volgt nog 2e

Drie Caribische hartschelpen nieuw voor de wetenschap, ook voorkomend op de ABC-eilanden

Stichting ANEMOON
23-JAN-2026 - Een nieuwe soort voor de wetenschap ontdekken staat op de verlanglijst van elke onderzoeker. Jan Johan ter Poorten is een Nederlandse expert op het gebied van hartschelpen. Onlangs ontdekte hij in het Caribisch gebied drie nieuwe soorten. Deze bleken ook op de ABC-eilanden en op Sint Eustatius en Saba voor te komen. Er zijn goede redenen waarom ze tot nog toe over het hoofd waren gezien.

Hartschelpen zijn tweekleppige schelpdieren met vanaf de top uitstralende ribbels (ribben genoemd). Wereldwijd zijn er ongeveer driehonderd soorten. Bekende hartschelpen zijn de soms op het strand aanspoelende Gedoornde hartschelp en de bekende Kokkel uit de Waddenzee en Zeeland. Maar niet alle hartschelpen zijn kokkels en sommige soorten hebben minder duidelijke of nauwelijks zichtbare ribben. In het Engels worden de veel gladdere hartschelpen egg cockles genoemd. Een bekende vertegenwoordiger daarvan is de Noorse hartschelp (Laevicardium crassum) die ook in onze Noordzee leeft. De drie nieuw ontdekte Caribische soorten horen bij deze groep.

Nieuw voor de wetenschap

Jan Johan ter Poorten deed zijn ontdekkingen toen hij zich tijdens zijn wereldwijde onderzoek naar hartschelpen boog over het materiaal uit het Muséum national d'Histoire naturelle (MNHN), het natuurhistorisch museum in Parijs. Dit Franse instituut verzamelde tijdens vier expedities in het Caribisch gebied een aanzienlijke hoeveelheid soorten, waaronder ook veel hartschelpen. De resultaten van zijn onderzoek, met daarbij de drie nieuwe soorten, werden onlangs gepubliceerd. Daarin kregen de soorten elk een eigen wetenschappelijke naam en wereldwijd bestaansrecht als aparte soort. Wat opvalt is dat de nieuwe soorten zo lang onder de radar zijn gebleven. Hoe kan dat? En hoe weet je eigenlijk dat het nieuwe soorten voor de wetenschap zijn?

Over het hoofd gezien

De Franse expedities vonden zo’n 10 tot 15 jaar geleden plaats rond de Caribische eilanden Martinique en Guadeloupe en rondom Frans Guyana. Bij zulke campagnes worden veel technieken gebruikt. Naast met de hand verzamelen in het getijdengebied, wordt er gedoken, gedregd, worden vallen gezet, koraal geborsteld en wordt klein materiaal uit spleten tussen begroeiing opgezogen met speciale stofzuigers. De vier expedities leverden meer dan duizend verzamelpunten op (‘stations’), afkomstig van diepten tussen 0 en 600 meter. Alleen het sorteren en per familie en stationsnummer groeperen is al een megaklus. Daarna komt de hoofdklus: het op naam brengen (determineren). Daartoe wordt materiaal per familie uitgeleend aan specialisten. Ter Poorten is er daar een van. Op de vraag waarom deze soorten nog nooit ontdekt en beschreven waren, antwoordt hij: "Héél in het kort? Ze zijn in verhouding klein en al die tijd aangezien voor jonkies van grotere soorten. Steeds over het hoofd gezien eigenlijk."

De nieuwe soorten zijn klein, zeker in vergelijking met de Noorse hartschelp (Laevicardium crassum) uit onze Noordzee (links, tot 75 millimeter). Midden boven: Laevicardium caribbaeum (tot 17 millimeter). Rechtsboven: Laevicardium solidum (tot 13 millimeter). Rechtsonder: Laevicardium globotriangulare (tot 22,5 millimeter)

Uitdaging

Uitzoeken of een soort 'nieuw' is voor de wetenschap vergt heel veel studie, kennis en tijd. In dit geval onder andere maanden onderzoek aan 3400 schelpen – bij elkaar achttien hartschelpsoorten van ongeveer 850 stations. Maar de ene soort is de andere niet. Soorten met duidelijke ribben hebben voor herkenning vaak prima kenmerken, waaronder schubben, knobbels of stekels. Maar soorten met een vrijwel glad oppervlak? Ter Poorten: "Door de zorgvuldige manier van verzamelen is alles perfect geconserveerd. Onder de microscoop komen dan extra details naar voren die soms zelfs doorslaggevend zijn voor de determinatie." Uitbeeldend met zijn vingers vertelt hij hoe hij de groeiontwikkeling van een schelpensoort in alle stadia kon reconstrueren en volgen. "Dat varieert van zó'n jong schelpje van enkele millimeters, tot een volwassen exemplaar". Uiteindelijk gaven, naast beperkte aanvullende DNA-data, vooral verschillen in microsculptuur, dikte en vorm van de schelp de doorslag. Zo ontdekte hij twee nieuwe hartschelpen, inmiddels door hem beschreven als Laevicardium caribbaeum en Laevicardium solidum.

Derde soort

De hartschelpdeskundige vertelt dat er na uitgebreid literatuuronderzoek en het bekijken van veel schelpen in collecties, toch iets bleef knagen: "Is de puzzel nu opgelost of ontbreken er nog stukjes? Met andere woorden, is er nog een derde onbeschreven kleine soort in het spel?" Om die twijfel weg te nemen werden uit het Senckenberg Museum in Frankfurt am Main hartschelpen geleend. Ook werden Caribische hartschelpen bestudeerd die zich in het Naturalis Biodiversity Center in Leiden bevinden. Het Duitse instituut bleek te beschikken over veel hartschelpen uit Colombia, in de jaren zeventig door een Duits-Franse wetenschapper verzameld. Mede aan de hand daarvan wist Ter Poorten de aanwezigheid te bevestigen van een derde nieuwe kleine soort. Deze is iets boller en wat meer driehoekig van vorm en werd daarom beschreven als Laevicardium globotriangulare.

Nederlandse en Engelse naam

Hoewel alleen de wetenschappelijke naam de enige juiste is, zijn ook lokale namen in gebruik en om meerdere redenen belangrijk. Ook bij ons hebben alle schelpdieren een Nederlandse naam. Voor de drie nieuwe hartschelpen worden de volgende namen voorgesteld:

  • Laevicardium caribbaeum: Caribische hartschelp (Caribbean egg cockle)
  • Laevicardium solidum: Stevige hartschelp (Solid egg cockle)
  • Laevicardium globotriangulare: Gezwollen hartschelp (Tumid egg cockle)

De drie nieuwe soorten. Onder steeds een doublet – twee schelpen op elkaar. Van links naar rechts: Laevicardium caribbaeum, Curaçao, collectie FMNH (Chicago), Laevicardium solidum, Martinique collectie MNHN (Parijs), Laevicardium globotriangulare, collectie MNHN (Parijs)

Nederlandse connectie

In de Naturalis-collectie bleken alle drie de nieuwe hartschelpen al aanwezig te zijn. Ze waren vaak al decennia geleden in het Caribisch gebied verzameld, onder meer op de stranden van en in de ondiepe wateren rond twee van de drie ABC-eilanden en op en rond twee eilanden die nu tot Caribisch Nederland worden gerekend. De Caribische hartschelp is tot nu toe in elk geval bekend van Curaçao en Aruba. De Stevige hartschelp van Curaçao, Aruba, Sint Eustatius en Saba. De Gezwollen hartschelp is in elk geval bekend van Curaçao. Zeldzaam zijn de soorten niet. De dieren leven ondiep ingegraven in de bodem, met de korte in- en uitstromingsbuizen (sifo's) bovenaan (zie de foto hieronder). Ongetwijfeld zullen ze in de toekomst op meer plekken in het Caribisch gebied gevonden worden, evenals andere, nog onbeschreven (hartschelp)soorten. Ter Poorten is auteur van een baanbrekend en omvangrijk referentiewerk over hartschelpen (600 pagina’s, gepubliceerd in 2024). De drie nu nieuw beschreven soorten waren daarin nog niet opgenomen, maar zullen in een nieuwe uitgave worden toegevoegd. Hij merkt hierover op: “Uiteindelijk geldt het adagium: hoe beter je kijkt, hoe meer je ziet. Ook als het om kleine gladdere hartschelpen gaat.”

Laevicardium caribbaeum, gedeeltelijk ingegraven in de bodem (Guadeloupe)

Tekst: Rykel de Bruyne en Adriaan Gmelig Meyling, Stichting ANEMOON
Beeld: Jan Johan ter Poorten, Field Museum of Natural History, Chicago; Philippe Maestrati, MNHN, Parijs; Jerry Gagne, FMNH, Chicago