Predatie van tureluur-eieren door kraaien.

Nieuwe online lesmodule helpt boeren en vrijwilligers leren nestpredatie te herkennen

BoerenNatuur
13-APR-2026 - Als vrijwilliger of boer die zich inzet voor boerenlandvogels heb je het vast meerdere keren meegemaakt. Een weidevogelnest waar eerst nog vier eieren in lagen is opeens leeg. Wat er precies is gebeurd, is niet altijd makkelijk te verklaren. Is het nest succesvol uitgekomen, zijn de eieren geroofd, of speelde er iets anders, zoals verstoring of vertrapping?

Om meer grip te krijgen op dit soort vragen lanceren LandschappenNL en BoerenNatuur, na hun eerste online lesmodule over vogelgedrag en BTS-tellingen, nu een nieuwe online lesmodule over predatieherkenning. De nieuwe lesmodule richt zich op het beter kunnen herkennen en duiden van predatie op boerenlandvogelnesten en (in mindere mate) kuikens.

Want wie nauwkeuriger leert kijken, kan beter inschatten wat er daadwerkelijk gebeurt in het veld, stellen Jerry Lust, coördinator boerenlandvogelbescherming bij Landschap Noord-Holland en ontwikkelaar van de module, en David Kingma, adviseur Boerenlandvogels bij BoerenNatuur. 

Hermelijnvraat

Kennis maakt het verschil

Een van de belangrijkste oorzaken voor lege nesten van boerenlandvogels is predatie. “Toch weten we nog niet altijd voldoende over nestpredatie in een specifiek gebied om actie te kunnen ondernemen”, legt Lust uit. “Dat maakt het complex. Het vaststellen of er sprake is van predatie, en zo ja door welk dier, vraagt ervaring, nauwkeurigheid en een scherpe blik.”

“En kennis kan daarbij het verschil maken”, gaat Kingma verder. “Wie beter begrijpt wat er gebeurt in het veld, kan gerichter handelen en effectieve maatregelen nemen.”

Het onderwerp predatie leeft in ieder geval enorm onder zowel vrijwilligers als boeren. “Voor boeren kan het extra wrang zijn”, benadrukt Kingma. “Maatregelen zoals later maaien of het vernatten van percelen met een plasdras vraagt om een grote inspanning. Als nesten vervolgens toch mislukken of er geen kuiken vliegvlug wordt, is de vraag onvermijdelijk: waar gaat het mis?”

Vos op jacht

Als een detective

De nieuwe online lesmodule wil deelnemers stap voor stap leren hoe zij situaties in het veld beter kunnen beoordelen. De nadruk ligt daarbij op zorgvuldig observeren en het verzamelen van aanwijzingen, in plaats van (te) snelle conclusies trekken. Deelnemers werken met praktijkvoorbeelden en leren verschillende situaties herkennen, zoals uitgekomen nesten of verlies door predatie. Daarbij staat één principe centraal: denken als een detective. In plaats van direct te concluderen dat een nest bijvoorbeeld is gepredeerd door een kraai, leren deelnemers van de lesmodule eerst alle aanwezige sporen te analyseren.

Het begint allemaal bij een zorgvuldige nestcontrole. Hoe kan je een nest in meerdere stappen controleren, met zo min mogelijk verstoring? De deelnemers van de online lesmodule leren letten op timing, omgeving en de staat van het nest. Na zo’n controle moet duidelijk zijn of een nest is uitgekomen, verlaten of verloren gegaan. Als dat laatste het geval is, volgt de volgende vraag: wat is de mogelijke oorzaak? Was er sprake van predatie, vertrapping door vee of een andere factor? 

Overigens hoeft niet elk nest gevonden en gecontroleerd te worden. Dat is alleen nodig in percelen waarbij nestbescherming van belang is omdat er geen aanvullend beheer plaatsvindt, of wanneer je een goede steekproef wil hebben van het nestsucces in het hele gebied.

Pootafdruk van een das

Kraaien, vossen en marters

In het geval van predatie begint dan het echte speurwerk. Naast het nest zelf moet je ook de directe omgeving onderzoeken. In een straal van enkele meters kunnen belangrijke aanwijzingen liggen, zoals pootafdrukken, uitwerpselen, haren, vraatsporen of verplaatst nestmateriaal. Ook het bredere landschap wordt meegenomen. Sporen in een greppel, langs een slootkant of in het gras kunnen helpen om een completer beeld te krijgen van wat er is gebeurd.

Een belangrijk onderdeel van de online lesmodule is daarnaast het herkennen van verschillende nestpredatoren en hun gedrag. Welke sporen horen bij zwarte kraaien, vossen, bruine ratten of steenmarters? Zo neemt een vos bijvoorbeeld eieren mee en laat deze sporen achter in de vorm van uitwerpselen of pootafdrukken, terwijl kraaien ander gedrag laten zien en andere sporen achterlaten. “Door deze verschillen te leren herkennen, kunnen boerenlandvogelbeschermers beter inschatten wat er is gebeurd”, aldus Lust. 

Tegelijkertijd benadrukt de online lesmodule dat ‘dader onbekend’ ook een geldige uitkomst kan zijn, vult Kingma aan. “Niet bij elk geval is met zekerheid de predator vast te leggen. Soms kunnen bijvoorbeeld meerdere predatoren na elkaar langs het nest zijn gekomen. In sommige situaties zie je gewoon te weinig kenmerken om tot een goede conclusie te kunnen komen. Dan kun je niet anders dan zeggen ‘soort predator onbekend’, omdat de situatie je dus te weinig informatie biedt. Het is belangrijk om te weten wanneer je wel of geen conclusies kunt trekken. Juist dat voorkomt verkeerde aannames en leidt tot betrouwbaardere gegevens.”  

Drie hoofddoelen

In totaal richt de online lesmodule zich op drie hoofddoelen. Allereerst leren deelnemers vaststellen of een nest daadwerkelijk door predatie verloren is gegaan. Vervolgens leren ze, op basis van sporen, inschatten welke predator betrokken kan zijn. Tot slot krijgen ze handvatten om nestpredatie te verminderen, bijvoorbeeld door hun eigen gedrag of het beheer aan te passen.

De opgedane kennis is direct toepasbaar in het veld. Vrijwilligers, boeren en veldmedewerkers van agrarische collectieven kunnen hun werkwijze aanpassen om verstoring te beperken en predatiekansen te verkleinen, bijvoorbeeld door minder vaak naar een nest te lopen, sporen te vermijden of zorgvuldiger om te gaan met nestmarkering. Met nieuwe inzichten en praktijkvoorbeelden blijft de online lesmodule zich steeds verder ontwikkelen.

Prooiresten door een roofvogel

Landelijke aanpak

De online lesmodule is opgezet als een landelijk product, met materiaal uit verschillende regio’s. Dat is belangrijk, omdat predatiedruk en predatorensamenstelling sterk kan verschillen per gebied en per jaar. Zo spelen dassen in Noord-Holland nauwelijks een rol, terwijl provincies als Drenthe, Gelderland en Friesland daar juist veel ervaring mee hebben. Het beeldmateriaal en de voorbeelden zijn daarom afkomstig uit het hele land. Vrijwilligers, collectieven en landschapsorganisaties leverden hiervoor een grote hoeveelheid foto’s en video’s aan.

Met deze online lesmodule willen de initiatiefnemers bijdragen aan een lerende aanpak van weidevogelbeheer. Door beter te observeren, kennis te delen en ervaringen uit te wisselen, ontstaat meer inzicht in wat er speelt in het veld. En dat inzicht is hard nodig. 

Door veldwerkers beter toe te rusten, wordt een belangrijke stap gezet richting effectiever beheer. Want uiteindelijk draait het om één doel: het verbeteren van het broedsucces van boerenlandvogels.

Volg de lesmodule hier 

Je kunt de lesmodule zo vaak volgen als je wil en door het handige menu kun je precies de lessen volgen die je wil. Bekijk de online lesmodule hier.

Tekst: Pieter Verbeek, BoerenNatuur
Beeld: Stijn van Belleghem (leadfoto: predatie van tureluureieren door kraaien); Willem Overweg; Tom Heijnen, Saxifraga; Henk de Leeuw; Aad van Paassen