Groot spiegelklokje en grote klaproos in het gebied Cortenoever.

Kennis cruciaal bij herstellen biodiversiteit op Gelderse natuurakkers

Provincie Gelderland
29-OKT-2021 - Door intensieve landbouw zijn kruiden- en faunarijke akkers zeldzaam, en daardoor ook de onkruiden en vogels die daarbij horen. Op akkers die nog wel natuurlijk beheerd worden, vallen resultaten bovendien vaak tegen. Welke kruiden kunnen groeien is sterk afhankelijk van de omstandigheden op een perceel. Met subsidie voor kennisdeling wil Provincie Gelderland de biodiversiteit vooruit helpen.
Deel deze pagina

Tussen de wuivende aren piept het blauw van korenbloemen en geel-wit van valse kamille. Een veldleeuwerik laat zijn uitbundige zang horen, patrijzen verschuilen zich tussen het graan.

Honderd jaar geleden lagen dit soort kruiden- en faunarijke akkers overal. Er werd nog niet met kunstmest en bestrijdingsmiddelen gestrooid, de grond werd alleen oppervlakkig geploegd en het gewas stond niet zo dicht. Er was ruimte – ruimte voor zogenaamde akkeronkruiden om te groeien.

Sterk bedreigd

Veel akkeronkruiden zijn sterk gebonden aan de akkers en groeien bijna nergens anders. Sommige soorten handhaven zich alleen wanneer ze als ‘vervuiling’ met het zaaigoed meegezaaid worden en vaak zijn ze gebonden aan één bepaald gewas. Ze zijn nu zeldzaam of zelfs bijna verdwenen. Het gaat bijvoorbeeld om roggelelie, akkerboterbloem en wilde ridderspoor. Bij deze planten hoort ook allerlei fauna: bijen en vlinders, akkervogels zoals de geelgors en patrijs en bijvoorbeeld de hamster, een soort die alleen in Limburg voorkomt. De planten en dieren van akkers behoren tot de sterkst bedreigde soorten van Gelderland.

Gele ganzenbloem op de Loenense Enk

Beheer komt nauw

Natuurbeheerders beheren kruiden- en faunarijke akkers om deze soorten te behouden, maar het luistert nauw. Veel factoren bepalen welke akkeronkruiden kunnen groeien. Behalve het geteelde gewas zijn dat bijvoorbeeld de manier van grond bewerken, de manier van oogsten en zaaien, en de eigenschappen van de bodem ter plekke. Bovendien zijn veel akkeronkruiden uit de zaadbank verdwenen. Vaak moeten ze (opnieuw) geïntroduceerd worden: uit zichzelf zullen ze onmogelijk terugkomen op de akkers.  

Realiteit weerbarstig

Dat het niet eenvoudig is, bleek in 2018. Op verzoek van Provincie Gelderland heeft bureau NatuurBalans 241 akkers geïnventariseerd die aangewezen zijn als kruiden- en faunarijke akker (natuurdoeltype N12.05). Een akker heet een kruiden- en faunarijke akker als per twee hectare minimaal drie typische planten- en/of broedvogelsoorten voorkomen. 58 procent van de bezochte akkers bleek niet aan de minimale vereiste van drie doelsoorten te voldoen.

Wintergraan met bleke klaproos en korenbloem in gebied Reijerscamp

Met advies vooruit helpen

Om de biodiversiteit vooruit te helpen is het dus belangrijk kennis over juist inzaaien en beheren te vergroten. Het heeft immers geen zin om steeds opnieuw mengsels te zaaien die op een plek helemaal niet thuishoren. Daarom stelt Provincie Gelderland subsidie beschikbaar voor beheermaatregelen én advies. Daarmee kan bijvoorbeeld voorbereidend onderzoek gedaan worden om doelen te bepalen. Past hier een ‘kruidenrijke wintergraanakker op leemarm zand’ of een ‘natuurakker met keverbank’?

In 2020 zijn beheerders voor het eerst aan de slag gegaan met de subsidie. Het is te vroeg om conclusies te trekken, maar het verschil is op sommige akkers al wel te zien! Bijvoorbeeld op deze akkers van Natuurmonumenten.

Meer informatie

Tekst: Irene Smolders, Provincie Gelderland
Foto's: Karl Eichhorn (leadfoto: groot spiegelklokje en grote klaproos in het gebied Cortenoever. Deze goed ontwikkelde akker van Staatsbosbheer is bronakker geweest voor het inzaaien van tenminste vier akkers in het rivierengebied.)