbiose met Lariks. Ook de Koeienboleet (Suillus bovinus) die samenleeft met Den en soms vergezeld gaat van de op deze soort parasiterende Roze spijkerzwam (Gomphidius roseus), is een geziene gast langs het fietspad. Ook vezelkoppen zijn ruim vertegenwoordigd in de bermen, zoals de zeldzame Bleeksteelvezelkop (Inocybe albovelutipes) en de Bleke spleetvezelkop (Inocybe obsoleta). De laatste onderscheidt zich van de Geelbruine spleetvezelkop door het ontbreken van gelige of olijfgroene tinten van de lamellen.

Bleke spleetvezelkop

Parasolzwammen

Grijsbruine parasolzwam

Parasolzwammen uit diverse geslachten zijn rijkelijk aanwezig langs het fietspad. De afgelopen drie jaar werden ongeveer vijftien verschillende soorten gezien. Het zijn saprotroof levende paddenstoelen die vaak gesteld zijn op een kalkrijke bodem. Ze vallen op door hun elegante slanke postuur, zoals bij de vrij zeldzame Grijsbruine parasolzwam (Macrolepiota fuliginosa), bijzondere kleuren zoals bij de Purperbruine parasolzwam (Lepiota fuscovinacea) en de Violetstelige poederparasol (Cystolepiota bucknalli), of stekels zoals bij de Spitsschubbige parasolzwam (Lepiota aspera). Alle genoemde parasolzwammen zijn dit jaar waargenomen. Het lijkt er dan ook op dat de aanleg van het betonnen pad geen negatieve gevolgen heeft gehad op het bestand aan parasolzwammen in de berm. Integendeel: de violetstelige poederparasol vertoonde zich dit jaar, na jarenlange afwezigheid, in oktober en november op vijf verschillende plaatsen langs het pad. Dit jaar werd ook voor het eerst de Valse lila parasolzwam (Lepiota pseudolilacea) gezien.

Blozende schijnridderzwam

In 2014 werd de zeer zeldzame Blozende schijnridderzwam (Lepista martiorum) voor het eerst waargenomen in het gebied. Sindsdien is hij elk jaar opnieuw gezien, met uitzondering van het jaar 2018. Destijds werd de paddenstoel per toeval ontdekt omdat hij vlakbij een Gele stekelzwam (Hydnum repandum) groeide. Ook dit jaar gaf de Blozende schijnridderzwam acte de presence; hij stond als altijd verscholen tussen opschot van Beuk, wat verlegen te pronken zoals het een echte Blozende schijnridderzwam betaamt.

Blozende schijnridderzwam

Conclusie

Onze conclusie is dat bij de omvorming van schelpenpaden naar betonpaden de afgegraven bovenlaag beter niet kan worden afgevoerd, maar kan worden hergebruikt voor verrijking van de bermen. De kalkconcentratie van de bermen wordt erdoor verhoogd, waardoor de biotoop voor kalkminnende soorten nog jarenlang in stand kan blijven. Wel dient te worden opgemerkt dat dit van tijdelijke aard is als verdere bekalking in de toekomst achterwege blijft. Onder invloed van zure regen zullen de bermen steeds meer ontkalkt raken. Uiteindelijk zal dit in het nadeel zijn van de paddenstoelen die afhankelijk zijn van kalk. Voor de ectomycorrhizavormende paddenstoelen geldt dat als de bijbehorende waardboom wordt gekapt, bijvoorbeeld Lariks als waardboom van de Gele- en Grauwe ringboleet, deze op termijn zullen verdwijnen uit het gebied.

Violetstelige poederparasol

Tekst: Jan Knuiman en Krist van Veen, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto's: Lies van Veen (leadfoto: Purperbruine parasolzwam); Jan Knuiman

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen