Nieuwe Oost-Europese slak op pioenrozen

Stichting ANEMOON
27-JUN-2021 - Heeft u wel eens een knop van bosje pioenrozen aan de wandel zien gaan? Dit overkwam een Haagse slakkendeskundige. Na aankoop bij een bekende supermarkt, bleek de kruipende pioenroos-knop een nog niet eerder uit Nederland bekende Zuidoost-Europese huisjesslak te zijn. Niet-inheemse slakken liften soms mee met planten, groenten, fruit of zelfs bomen en kunnen zo hun areaal stevig uitbreiden.
Deel deze pagina

Toen Han Raven op 5 juni 2021 bij de supermarkt een bosje pioenrozen kocht, trof hij daarop bij het uitpakken tot zijn verrassing een actief kruipende huisjesslak aan. Hoewel het slakkenhuis leek op dat van onze inheemse Zwartgerande tuinslak (Cepaea nemoralis (Linnaeus, 1758)), herkende hij de soort direct als Caucasotachea vindobonensis (C. Pfeiffer, 1828). Dit is een sterk aan de Nederlandse tuinslakken verwante soort, die voornamelijk wijdverspreid is in Oost-Europa. Hiervan was nog nooit eerder een exemplaar uit Nederland gemeld. Hoewel er nog geen Nederlandse naam voor deze soort bestaat, lijkt de naam 'Balkan-tuinslak' het meest toepasselijk. Dit gezien de uitheemse herkomst en het oorspronkelijke verspreidingsgebied. Maar ook een naam als Geribbelde tuinslak is, gezien de structuur op het huisje, een optie.

Herkenning

Het huisje van de Balkan-tuinslak lijkt sterk op dat van de beide in ons land inheems voorkomende soorten tuinslakken, te weten de Witgerande tuinslak (Cepaea hortensis) en de Zwartgerande of Gewone tuinslak (Cepaea nemoralis).

Vooral de laatste is zeer algemeen in het hele land in bossen, duinen, parken en tuinen. Beide soorten hebben sterk variabele kleuren en streeppatronen die kunnen variëren van geheel egaal roze, bruin, geel of wit, tot exemplaren met vijf of minder donkerbruine kleurbanden of -strepen. Van de eerstgenoemde wordt het huisje tot circa 20 millimeter breed, van de laatste tot circa 25 millimeter of nog groter. Beide huisjes zijn samengedrukt kegelvormig en breder dan hoog, met een bijna glad schelpoppervlak waarop hoogstens groeilijnen zichtbaar zijn. De mondranden zijn, zoals de namen aangeven, afhankelijk van de soort meestal wit dan wel donkerbruin/zwart, maar in beide gevallen komen ook omgekeerde uitzonderingen voor. Het huisje van de Balkan-tuinslak is gemiddeld wat hoger en wordt tot circa 25 x 21 millimeter. Deze soort is vooral herkenbaar aan de fijne dwarsribjes op het oppervlak. Het kleurpatroon bestaat meestal uit meerdere bruine, vaak smalle banden op een bleek geelwitte ondergrond. De bovenste banden zijn vaak verbleekt. 

De Balkan-tuinslak (boven) lijkt op de qua kleur en strepen variabele Zwartgerande of Gewone tuinslak (onderste drie). Het meest opvallende verschil zijn de sterke ribbeltjes op de schelp; huisjes van onze inheemse soorten zijn vrijwel glad, met hoogstens wat groeilijntjes

Niet uitzetten

Een veelvoorkomende reactie bij mensen die een uitheemse slak op bloemen of in de groente vinden is, afgezien van verdelging, het dier uit te zetten in de tuin. Maar slakken zijn hermafrodiet (tegelijk mannetje en vrouwtje) of/en kunnen al bevrucht zijn en eieren leggen, waaruit een nieuwe populatie kan ontstaan. Afgezette eieren of jonge slakken worden bovendien vaak via vogels verspreid en kunnen zo grote afstanden overbruggen. Soorten die niet natuurlijk in Nederland voorkomen dienen niet te worden uitgezet in het wild. Ze kunnen zich verspreiden, vermeerderen en de hele inheemse fauna verstoren. Eigenlijk is het ook met wél inheemse soorten niet zo verstandig ze uit te zetten. Dit in verband met genetische verschillen en ongewenste vermenging. Tref je toch uitheemse soorten aan, dan kunnen die gewoon worden opgepakt. Landslakken bijten of steken niet en het slijm is gemakkelijk af te wassen (het zou volgens sommige bronnen zelfs geneeskrachtig zijn en tegen rimpels werken). Kleinere exemplaren en naaktslakken kunnen gevangen worden via lokdozen of bierslakkenvallen; die zijn milieuvriendelijk en goedkoop. Eenden, kippen en andere als pluimvee gehouden vogels zijn ook goed in het vinden en eten van slakken en hun eitjes.

Als je een aangetroffen uitheemse slak niet wilt doden, kun je overwegen die als huisdier te houden. Gewoon binnen, in een terrarium of in een grote pot met luchtgaatjes, aarde met wat planten en losse blaadjes. Wel regelmatig bevochtigen. Het zijn fraaie en leuke dieren, die hun eigen huis als een soort caravan meeslepen. Ook de pioenroos-lifter van Han Raven houdt zich prima. Het huisje had een kleine beschadiging aan de mondrand, maar die was na twee dagen al geheel hersteld; het dier groeit dus en knapt zijn eigen huis op.  

Maar nogmaals, het kan niet genoeg worden gezegd; zet uitheemse slakkensoorten niet uit in het wild! Dit geldt trouwens ook voor aquariumslakken en andere waterdieren en -planten.

Uitbreidende soort

Slakken op planten kunnen zich relatief makkelijk verspreiden, zowel op eigen kracht als via andere dieren of via de handel in bloemen en planten. Afgezette eieren of jonge slakken worden vaak via vogels verspreid en kunnen zelfs aanzienlijke afstanden overbruggen. Tijdens een in 2017 gepubliceerd onderzoek bestudeerden L. Kajtoch en diverse andere onderzoekers de historische verspreiding van de Balkan-tuinslak. Ze concludeerden dat deze landslak zich tijdens glacialen terugtrok in warmere schuilplaatsen, van waaruit de dieren zich in warmere perioden weer verder verspreidden. Deze reconstructie gaf aan dat de soort zich tijdens het laatste glaciaal terugtrok op de Balkan en zich tijdens het Holoceen verspreidde over vrijwel heel Zuidoost-Europa. Door menselijke interactie breidt de soort zich de laatste jaren verder uit, zoals te zien is aan de losse vlekken buiten het aaneengesloten verspreidingsgebied op de eerste kaart. Inmiddels is in het noorden Letland al bereikt (pijl op kaart), evenals Moskou. Recentelijk werd de soort bovendien op verschillende locaties in de Verenigde Staten en Canada gemeld. Daarbij wordt aangegeven dat de dieren rottend plantenmateriaal prefereren boven levende planten. Daarom staan ze in Europa niet bekend als landbouwongedierte. Via modellen stelden de onderzoekers vast dat een groot deel van het noordoosten en midwesten van de Verenigde Staten een geschikt milieu biedt en de soort zich daar sterk zou kunnen uitbreiden, terwijl de invloed op plaatselijk voorkomende soorten nog onbekend is. Ze bouwden ook een model voor Europa. Hieruit komt naar voren dat ook een groot deel van West-Europa geschikt zou zijn, waaronder in elk geval ook het oostelijke deel van Nederland.

Verspreiding van Caucasotachea vindobonensis in Europa. Links: huidige verspreiding. Rechts: mogelijke toekomstige verspreiding, gebaseerd op modellen

Nog meer meeliftende niet-inheemse slakken

Pioenrozen worden in Nederland veel gekweekt, zowel binnen als buiten kassen. Ze worden ook geïmporteerd van elders. Via de supermarkt en de leverancier weten we inmiddels dat verreweg de meeste pioenrozen van het veld van een Zeeuwse kweker kwamen, volgens het etiket ook de door Raven gekochte bos. Een kleine partij kwam uit Hongarije, waar de soort de algemeenste landslak is. Nadat we contact zochten, werden nog enkele andere exemplaren van de slak op de Hongaarse pioenrozen gevonden. Het is dus mogelijk dat de gevonden slak tijdens het transport overwandelde. De leverancier zal kwekers waarschuwen, zodat we erachter kunnen komen of er nog meer exemplaren in kassen of op velden in ons land leven, dan wel kunnen meeliften van elders. Het feit dat levende slakken aanwezig waren, geeft aan dat niet met gif gewerkt is, hetgeen positief is. De Balkan-tuinslak is overigens niet de enige soort die we kennen van ingevoerde planten, bloemen, consumptiegewassen of bomen. We noemen een paar voorbeelden:

  • De Pastaslak (Massylaea vermiculata). Bekend van meerdere meldingen; onder andere levend aangetroffen in broccoli, in siertuinen en op een geïmporteerde olijfboom.
  • De Getande melkslak (Otala lactea). Onder meer levend bekend uit de sla van een bedrijfsrestaurant in Leeuwarden en van een plant uit Italië.
  • De Gebandeerde wijngaardslak (Helix lucorum). Deze sterk op onze inheemse Gewone wijngaardslak lijkende soort is onder meer bekend uit tuinen in de binnenstad van Amersfoort en verwilderd bij Zutphen.
  • De Afrikaanse reuzenslak (Lissachatina fulica). Een enorme slak die, evenals sterk verwante soorten, ook wel als huisdier wordt gehouden. Er zouden bovendien kweekexperimenten mee worden gedaan door commerciële slakkenkwekers. In beide gevallen kunnen dieren ontsnappen. Huisdieren worden soms uitgezet als ze niet meer gewenst zijn. Dergelijke vondsten zijn onder meer bekend uit Amsterdam (Zeeburg) en uit een stadspark in Breda.

Waarnemingen

Alle meldingen van van deze en vergelijkbare soorten, alsmede van schelpdieren en andere zee-organismen, zijn welkom bij Stichting ANEMOON en platforms als Waarneming.nl.

Tekst: Han Raven, Nederlandse Macologische Vereniging / Naturalis, Adriaan Gmelig Meyling en Rykel de Bruyne Stichting ANEMOON
Foto's: Han Raven (leadfoto: de Balkan-tuinslak aangetroffen op 5 juni 2021 op Pioenrozen van een supermarkt); PICTAN

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen