Poep met insecticiden aangetroffen in natuurgebieden

ARK Natuurontwikkeling
17-JAN-2021 - De poep van boerenvee in natuurgebieden is lang niet altijd vrij van giftige stoffen. Onderzoek van ARK Natuurontwikkeling toont aan dat de concentraties van giftige medicijnresten soms zo hoog zijn, dat het vrijwel alle insecten doodt. ARK pleit voor nauwgezette monitoring van het gebruik van ontwormingsmiddelen bij boerenvee in natuurgebieden. Zodat giftige poep uit de natuur wordt verbannen.
Deel deze pagina

Poep is een belangrijke schakel in de kringloop van het leven. Waar wij mensen meestal gruwelen van een dikke drol, zijn tal van insecten, dieren en planten er verzot op. Sterker nog: honderden soorten zijn er direct afhankelijk van. De lijst van beestjes die normaal gesproken op een versgeperste vlaai afkomen, is eindeloos lang: van vlieg tot mestkever en van vlinder tot slak. Met name de mestkevers en hun larven gaan voortvarend aan de slag met het verwerken van de poep. De drol vol insecten trekt vervolgens rovers aan. In de vorm van nog meer insecten, maar ook padden, vogels en dassen pikken maar al te graag een beestje mee. Wormen, schimmels en bacteriën breken de vlaai verder af. Zo maakt de mestfauna voedingsstoffen beschikbaar voor planten.

Schone poep is een bron van leven. Klik op de illustratie om deze gratis te downloaden in de ARK-web(geef)winkel

Geen toegang tot de kruidenapotheek

Althans, zo vergaat het een normale vlaai. Die van een koe die zijn kostje bij elkaar graast in een gevarieerd, kruidenrijk natuurgebied. Om zijn afweer op peil te houden, eet zo’n grazer kruiden als boerenwormkruid en kraailook die werken tegen parasieten. Zijn soortgenoot op het moderne agrarische boerenbedrijf heeft geen toegang tot deze kruidenapotheek en moet het doorgaans doen met een monocultuur van Engels raaigras. Het gevolg: een grotere kans op parasieten en daarmee ontstekingen. Om dieren dit leed te besparen, wordt boerenvee vaak preventief behandeld met ontwormingsmiddelen.

Atalanta op een paardenvijg

Poeponderzoek

Maar ook dit boerenvee én de mest komen soms in natuurgebieden terecht. Boeren pachten namelijk regelmatig natuurgrond om daar hun dieren te laten grazen. Beheerders van de natuurgebieden verzoeken de boeren meestal om hun dieren in de weken daarvoor niet te ontwormen, maar daarop wordt niet gemonitord. Om daar iets aan te doen, is ARK Natuurontwikkeling begin vorig jaar een poeponderzoek gestart.

Op verschillende locaties door heel het land hebben beheerders 38 monsters van koeienvlaaien en 3 monsters van schapenmest afgenomen. Deze zijn vervolgens in een onafhankelijk laboratorium geanalyseerd. In 3 van de 41 monsters werden grote hoeveelheden Fenbendazol, Ivermectine en Eprinomectine aangetroffen. Van Fenbendazol is aangetoond dat het bij bepaalde doseringen dodelijk is voor vogels. Van de andere twee kunnen kleine doseringen desastreuze gevolgen hebben: vrijwel alle insecten in de poep sterven. Met een domino-effect tot gevolg: acuut voedselgebrek voor de vogels en zoogdieren die afhankelijk zijn van de insecten als voedselbron.

Tal van insecten, zoals deze mestkever Geotrupes spiniger, profiteren van gezonde poep

Kleinere hoeveelheden opsporen

Alhoewel in de overige monsters geen antiparasitaire middelen zijn aangetroffen, wil dat niet zeggen dat deze mestmonsters geen medicijnresten bevatten. Projectleider Jeroen Helmer: “de gebruikte apparatuur was niet gevoelig genoeg om kleinere hoeveelheden medicijn te meten. Terwijl juist voor kleine beestjes als mestkevers en vliegen geldt dat ze zelfs bij hele kleine beetjes insecticiden, slechts microgrammen, al gevaarlijk zijn. In een volgend onderzoek willen we daarom kijken of er gevoeliger meetmethodes voorhanden zijn, om zo ook deze kleinere hoeveelheden insecticiden op te kunnen sporen.”

Vanwege de grote negatieve effecten van ontwormingsmiddelen op de natuur, blijft het monitoren van poep van boerenvee in natuurgebieden belangrijk. Daarom doet ARK Natuurontwikkeling in 2021 opnieuw onderzoek naar koeienvlaaien. Beheerders die interesse of vragen hebben, kunnen zich alvast melden via jeroen.helmer@ark.eu.

Meer informatie

Tekst: Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling en Jelmer Buijs, Buijs Agro Services
Afbeeldingen: Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling