
Korstmossen zijn overal te vinden in de stad: op boomschors, oude muren en zelfs tussen de voegen van stoeptegels. Hoewel ze er onveranderlijk uitzien, blijken ze opmerkelijk flexibel te zijn. Onderzoek in Nederlandse steden laat zien dat de zogenoemde 'specifieke thallusmassa' – het gewicht van het korstmosweefsel in verhouding tot zijn oppervlakte – duidelijk hoger ligt in stedelijke gebieden. De boosdoener? Het stedelijke hitte-eiland: bebouwing, verkeer en warmte-uitstoot maken de stad warmer dan de omgeving eromheen. Korstmossen passen zich daaraan aan door dikker en ronder te worden. Daardoor kunnen ze beter water vasthouden en zijn ze beter bestand tegen hitte en droogte.
Korstmossen als klimaatmeter
Traditioneel worden korstmossen vaak gebruikt als graadmeter voor luchtkwaliteit, maar dit onderzoek toont aan dat ze ook reageren op temperatuur. Het dikker wordende thallus – het lichaam van het korstmos – werkt als een natuurlijke thermometer en weerspiegelt de opwarming van de stad. Grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht ervaren steeds vaker hete zomers en langdurige warmteperiodes, vooral in dichtbebouwde wijken. Dat zelfs korstmossen hun bouw aanpassen aan dit microklimaat laat zien hoe ingrijpend hittestress is voor onze stadsnatuur, vaak zonder dat we het merken.
Lessen voor de toekomst
De ontdekking van dikke korstmossen in binnensteden maakt duidelijk dat stadsnatuur niet losstaat van onze leefomgeving, maar er juist sterk mee verweven is. Terwijl gemeenten inzetten op maatregelen tegen hittestress, zoals groene daken en meer stadsparken, kunnen korstmossen dienen als stille getuigen van de voortgang. Ze herinneren ons eraan dat klimaatverandering en verstedelijking niet alleen mensen treffen, maar ook de kleinste organismen waarmee we de stad delen. Misschien kijken we daardoor met nieuwe ogen naar dat bescheiden korstmos op de boom naast de bushalte.
Meer informatie
- Artikel: Urban heat island effect as a driver for Specific Thallus Mass (STM) in lichens.
- Dit onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van het door NWO gefinancierde onderzoeksproject Verborgen Stadsnatuur.
Tekst: Tim Claerhout, Hortus botanicus Leiden en Naturalis Biodiversity Center; Laurens Sparrius, Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG)
Beeld: Arne van Wingerden (leadfoto: vals dooiermos); Michiel Langeveld, Waarneming.nl