Kleine vuurvlinder - primair

Hoe gaan dagvlinders om met extreem weer?

De Vlinderstichting
15-JAN-2026 - We hebben te maken met klimaatverandering en we zien daar bijna dagelijks de gevolgen van. Klimaatverandering is opwarming, maar vooral ook veel meer weersextremen, zoals hittegolven, hevige stortbuien en overstromingen, en langere droogteperioden. Dagvlinders reageren hier verschillend op, blijkt uit onderzoek.

Onderzoekers hebben gekeken naar hoe 34 Europese dagvlindersoorten reageren op extreem weer, zoals hittegolven of droogte. Er werd onderscheid gemaakt tussen lokaal en globaal aangepaste soorten. De onderzoekers vonden dat deze duidelijk anders reageerden op weersextremen. Ze gebruikten hiervoor telgegevens van 21 lokaal en 13 wereldwijd aangepaste soorten, die eerder zijn geclassificeerd op basis van hun mate van lokale aanpassing. De telgegevens werden wekelijks verzameld als onderdeel van een van de drie Europese vlindermonitoringsprogramma's op 813 locaties in zes Europese bioklimatologische regio's tussen 1999 en 2017 (97.664 locatie-jaar-soortgegevenspunten). Ze ontdekten dat de reactie van vlinders sterk afhangt van waar ze leven en hoe goed ze zijn aangepast aan het lokale klimaat.

Lokaal aangepaste soorten: groot koolwitje en icarusblauwtje

Lokaal aangepaste soorten – zoals het groot koolwitje en het icarusblauwtje – zijn overal gevoelig voor extreem weer, of ze nu in het noorden of zuiden van hun leefgebied zitten. Hun populaties nemen af bij klimaatverstoringen.

Globaal aangepaste soorten – zoals de kleine vuurvlinder en het groot dikkopje – reageren wisselend: ze doen het beter in koelere gebieden tijdens warme jaren, maar slechter in al warme gebieden. Hun prestaties hangen dus af van de locatie én het soort weersverandering.

Globaal aangepaste soorten: kleine vuurvlinder en groot dikkopje

Dit verschil laat zien dat sommige soorten gespecialiseerd zijn in een bepaald klimaat, terwijl andere soorten flexibeler zijn. Specialisten presteren goed in hun ideale omstandigheden, maar slecht daarbuiten. Generalisten doen het overal redelijk, maar nergens uitzonderlijk goed. Deze reacties hebben ook invloed op de lange termijn. Globaal aangepaste soorten nemen vooral af aan de warme randen van hun leefgebied. Lokaal aangepaste soorten blijven daar juist stabiel, maar nemen af aan de koelere kant. Kortom: hoe goed een vlindersoort is aangepast aan zijn omgeving en waar hij leeft, bepaalt hoe hij omgaat met extreem weer en klimaatverandering.

Meer informatie

Tekst: Michiel Wallis de Vries en Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling