Hoe maak je plasdrassen ook aantrekkelijk voor vissen en amfibieën?
BoerenNatuurTijdens het BoerenNatuur Festival op 16 juni organiseren Rémon ter Harmsel (RAVON) en Martijn Hoolsema (BoerenNatuur Veluwe) de sessie Optimalisatie van plasdras: kansen voor andere soortgroepen? Samen met de deelnemers gaan ze verkennen hoe we de aanleg en het beheer van deze onmisbare beheermaatregel binnen het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) slimmer en robuuster kunnen vormgeven, zodat ook andere soorten beter van de plasdrassen kunnen profiteren.
Voortplantings- en foerageerbiotopen
Soorten als de grote modderkruiper, heikikker, poelkikker en rugstreeppad, maar ook libellen, juffers en allerlei vogels, hebben hun voortplantings- en foerageerbiotopen in natte gebieden. Deze gebieden ontstonden vroeger vanzelf door natuurlijke peilfluctuaties, zoals sloten die in de winter en het vroege voorjaar overstroomden en voor natte oevers en percelen zorgden. Door de strakke peilsturing van tegenwoordig is dit grotendeels verdwenen. Het wegvallen van deze natuurlijke dynamiek heeft veel soorten in het agrarisch gebied in de knel gebracht.

Om weidevogels hun rust- en foerageerplekken terug te geven, is in het ANLb gekozen voor de plasdras als beheerpakket. “Dit werkt weliswaar goed voor weidevogels, maar de huidige inrichting, waarbij water naar het midden van percelen wordt gepompt, is voor minder mobiele soorten, zoals vissen en amfibieën, vaak moeilijk bereikbaar”, legt Ter Harmsel uit. “Sterker nog, er bestaat het risico dat plasdraszones onbedoeld functioneren als ecologische val, waarbij voortplanting wel plaatsvindt, maar het water te snel verdwijnt en larven of juvenielen het niet overleven.”
Daarom willen jullie in deze sessie verkennen hoe de plasdras zo kan worden ingericht dat ook vissen en amfibieën er duurzaam van kunnen profiteren?
Ter Harmsel: “Ja. We werken al veel samen met BoerenNatuur Veluwe. Martijn kijkt naar deze vraag vanuit de praktijk – het perspectief van het collectief en zijn deelnemers – en ik kijk ernaar vanuit ecologisch oogpunt. Wat zijn de mogelijkheden? Wat zijn de knelpunten? Hoe kunnen de ecologische eisen en de praktijk samenkomen? Moet het water bijvoorbeeld eerder worden opgepompt of langer blijven staan?”
Hoe is een vis als de grote modderkruiper precies afhankelijk van plasdraszones?
“Voor deze doelsoort van het ANLb zijn plasdraszones van groot belang voor de voortplanting. Ondergelopen grasland is ideaal voor deze vis: het water warmt snel op en je kunt er goed je eitjes leggen. Maar zulke omstandigheden zijn er dus nauwelijks meer voor de grote modderkruiper. De uiterwaarden langs de rivieren zijn nu vaak ingepolderd en liggen binnen de dijken. Omdat we het waterpeil zijn gaan sturen, overstromen de percelen niet meer. Daardoor is het voor de grote modderkruiper moeilijk om een geschikt voortplantingshabitat te vinden. En dat is een van de grote knelpunten voor het voortbestaan van deze soort. Die houdt op veel locaties nog stand dankzij ons slotensysteem en af en toe een overstroming. Maar de soort is erg kwetsbaar.”

Hoe kunnen plasdrassen de grote modderkruiper dan helpen?
“We kunnen de vissoort helpen door kunstmatig een habitat te creëren voor hun voortplanting, zoals brede natuurvriendelijke oevers, of door percelen te laten overstromen. Plasdraszones kennen vaak een waterlaag van 10 tot 15 centimeter diep. Dat is ideaal voor deze vis. Het verspreidingsgebied van de grote modderkruiper bestaat voor twee derde uit agrarisch gebied en voor een derde uit natuurgebied. Er liggen dus ontzettend veel kansen in het ANLb om deze soort te helpen, onder meer in Gelderland, Overijssel, Drenthe, Zuid-Holland en Brabant. Als we de beheerpakketten van het ANLb wat kunnen bijstellen en beter benutten, kunnen we twee vliegen in één klap slaan: weidevogels én vissen en amfibieën helpen.”
Wat moet er dan anders?
“De plasdrassen staan vaak niet in verbinding met de sloten. Ze worden met een pomp gecreëerd midden op een perceel, en daar kunnen de vissen niet komen. Dit geldt ook voor de kleine modderkruiper en andere vissoorten. Als de plasdras wel bereikbaar is komen de dieren af op het voedselrijke en warme water. Vissen paaien er, maar als het vervolgens droogvalt, raken de jonge vissen ingesloten. Ook voor amfibielarven zijn plasdraszones een belangrijk element. De vraag is hoe we ze zo kunnen aanpassen dat we voorkomen dat de plasdras een ecologische val wordt.”
Wat zou je dan kunnen doen?
“Je moet de hele cyclus zien te sturen. Ecologisch gezien is het ideaal om een plasdras te creëren vanuit de sloot, dus niet met een pomp om een geïsoleerde plasdraszone midden op het perceel te maken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met schotten in de sloot. De greppel voor de plasdras moet dan in direct contact staan met de sloot, zodat vissen en amfibieën de plasdraszone kunnen bereiken. Het water zou een aantal weken langer moeten worden vastgehouden, zodat kleine vissen en amfibieën groter kunnen worden. Daarna kun je het water langzaam laten uitzakken, zodat de dieren de kans krijgen zich weer in de sloten terug te trekken. Daarmee verwachten we al behoorlijk wat ecologische winst te kunnen maken. Andere opties zijn meer natuurvriendelijke oevers, maar dat is een permanente ingreep die ten koste gaat van het perceel. Plasdrassen creëer je jaarlijks op agrarisch bestemde grond, die ook die bestemming houdt nadat het water weg is.”

Wat willen jullie precies verkennen op 16 juni?
“We zijn benieuwd hoe collectieven en agrariërs hier tegenaan kijken. Kan het wel op agrarisch land? Martijn zal bijvoorbeeld knelpunten benoemen vanuit de collectieven. We willen echt het gesprek aangaan met de deelnemers van de sessie. Zien jullie mogelijkheden? Wat zijn bezwaren? We hopen op een gezamenlijke verkenningstocht om te kijken hoe we de plasdrassen zo kunnen inrichten dat andere doelsoorten er ook van kunnen profiteren. En hoe kunnen we bepaalde oplossingen binnen het ANLb faciliteren, zodat het voor agrariërs ook financieel aantrekkelijk wordt?”

Meer informatie
- Het BoerenNatuur Festival is er voor iedereen die betrokken is bij agrarisch natuurbeheer, van veldmedewerker of ecoloog tot beleidsmaker, van erfbetreder tot deelnemer.
- Lees meer over de sessie op 16 juni op het BoerenNatuur Festival.
Tekst: Pieter Verbeek, BoerenNatuur
Beeld: Pieter Verbeek (leadfoto: plasdras in het Land van Altena); Mark Zekhuis, Saxifraga; Rudmer Zwerver, Saxifraga; Kees Marijnissen, Saxifraga
